Het oude pandje van Brabantse Truus aan de Achterburgwal was een lief klein bordeeltje met een accommodatie voor drie hoertjes, die ieder een eigen vertrekje hadden, compleet met een zitje, een wasbak, een spiegel en een canapé. Alles netjes en onderhouden.
Brabantse Truus was eenskoon mens en de vrouwtjes die zij toestond in haar huusken mannen te plezieren, waren door haar met zorg gekozen. Reinheid en zindelijkheid waren bij die keuze een overweging. Natuurlijk lette zij ook op uitspringende vrouwelijke bekoorlijkheden. Tenslotte exploiteerde Brabantse Truus haar bordeeltje niet uit charitatieve overwegingen.
De Cock kende haar al heel lang. Ze was een van die hoerenwaardinnen met wie de politie nooit last had. Ze ontving de rechercheur in haar proper verblijfje, een soort kamerkeuken, waar ze alles bij de hand had… wisselgeld, zakjes condooms, servetjes en een zware ploertendoder voor extra lastige klanten, want Truus dreef de business alleen. De Cock legde zijn druipend hoedje op het aanrecht. 'Ik weet niet of ik bij jou goed ben.'
Ze keek hem ondeugend aan. 'Jij,' zei ze liefjes, 'jij bent bij mij altijd goed.'
De Cock glimlachte. 'Ik zoek Ella Rosseling.' Ze knikte voor zich uit. 'Ella Rosseling,' herhaalde ze zangerig, 'dat klopt, die zit bij mij. Heeft ze wat uitgespookt?' De Cock schudde het hoofd. 'Ik wil alleen even met haar praten.'
Ze stond op, schoof een gordijntje opzij en keek buiten in een spionnetje aan de muur. 'Je zult even moeten wachten. Ze heeft bezoek.'
De Cock knikte begrijpend. 'Kan het lang duren?' Brabantse Truus lachte. 'Dat hangt ervan af hoe lief het mannetje is.'
De Cock grinnikte. 'Je bedoelt,' verbeterde hij,'hoeveel geld hij bereid is uit te geven.'
Ze haalde haar schouders op. 'Nou ja… is dat niet hetzelfde?'
De Cock ging op het onderwerp 'lief mannetje' niet verder in, maar accepteerde gretig de koffie die Truus hem aanbood en ging aan haar tafeltje zitten. 'Melk en suiker?'
De Cock knikte. 'Het is geen weer voor de business,' stelde hij. 'Het giet buiten.'
Ze schonk room uit een zilveren kannetje. 'Och,' zei ze onderwijl, 'zij die hongeren komen toch wel.' Het klonk als een toepasselijke bijbeltekst. 'Je ziet het: al de meissies zijn bezet.'
De Cock slurpte behaaglijk aan zijn koffie. 'Hoe lang is ze bij je?'
'Ella Rosseling?' 'Ja'
'Bijna een jaar.'
'Waar komt ze vandaan?'
'Den Haag, geloof ik. Daar wonen haar ouders.'
'Meerderjarig?'
Ze grijnsde breed. 'Anders nam ik haar niet in huis.' 'Is ze getrouwd?'
'Nee.' 'Hoe oud?'
'Tweeëntwintig… pas geworden.' 'Een souteneur?'
Brabantse Truus trok haar gezicht in een verbeten plooi. 'Komt er bij mij niet in. Als ik merk dat de meissies een bikker aan de hand hebben, gaan ze er bij mij uit. Ik moet geen ellende in mijn huis.'
De Cock glimlachte om de felle toon. 'Heb je wel eens van ene Alex Delszsen gehoord?'
'Nee… wie is dat?'
'Een student, lang, knap, donker.'
Ze schudde haar hoofd. 'De naam zegt mij niets.' Ze schoof een stoel bij en ging bij hem zitten. 'Er kwam hier wel een student.'
'Bij Ella?' 'Ja.'
'Hoe heette die student?'
Truus dacht na. 'Dat weet ik niet meer. De naam is mij ontschoten. Maar het was geen Delszsen.' 'Kwam hij regelmatig?'
'Nou… regelmatig… ik denk dat hij hier een of twee keer is geweest.'
De Cock plukte aan zijn onderlip. 'Gek… dat je dat nog weet.'
Ze trok haar rond gezicht in een grijns. 'Wat wil je… ik heb hem eigenhandig buiten de deur gezet.' De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Zo… waarom? Was hij lastig?'
Ze stak haar dikke kin vooruit en snoof. 'Dat zou ik denken. Hij komt hier binnen en gaat direct Ella te lijf. Zo, zonder meer. Greep haar bij de nek. Ik zweer het je… hij had haar vermoord… als ik er niet direct bij was geweest. Verdomme… die jongen was compleet gek, woest, het schuim op zijn mond.'
'Ik heb er in de politierapporten niets van gelezen.' Brabantse Truus glimlachte. 'Hier in huis knap ik mijn karweitjes zelf wel op. Mans genoeg, zou ik zo denken.' Ze drukte haar zware boezem vooruit en toonde haar biceps. 'Ik heb geen politie nodig.'
De Cock grinnikte om het vertoon van macht. 'Waarom deed die jongen zo gek?'
Ze haalde haar mollige schouders op. 'Weet ik veel. Dat heb ik allemaal niet gevraagd. Hij was woest op Ella. Hij schold haar uit voor rotmeid, slet, hoer…' De Cock keek verwonderd. 'Die student?' Truus grijnsde 'Wat dacht je… dat die niet konden schelden?'
De Cock knikte ernstig. 'Er moet toch iets zijn geweest?' Brabantse Truus maakte een onverschillig gebaar. 'Dat moet je maar aan Ella vragen.'
'Mijn naam is De Cock…'
Ze lachte hem uitdagend toe. '…met ceeooceekaa,' vulde ze guitig aan. 'O, ik heb hier in de buurt hele verhalen over u gehoord. Van de meisjes dan… ze kennen u allemaal.' 'Een twijfelachtig genoegen.' Ze lachte. 'Vindt u?'
De oude grijze rechercheur stond op de drempel van haar kleine kamertje. Breed, massief. Zijn markante postuur vulde de hele deuropening. Vanuit de hoogte keek hij op haar neer. Ze zat rustig op de canapé, aan het eind, met haar rug tegen de muur. Ze had haar lange, slanke benen hoog opgetrokken, de armen om haar knieën geslagen. In haar felgroene ogen glansde de verleiding, professioneel, maar daarom niet minder opwindend.
De Cock streek met de rug van zijn hand langs zijn droge lippen. Met enige moeite trok hij zijn gezicht in een ambtelijke plooi. 'Ik kom eens met je praten.' 'Waarover?' 'Alex Delszsen.'
Ze veranderde plotseling van houding en toon. Ze sprong op, griste een kamerjas van de wand en trok hem aan. 'Wie heeft jou van Alex en mij verteld?' In haar stem trilde achterdocht. 'Die ouwe viezerik?'
De Cock gebaarde lachend. 'Wie is die ouwe viezerik?' Ella Rosseling klemde haar lippen op elkaar. Alex noemde hem zo… je weet wel, die oude man van het dispuut… die vent die daar alles regelt.'
De Cock knikte traag. 'Ik weet wie je bedoelt,' zei hij zacht. 'Maar die ouwe viezerik was het niet. De oude is dood. Hij stierf door hetzelfde gif dat een einde maakte aan het leven van Alex Delszsen.'
Ze schrok zichtbaar. 'O;' zei ze wat onthutst, 'dat… eh, dat wist ik niet, die oude man… dood. Wanneer? Goddorie… dat is wat. Verschrikkelijk. Ook vermoord?' De Cock antwoordde niet. Hij had ontkend haar naam van de oude Zorghdrager te hebben gekregen. Het was een bewuste leugen.
Ella Rosseling trok rimpels in haar voorhoofd, dacht na, snel, en trok een verkeerde conclusie. 'Dan moet Mannie het hebben verteld,' reageerde ze fel. 'Van Alex en mij, bedoel ik. Hij was de enige die het wist.'
De Cock keek haar aan. 'Wie is Mannie?'
Ze glimlachte. 'Het is een scheldnaam.'
'Van wie?'
'Emanuel… Emanuel Shepherd,die zogenaamde vriend van Alex.'
De Cock peilde de uitdrukking op haar gezicht. 'Zogenaamde…? Was Shepherd volgens jou geen echte vriend van Alex?'
Zij grijnsde en schoof het haar uit haar gezicht. 'Hij is een gluiperd.'
De Cock maakte een grimas. 'Dat klinkt niet vleiend.' Ze snoof verachtelijk. 'Die viezerik… hij had me bijna gewurgd… greep me hier in huis bij de keel… alleen omdat ik Alex had verteld wat een stumperd hij was.' De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Shepherd… een stumperd?'
Ze zuchtte diep. Haar boezem deinde op en neer. 'Ach ja,' zei ze wat wrevelig, 'het was stom van me. Ik had er beter niets van kunnen zeggen.' Ze schudde haar hoofd en trok haar kamerjas wat vaster om haar lichaam. 'Het was stom… gewoon hartstikke stom.'
Ze zweeg even.'Kijk… zie je,' vervolgde ze aarzelend,'meisjes zoals ik… wij willen ook wel eens wat. Zo is het toch?' Ze reikte iets voorover en klapte met haar vlakke hand op de canapé van haar werkkamertje. 'Dit… zie je, dit hier is business. Dat doet je niks. Daar sta je zelf eigenlijk buiten.' Ze glimlachte wat verlegen. 'En, zo ik zei, je wilt toch zelf ook wel eens wat. Ik ben tenslotte een gezonde vrouw, nietwaar.'
Ze zuchtte opnieuw. 'Bij Alex kon dat. Hij had daar begrip voor. Hij wist dat ik "in het leven" zat. Het kon hem niets schelen.'
Ze staarde wat dromerig voor zich uit. Haar gedachten verwijlden in een zoet verleden. Na een poosje ging ze verder: Alex Delszsen stelde Shepherd aan mij voor. "Mijn vriend Emanuel," zei hij, "we noemen hem Mannie.'"
Ze grijnsde wat droevig. 'Ik zag direct, dat hij geen vriend was.'
'Hoezo?'
Ze maakte een wrevelig gebaartje. 'Hij was te vriendelijk… te overdreven vriendelijk. Hij was vies… vleierig… kruiperig… glibberig. Begrijp je, het was allemaal niet echt. Nee… het stonk.'
Ze greep van het ronde tafeltje voor haar een pakje ongebanderolleerde Chesterfields en stak er een op. Haar vingers trilden. 'Ik kreeg wel gelijk. Een paar dagen later loopt die vriendelijke Shepherd langs de gracht en ziet mij zitten, hier, achter het raam. Hij wist natuurlijk niet dat ik in het leven zat. Ik zag zijn gezicht… één groot vraagteken. Hij bleef even voor het raam staan en kwam toen binnen… een grijns op zijn gluiperige smoel. "Wat kost het," vroeg hij.' Ze snoof verachtelijk. "Wat kost het…" ja, dat vroeg hij… de viezerik.'
Ze deed een felle haal aan haar sigaret. 'Ik had hem eruit moeten gooien… dat had ik moeten doen. Ik had hem moeten zeggen dat hij een deur verder moest gaan. Dat hij…' Ze maakte haar zin niet af. 'Je deed het niet,' zei De Cock gelaten. Ze schudde haar hoofd. 'Nee… ik noemde een gek hoog bedrag. Ik dacht: dat schrikt hem wel af. Maar hij haalde met een stalen gezicht zijn portefeuille tevoorschijn en legde het geld hier voor mij op het tafeltje.' 'En?'
Ze lachte wat vals… een blik van triomf in haar ogen. 'Het werd geen succes. Toen het erop aankwam, kon hij er niets van.' Ze grinnikte. 'Je had hem moeten zien, het jochie… Emanuel. Hij stond daar met een rood hoofd, halfnaakt, te schutteren in zijn onderbroek. De stumperd.' Al haar verachting lag in dat ene woord. 'Stumperd… ik heb me rot gelachen. Met zijn staart tussen zijn benen is hij vertrokken. Zijn poen heb ik hem nagegooid.'
De Cock keek haar onderzoekend aan. 'En dat heb je Alex verteld?'
'Ja.'
'En Alex?'
Ze trok haar linkerschouder op. 'Hij zal het wel hebben doorverteld, want een dag daarna kwam Shepherd als een halve gek hier binnenstuiven en wilde me vermoorden.' De Cock knikte traag. 'Vind je het gek?' 'Wat bedoel je?'
'Dat die jongen je wilde wurgen.'
Ze doofde haar sigaret in de asbak en keek langzaam op, haar felgroene ogen versluierd, haar mond halfopen. 'Nee,' zei ze zacht, hijgend, 'een man mag je niet dodelijk vernederen.'
De Cock nam afscheid en liep terug naar de deur. 'Zorg dat je vanavond om half elf aan de Kit bent.' 'Ik?' reageerde ze verwonderd. 'Ja.'
'Waarom?'
'Ik wil je verklaring op papier laten stellen. Bovendien heb ik nog een paar vragen over koffie.'
'Koffie?'
De Cock knikte ernstig. 'Nog op de dag van zijn dood was jij bij Alex Delszsen op bezoek en maakte koffie voor hem klaar. Herinner je je? Beneden in de keuken.' Er kwam een wilde blik in haar ogen. 'Nou en?' De Cock zuchtte. 'Koffie met veel suiker… het is niet zo moeilijk daar wat vergif door te mengen.' Hij pauzeerde even voor het effect. 'Je wist toch dat het de laatste keer was… Alex had een andere vlam.'