Vledder keek op van zijn aantekeningen. 'Zou Ella Rosseling hem hebben vermoord? Het is niet ondenkbaar dat ze wist of vermoedde dat Alex Delszsen van haar af wilde.' De Cock liet zich in zijn stoel zakken, legde zijn benen voor hem op het bureau. 'Eencrime passionnel,' zei hij, 'de verstoten geliefde.'
Vledder trok een verongelijkt gezicht. 'Is dat zo gek?' De Cock schudde het hoofd. 'Buiten het motief… Ella Rosseling was ook praktisch in de gelegenheid Alex Delszsen vergif toe te dienen. We mogen wel aannemen dat ze alleen in de keuken was toen zij de koffie met rijkelijk suiker…' Hij maakte zijn zin niet af, tilde verwonderend kwiek zijn benen van het bureau en stond op. In zijn zo typische slenterpas beende hij naar de kapstok, zette zijn oude hoedje achter op het hoofd en liep naar de deur. Vledder keek hem verbaasd na. 'Waar ga je heen?' 'Op bezoek bij de vrouw voor wie Ella Rosseling moest wijken.'
Een ogenblik was Vledder besluiteloos. Toen smeet hij zijn aantekeningen in zijn la en rende hem na.
De Cock boog ouderwets hoffelijk, een glimlach op het gezicht, zijn vilten hoedje in de hand. Hij had nog iets van een ridder… een ridder in colbert. Misschien wat bedaagd, belegen, maar nog altijd vol allure. 'Mijn naam is De Cock… De Cock met ceeooceekaa. En dat is mijn vriend en collega Vledder. Wij zijn… om u te dienen… rechercheurs van politie.' Hij boog opnieuw. 'Rechercheurs?'
'Inderdaad… zo is het. U bent alleen thuis?' 'Ja…'
De Cock glimlachte innemend. 'Mooi, dat treft dan. Ziet u, ons bezoek heeft een strikt vertrouwelijk karakter. Wij willen u niet in moeilijkheden brengen… althans niet meer dan nodig.'
Ze keek wat verward, argwanend naar de beide mannen op de stoep. De Cock bekeek haar aandachtig. Zijn blik gleed langs een paar lange sterke benen omhoog naar een bruinieren minirok, een strakke wollen trui en een ovaal gezicht in een omlijsting van lang, steil asblond haar. Ze was mooi, vond hij, mooi op een haast klassieke manier. Koel, hautain, ongenaakbaar.
'U… eh, u bent toch juffrouw Kluffert?' 'Ja, dat ben ik. Wat wilt u?' Het klonk wrevelig, verstrooid. 'Ik heb weinig tijd. U komt ongelegen. Ik was juist van plan uit te gaan.'
De Cock schonk haar zijn liefste glimlach. 'Wij willen alleen maar even met u praten,' zei hij vriendelijk. 'Het hoeft niet lang te duren. Wij zijn bezig met een onderzoek naar de vrij plotselinge dood van Alex Delszsen en… eh,' hij lette scherp op haar reactie, 'we hebben gegronde redenen om aan te nemen dat u de heer Delszsen goed hebt gekend.' De woorden van De Cock schokten haar. Zonder twijfel. Het was duidelijk aan haar te zien. Ze deed ook geen enkele moeite het te verbergen of te onderdrukken. Ze bracht de rug van haar hand naar de mond en beet. Een onmiskenbaar gebaar van schrik. 'U wist toch van zijn dood?' Ze knikte nauwelijks merkbaar.
De Cock keek om zich heen. 'Dit,' zei hij nadrukkelijk, 'is geen onderwerp voor een conversatie op de stoep. Vindt u wel?' Ze leek uit een verdoving, te ontwaken. 'Oh… eh, neemt u mij niet kwalijk.' Ze deed de deur wat verder open en liet de beide rechercheurs binnen. 'Ik was even in de war,' zei ze verontschuldigend. 'Ziet u, ik wist niet dat iemand het wist. Van Alex en mij, bedoel ik.' Vanuit een ruime hal ging ze De Cock en Vledder voor de trap op en leidde hen naar een groot rechthoekig slaapvertrek. Het zag er ordelijk uit. Er slingerden geen kledingstukken en het bed was opgemaakt. Groen diffuus licht viel door de kieren van de luxaflex.
Ze wees naar een zitje in de hoek. 'Neemt u plaats.'
Vledder ging zitten. De Cock bekeek wat sceptisch de smalle fauteuiltjes en overwoog dat ze te klein waren voor zijn omvang. Hij negeerde haar aanbod en ging op de rand van het bed zitten. 'Hoe wist u van zijn dood?'
Ze antwoordde niet, liep naar een spiegel aan de wand en schikte iets aan haar haren. De kleine inspectie van haar spiegelbeeld scheen haar zelfvertrouwen te sterken. Ze schreed naar een van de fauteuiltjes en nam rustig plaats.
Haar aanvankelijke schrik leek voorbij. Haar bewegingen waren kalm, overwogen, haast methodisch.
'Hoe wist u van zijn dood?' herhaalde De Cock. Ze verschoof haar fauteuiltje iets naar achteren, sloeg haar slanke benen over elkaar en schudde haar haren los. Het was een pose, waarbij ze haar hoofd met schokjes bewoog en de welving van haar buste wat dieper in de wol van haar truitje drukte. 'Ik heb de verslagen over de moord in de kranten gelezen.' Haar stem klonk zacht, droevig. De Cock knikte begrijpend. 'Het moet voor u een hele schok zijn geweest.'
Ze schudde langzaam het hoofd. 'Het was geen schok meer. Het verbaasde mij niet eens. Ik was er volkomen op voorbereid.'
'Op voorbereid?'
Ze knikte met een ernstig gezicht. 'Ik wist het eigenlijk al. Ik wist het al voordat het in de krant stond.' De Cock keek haar fronsend aan. 'U wist het al vóórdat het in de krant stond?' vroeg hij verbaasd. Ze schonk hem een matte glimlach. 'Het is moeilijk uit te leggen. U zult het niet begrijpen.' 'Probeer het.'
Ze zuchtte diep. 'Ik had die dag een afspraak met hem.' 'De dag van zijn dood?'
'Ja. We zouden samen naar de schouwburg. We hadden dat al weken van tevoren afgesproken. Alex zou voor de kaartjes zorgen en ik zou hem ontmoeten om acht uur op het Damrak bij de Dam. Daar spraken we altijd af. Alex liet nooit op zich wachten. Nooit. Hij was altijd precies op tijd. Dat scheelde nooit een minuut.' Ze aarzelde even. 'Toen Alex die avond om acht uur niet verscheen, begreep ik dat er iets met hem was gebeurd.' Ze maakte een loom gebaar. 'Ik wist toen dat het geen zin had… dat ik niet langer behoefde te wachten. Alex zou niet komen… nooit meer. Toch ben ik op de hoek van de Dam blijven staan. Vreemd, doelloos. Eerst om tien uur ben ik naar huis gegaan.' Ze keek naar de rechercheurs op. 'De volgende morgen las ik in de krant dat Alex was gestorven… in een smerig politiebureau… vermoord.' Het klonk als een beschuldiging. De Cock ging eraan voorbij. 'Toen Alex Delszsen die bewuste avond niet verscheen… waarom bent u toen niet naar het dispuut gegaan om te informeren wat er aan de hand was?' Hij aarzelde even voor het effect. 'Of… eh, of liet uw relatie met de heer Delszsen dit niet toe. Ik bedoel, was de verhouding daarvoor niet intiem genoeg?' Er vonkte iets in haar ogen. 'Mijn relatie… zoals u dat noemt… met de heer Delszsen liet alles toe.' Ze sprak bits, scherp, met een bittere ondertoon. 'Alles, hoort u, alles. Alex en ik… we hielden van elkaar, begrijpt u, en dan zijn er geen taboes.'
De Cock wreef met zijn hand door zijn stugge haar. 'Een vreemd woord… taboes.'
Er vloog een blos over haar wangen. 'Kent u het niet?' riep ze fel.
De Cock knikte. 'Ja, ja,' zei hij traag, 'ik ken het. Het viel mij alleen op, dat u het gebruikte met betrekking tot uw relatie met de heer Delszsen. Dat is alles.'
Ria Kluffert kwam uit haar fauteuil, plotseling, vurig. In haar volle lengte rees ze voor De Cock op. 'Ik heb het recht mijn eigen leven te leiden.' Ze schreeuwde bijna. 'Niemand hoeft mij voor te schrijven wie ik lief mag hebben en wie niet.'
De Cock knikte. 'Zeker,' zei hij bedaard, rustig, 'dat is juist. Als u van Alex Delszsen hield, was dat uw goed recht. Volkomen. Ik ben wel de laatste die u daarover een verwijt zou willen maken. Het is volgens mij een goed ding dat jonge mensen de stem van hun hart volgen… een goed ding.' Hij pauzeerde even, trok lichtjes zijn schouders op. 'Daarom…' hij gebaarde in haar richting, 'daarom begrijp ik niet waarom u niet naar de Brouwersgracht ging toen Alex die avond op zich liet wachten. Hij kwam toch altijd op tijd… u dacht toch dat er iets was gebeurd… en u was toch bezorgd?'
Haar gezicht vertrok. 'Ja,' gilde ze, 'ik was bezorgd!' De Cock spreidde zijn beide armen. 'Wel, waarom ging u dan niet?' Ze keek De Cock een tijdje met grote ogen aan. Weifelend nog, onzeker. Ze proefde de vriendelijke onverzettelijkheid van die grote brede man voor haar op de rand van het bed. Ze begreep dat zijn vragen zouden terugkomen, onontwijkbaar, in een steeds dwingender vorm. Ze wist dat ze hem uiteindelijk niet zou kunnen weerstaan en besloot tot capitulatie. Zuchtend liet ze zich terugvallen in haar fauteuiltje en vouwde haar handen in haar schoot. 'Mijn broer…' haar stem klonk zacht, haast fluisterend, 'hij wilde niet dat ik met Alex omging. Hij mocht Alex niet.' Ze drukte haar sterke tanden in haar onderlip. 'Hij haatte hem.' De Cock keek haar scherp aan. 'Haatte… waarom?' Om haar lippen gleed een droeve glimlach. Haar lange slanke vingers friemelden aan het steile haar. 'Om mij… geloof ik, om Alex' interesse in mij… blond… blauwe ogen… blanke huid. Ik denk… ik denk dat hij bang was dat mijn… mijn reinheid zou worden bevlekt.' Het klonk uit haar mond bijzonder wrang, haast cynisch. 'Mijn reinheid…' ze grinnikte met een onderdrukte snik,'de dwaas… wat weet hij ervan.' Ze boog het hoofd en haar schouders schokten. De Cock liet haar even begaan. Hij dacht dat ze huilde. Maar toen ze naar hem opkeek, zag hij geen tranen. 'U ging die avond niet naar het dispuut omdat u bang was daar uw broer te ontmoeten.' Hij aarzelde even. 'Was dat de reden?'
Ze knikte traag. 'Ik wilde niet dat mijn broer wist dat ik nog met Alex omging. Hij had mij al een paar maal uitdrukkelijk gezegd dat het uit moest zijn. Alex was slecht, zei hij. deugde niet, had avontuurtjes met vrouwen van laag allooi. Het moest uit zijn, voorgoed. Als hij nog eens zou merken dat ik connecties met Alex onderhield, zou hij…' Ze zweeg abrupt. 'Dreigementen?'
Ze schoof met de rug van haar hand langs haar mond, wreef een veeg lipstick over haar wang. 'Ja,' hijgde ze, 'dreigementen.'
De Cock stond moeizaam op en begon door de kamer te stappen. Hij waggelde om het bed als een wat logge eend, de handen diep in de zakken van zijn broek, het hoofd voorover. Zijn gezicht stond ernstig. Er was iets dat hem niet zinde, dat hij niet begreep. In zijn gedachten ging hij het hele onderhoud met Ria Kluffert nog eens na, vanaf de eerste begroeting. De Cock kon dat. Hij had in de loop der jaren dat vermogen ontwikkeld, verder uitgebouwd, en een hoge graad van perfectie bereikt. Het leek een extra zintuig. Het flitste door zijn hoofd, flarden van zinnen, woorden, reacties, korte weifelingen, intonaties…
Achter haar fauteuiltje bleef hij staan en legde zijn handen op haar stevige schouders. Hij voelde de warmte van haar huid tintelen in de toppen van zijn vingers. Een zoete geur van viooltjes steeg uit haar haren op. Het bedwelmde hem een beetje. Over haar heen keek hij naar het middenpaneel van de grote klerenkast en vond haar spiegelend terug. Ze was mooi, stelde hij opnieuw vast, mooi en bijzonder sterk. 'U bent,' zei hij zacht vleiend,'een doortastend meisje, moedig en dapper. U lijkt mij niet de jonge vrouw die haar grote liefde zou verloochenen.' Hij pauzeerde even, peilde haar reactie. 'En Alex… Alex was toch uw grote liefde?' Ze slikte. 'Ik hield van Alex.'
De Cock zuchtte diep. Het deed hem pijn dat hij haar zo moest kwellen. Hij had het liever vermeden, maar zag geen andere mogelijkheid. 'Toch,' zei hij met een licht verwijt in zijn stem, 'toch liet u hem in de steek. Zelfs toen uw vrouwelijke intuïtie u zei dat er iets met hem was gebeurd, ging u niet naar het dispuut om te zien of hij uw hulp misschien nodig had.' Hij schudde droef het hoofd. 'Dat begrijp ik niet. Was u zó bang voor uw broers dreigementen?' 'Ja.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Wat kon hij u doen?' Onder zijn handen voelde hij haar lichaam trillen. Haar borst ging heftig op en neer.
'Wat kon hij u doen?' herhaalde De Cock dwingender. Ze beet op haar onderlip. 'Mij…' hijgde ze, 'mij niets.' 'U niets?' 'Nee.'
De Cock boog zich langzaam naar voren. Zijn lippen beroerden het blonde haar. 'Wie,' fluisterde hij,'wie dan wel?' Ze antwoordde niet.
De Cock klemde zijn vingers wat steviger om haar schouders en trok zijn mond in een vastberaden plooi. 'Waarom zegt u het niet,' vroeg hij dwingend. 'U weet toch wie Alex Delszsen heeft vermoord?' Ze knikte nauwelijks merkbaar. De Cock bracht zijn mond bij haar oor. 'Wie?' Ze boog het hoofd. Het lange blonde haar viel als een gordijn voor haar gezicht. 'Ernst… mijn broer.'