13

'Gaan we hem arresteren?' 'Wie?'

Vledder keek verwonderd op. 'Kluffert natuurlijk.' 'Wanneer?'

'Nu.' Vledder wees naar de grote klok in de recherchekamer. 'Het is kwart over een. We maken een goede kans dat hij thuis in zijn bed ligt.'

De Cock tilde zijn beide benen op het bureau en leunde behaaglijk in zijn stoel achterover. 'Ik weet het niet,' zei hij aarzelend. 'Ik sta er eerlijk gezegd nog wat huiverig tegenover. Het is zo vaag.'

Vledder snoof. 'Vaag?' reageerde hij verbaasd. 'Ernst Kluffert heeft onomwonden gezegd dat hij Alex Delszsen zou vermoorden als zijn zuster de verhouding niet verbrak.' Hij trok zijn gezicht in een grimas. 'Wel, zusterlief heeft de verhouding niet verbroken en Alex Delszsen is vermoord. Wat wil je nog meer? Uitgerekend op de dag van de afspraak stierf Delszsen door vergiftiging.' De Cock glimlachte. 'Je bent een goede aanklager. Zoals jij het stelt, klinkt het simpel en overtuigend. Toch ben ik bang dat er in het hele land geen rechtbank is te vinden die daarop een veroordeling geeft. Waar zijn de bewijzen?' Vledder knikte. 'Je hebt gelijk,' zei hij wat mismoedig. 'Bewijzen hebben we niet. We weten niet eens of Ernst Kluffert op de hoogte was van het feit dat zijn lieve zuster de relatie met Alex Delszsen mét had verbroken.' Hij zuchtte, spreidde zijn armen in een hulpeloos gebaar. 'En daarmee valt of staat het hele motief.'

De Cock keek hem aan, een kleine twinkeling in zijn ogen. 'Soms,' zei hij gnuivend, 'lijkt het net alsof je werkelijk hersens hebt.' Hij bukte snel. Een zwaar wetboek vloog rakelings over zijn hoofd en klapte achter hem tegen de muur.

Op dat moment rinkelde de telefoon. Nog grijnzend nam De Cock de hoorn op. Het was de wachtcommandant. 'Ik heb hier beneden een jongeman,' toeterde hij. 'Gewond. Hij moet nodig naar het ziekenhuis. Maar hij wil eerst met jou spreken. Het gaat over Delszsen.'

'Wie is het?'

'Van der Duijn.'

De Cock smeet de hoorn op het toestel en rende de kamer uit. Vledder volgde in zijn kielzog. 'Naar het Binnengasthuis. Vlug.'

De Cock keek bezorgd naar de student en monsterde het bleke gezicht. 'Hoe is het?' Van der Duijn sloot de ogen. 'Het gaat wel.' Zijn stem klonk zacht, fluisterend.

De wagen trok gierend door een bocht. De Cock drukte de jonge student tegen zich aan, voelde aan zijn kleren het bloed dat uit de wond sijpelde. 'Stommerik,' siste hij hartgrondig. 'Waarom ben je eerst naar de Warmoesstraat gekomen? Je had rechtstreeks naar het ziekenhuis moeten gaan.' De student trok zijn oogleden op. 'Ik wilde eerst u zien!' 'Waarom?'

'Ik weet wie Alex Delszsen vermoordde.'

'Wat?'

Van der Duijn knikte vermoeid. 'Haverman… hij… eh, hij…'

De Cock slikte. 'Heeft hij ook dit gedaan?' De jongeman verkrampte. Zijn mond zakte open. De uitdrukking van pijn op zijn gezicht vergleed. Langzaam zakte hij voorover.

De Cock hield hem vast, drukte hem omhoog en klapte met zijn vrije hand tegen zijn wang. 'Van der Duijn… heeft hij ook dit gedaan?'

De student antwoordde niet, hing slap tegen hem aan. 'Heeft hij ook dit gedaan?'

Ze reden de poort van het gasthuis binnen en stopten knarsend voor het gebouw van de eerste hulp.

'Ik heb een hekel aan een arrestatie die ik later niet kan waarmaken.'

'Hoe bedoel je?'

De Cock zuchtte. 'Ik voel er nog niets voor om Haverman te arresteren.'

Vledder gebaarde met beide handen. 'Van der Duijn zei duidelijk dat hij de man was die Alex Delszsen had vermoord. Dat was de reden waarom hij, gewond als hij was, eerst naar de Warmoesstraat kwam.' De Cock knikte. 'Inderdaad. Maar verder zei hij niets. Hij zei niet waarop zijn bewering steunde. En een enkele uitroep is voor mij een te smalle basis voor een arrestatie. Als Van der Duijn mij had gezegd dat Haverman ook de man was die hem had gestoken, had ik beslist niet lang geaarzeld.'

Vledder wreef over zijn gezicht. 'Van der Duijn raakte bewusteloos.'

De Cock klemde zijn lippen op elkaar. 'Het kwam verrekt ongelegen.' Hij stond van zijn stoel op en begon door de kamer te stappen. 'Heb je al geïnformeerd hoe het met hem is?' 'Ja.' 'En?'

'Ze hebben hem onmiddellijk geopereerd.' Vledder grijnsde wat wrang. 'In het oude Binnengasthuis weten ze er wel weg mee. Er komt daar nogal eens een mannetje met een steekwond binnenvallen.' 'Levensgevaar?'

Vledder schudde het hoofd. 'Het valt mee. Het mes is op een rib gestuit. Dat is zijn geluk geweest.'

'Het was dus een reële moordpoging?'

Vledder knikte heftig. 'Heel reëel. De wond was dicht bij de hartstreek.'

De Cock bleef staan, staarde voor zich uit. Zijn gezicht stond ernstig. De rimpels in zijn voorhoofd waren verdiept. Het was alsof hij de dreiging van de moordenaar voelde, alsof hij zich voor het eerst bewust werd hoe gevaarlijk zijn tegenstander was, hoe vermetel.

'Mag Van der Duijn worden verhoord?' Vledder keek hem aan. 'Als er geen complicaties zijn… morgen.'

Roelof Hans van der Duijn lag er witjes bij, zijn smalle borst en linkerschouder in een strak verband. Zijn lange haren waren nat van zweet, kleefden in slierten aan zijn gezicht. Om zijn bleke lippen speelde een glimlach. 'Dat heeft niet veel gescheeld,' zei hij zacht.

De Cock keek hem licht verwijtend aan. 'Waarom bent u niet naar mijn collega Vledder gegaan? Ik had u dat toch gevraagd.'

Er gleed een pijnlijke trek over het gezicht van de jonge student. 'Ik had u graag bij uw onderzoek terzijde gestaan. Het leek mij als toekomstig criminoloog een unieke kans. Het gebeurt niet dagelijks dat in je onmiddellijke omgeving een moord wordt gepleegd.'

De Cock knikte begrijpend. 'En toen dat niet doorging, besloot u zelf de moordenaar van Alex Delszsen te ontmaskeren.'

Van der Duijn zuchtte. 'Het staat eenieder vrij het recht te dienen. Het zijn uw eigen woorden.'

De Cock glimlachte. 'Het oplossen van een moord is geen eenvoudige zaak. Het vereist inzicht en vooral… vakmanschap.'

Van der Duijn keek verwonderd op. 'Ik studeer criminologie… ik ben bijna klaar.' 'En dat betekent?' 'Dat ik iets van misdaad weet.'

De Cock grinnikte. 'De gevangenissen zitten vol met mensen die iets van misdaad weten.'

Op de bleke wangen van de student kwam een blos. 'U weet best wat ik bedoel. Ik ben wetenschappelijk te werk gegaan. Ik ging uit van het motief. Het is een beproefde methode… ken het motief en u kent de dader.'

De Cock keek hem onderzoekend aan. 'En dat motief hebt u gevonden?'

Van der Duijn knikte voor zich uit. 'Ik heb eerst nauwkeurig overwogen wie er praktisch in de gelegenheid waren geweest Alex Delszsen vergif toe te dienen.'

'En?'

'Dat waren alle studenten van het dispuut.'

De Cock plukte aan zijn onderlip. 'En toen bent u nagegaan wie van hen een motief had.'

'Ja.'

'En u kwam tot de conclusie dat alleen vriend Haverman een gegronde reden had om Alex Delszsen naar een andere wereld te helpen.'

De jonge Van der Duijn drukte zich met zijn rechterarm iets omhoog. 'Het is een ideologische kwestie… een verschil van idee… beginsel.' De student pauzeerde even, likte aan zijn droge lippen. 'Delszsen, Haverman en ik vormden een soort driemanschap. We probeerden de studenten een stuk politiek bewustzijn bij te brengen. Delszsen was een begaafd redenaar en daarbij een uitstekend debater. Hij was in alle opzichten onze natuurlijke leider.' 'Tegen de zin van Haverman?'

Van der Duijn schudde heftig het hoofd. 'Nee, het leiderschap werd door Haverman niet betwist.' 'Wat dan wel?'

De student kneep zijn ogen even dicht. De wond deed hem pijn, belemmerde hem bij het spreken. 'Hoe zal ik u dat uitleggen,' zei hij vermoeid. 'Het is wat moeilijk. Ziet u, Delszsen vertegenwoordigde niets. Hij was geen spreekbuis van een of andere politieke richting, groepering of denkbeeld. Delszsen was Delszsen… een ideologie op zich.' De Cock glimlachte. 'En dat verdroot Haverman.' Van der Duijn wiste het zweet van zijn voorhoofd. 'Verdroot… het klinkt erg kinderlijk… een woord uit een kleuterversje.' Hij keek naar de oude rechercheur op, met een felle blik in zijn blauwe ogen. 'Studenten zijn geen haasjes uit een groen, groen knollenknollenland. Niet meer. Het wordt tijd dat de gevestigde maatschappij daar rekening mee houdt. Denkbeelden zijn voor ons heilig. Jonge mensen bezitten nog het vermogen zich met hart en ziel aan een bepaald idee te wijden… daarvoor te strijden. En zo nodig… te sterven.'

De Cock blikte terug. 'Of te moorden,' vulde hij aan. De student sloeg zijn rechterhand voor het gezicht. 'Moord, moord,' riep hij gepijnigd, 'het komt steeds terug. Al maanden spreken wij bij ons in het dispuut over niets anders.' De Cock keek hem schuin aan. 'U bedoelt toch moord als fenomeen… verschijnsel?'

Van der Duijn knikte met gesloten ogen. 'Daar begon het mee. Maar het werd een obsessie. Ik heb het u bij onze vorige ontmoeting al gezegd… het was te voorspellen. Na al die gesprekken over moord… moord als typisch menselijk gedrag… de daad moest volgen. Een echte moord kon gewoon niet uitblijven.' 'En het slachtoffer werd Alex Delszsen.' Van der Duijn zuchtte diep. 'Wim Haverman is een pure anarchist. De non-conformistische houding van Delszsen beschouwde hij als verraad. Dat heeft hij mij vaak gezegd.' De Cock keek hem onderzoekend aan. 'En wat zei hij tegen Delszsen?'

De student snoof. 'Als hij Delszsen zijn… eh, slappe houding verweet, lachte Alex. Politiek was voor hem geen ernstige zaak. Naast de liefde, de sport, filosofie, was voor Delszsen de politiek niet. meer dan een ander toneel waarop hij kon schitteren. Een ander middel tot zelfverheerlijking.' De Cock wreef met de pink over de rug van zijn neus. Hij had in de woorden van de jonge student een ondertoon beluisterd die onmiskenbaar duidde op haat, afgunst, jaloezie. Hij zweeg even en streek over zijn grijze haar. 'Ik begrijp het niet,' zei hij na een poosje, aarzelend. 'Haverman had zich toch gewoon van Delszsen kunnen distantiëren?' Van der Duijn grijnsde. 'Hij kon niet om Delszsen heen. Wie van ons wel? Alex was te sterk… een te grote persoonlijkheid. Zijn invloed was enorm… nam steeds meer toe.' De Cock keek op, schonk hem een wrange glimlach. 'Hij moest sterven.' 'Ja.'

'Omwille van het idee.' De student hijgde. 'Verraad.'

'En daarom gaven jullie hem wat vergif.' De woorden van De Cock trilden van verachting.

Van der Duijn schudde het hoofd. Zijn ogen waren groot en angstig. 'Ik niet… ik niet.' Hij schreeuwde. Het geluid kaatste tegen de kale wanden van de ziekenzaal. De Cock boog zich naar hem toe. 'Haverman.' De student plukte nerveus aan zijn steile haar. Zijn tong gleed langs zijn droge lippen. 'Wim… hij zou het doen. Ik wist niet dat hij een vergif zou gebruiken.' De Cock knikte grijnzend. 'Maar met de moord… het typisch menselijk gedrag… ging u akkoord.' Van der Duijn zakte terug op zijn kussen. Inbleek. Een kleine rode vlek in het witte verband om zijn borst werd groter. De wond begon weer te bloeden. De Cock bezag het met bezorgdheid. 'Kan ik verder gaan? Of heb je liever dat ik nu wegga? Terugkom?' De student schudde traag het hoofd. 'Vraagt u maar,' zei hij zacht. 'Ik moet het kwijt. Eerder heb ik toch geen rust.' De Cock knikte. 'Wie heeft je gestoken?' 'Dat weet ik niet… ik weet niet wie mij heeft gestoken. Ik lag in bed. Ik sliep. Iemand moet heel zacht mijn kamer zijn binnengeslopen. Ik werd wakker van pijn in mijn borst en schouder. Ik streek tussen mijn pyjama en voelde alles nat. Ik trok het licht boven mijn bed aan en zag tot mijn verbijstering mijn handen vol bloed. De eerste momenten was ik in paniek. Maar dat duurde niet lang. Ik stapte uit bed en bekeek mijn borst in de spiegel. Ik zag een steekwond en besefte dat ik medische hulp nodig had. Ik deed een pleister op de wond en kleedde mij aan. Ineens werd mij duidelijk aan wie ik dat had te danken…' 'Haverman?'

Van der Duijn knikte. 'Begrijpt u… ik was de enige die wist dat hij Delszsen had vermoord.'

Загрузка...