10

Vledder bekeek het beteuterde gezicht van De Cock en grijnsde breed.

‘Was het weer zover?’

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

‘Die man,’ sprak hij afkeurend, ‘moet nodig een cursus leidinggeven volgen.’

‘Wat had hij nu weer?’

‘Mevrouw Van Nibbixwoud heeft gisteravond laat Buitendam gebeld.’

‘Waarover?’

De Cock ademde diep om zijn woede lucht te geven.

‘Mijn werkwijze,’ legde hij uit, ‘beviel haar niet. De dood van twee van haar belangrijkste medewerkers, zo klaagde zij, scheen mij nauwelijks te interesseren. Mijn optreden getuigde van een grove nonchalance. Kortom: scherpe kritiek op de manier waarop ik de zaak behandel.’

Het gezicht van Vledder kleurde.

‘Is dat wijf eeuwig…’

De Cock wuifde afwerend.

‘Met krachttermen bereik je niets.’

Vledder zwaaide.

‘Heb je commissaris Buitendam verteld,’ riep hij opgewonden, ‘dat mevrouw Van Nibbixwoud jarenlang oogluikend heeft toegestaan dat in de kantoren van haar reclamebureau aan de Herengracht afschuwelijke kinderporno werd vervaardigd?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Dat leek mij niet de juiste tactiek,’ reageerde hij kalm. ‘Als ik aan het einde van deze affaire kan bewijzen dat zij medeschuldig is aan het vervaardigen van kinderporno, dan schakel ik de zedenpolitie wel in. De vraag die mij nu bezighoudt is… waarom doet ze dit… waarom die ongefundeerde kritiek? Wat wil ze daarmee bereiken?’

Vledder brieste.

‘Ik begrijp het,’ sprak hij geëmotioneerd. ‘Ik begrijp het volkomen. Zij wil bereiken dat wij beiden uit deze zaak worden gezet. Dat het onderzoek naar de moorden aan anderen wordt opgedragen.’

‘Waarom zou ze dat willen?’

‘Ik vermoed, dat Mathilde van Nibbixwoud tot de conclusie is gekomen, dat wij inmiddels te veel weten. Onze kennis over hetgeen zich onder haar hoede heeft afgespeeld, is, zo beseft zij, voor haar een gevaar gaan vormen.’

De Cock keek zijn jonge collega bewonderend aan.

‘Heel goed, Dick. Dat zou best eens het motief van haar handelen kunnen zijn. Maar dan schuilen achter deze affaire vermoedelijk meer mysteries… mysteries, die wij nog niet kennen.’

Vledder knikte De Cock bemoedigend toe.

‘Wat er ook gebeurt… wij laten ons uit deze zaak niet wegdrukken.’

De Cock glimlachte.

‘Ik ben er alweer overheen,’ sprak hij opgelucht. ‘Wat mij even stak, was het feit dat commissaris Buitendam die stomme kritiek van mevrouw Van Nibbixwoud zonder bedenken accepteert en die aangrijpt om tegen mij een vermanende toespraak te houden.’

Vledder lachte vrijuit.

‘Het zal de laatste niet zijn.’

De Cock nam de gulle lach over.

Ineens ging de deur van de grote recherchekamer open. In de deuropening verscheen de gestalte van een wat gezette man in een natgeregende doorschijnende plastic regenjas.

De Cock herkende Alex van de Boogaard.

De man liep op de grijze speurder toe.

‘Een vrolijke boel hier… opeenvolgende lachsalvo’s. Ik heb een paar maal geklopt, maar dat hebben de heren blijkbaar niet gehoord.’

De Cock gebaarde naar de stoel naast zijn bureau.

‘Ga zitten,’ sprak hij vriendelijk. ‘Sorry, dat wij ons even amuseerden.’


Alex van de Boogaard ontdeed zich van zijn natte plastic omhulsel en nam plaats. Hij steunde met zijn ellebogen op het bureaublad.

‘Op het kantoor aan de Herengracht,’ sprak hij somber, ‘doen ze geheimzinnig.’

De Cock keek hem verwonderd aan.

‘Geheimzinnig?’

Van de Boogaard knikte.

‘Mevrouw Van Nibbixwoud heeft het gehele personeel de straat op gestuurd.’

‘Wat?’

Van de Boogaard knikte opnieuw.

‘Er is een slotenman gekomen. Mevrouw Van Nibbixwoud gaat met Josee van de Weetering het bureau van Hendrik Zuiderman doorzoeken en daar mogen wij niet bij zijn.’

Van de Boogaard glimlachte.

‘Ik heb deze gelegenheid maar aangegrepen om even hier binnen te wippen. Vanmorgen was er al een man van uw dienst op ons kantoor. Die nam vingerafdrukken van dat bureau. Alles heel geheimzinnig.’

‘Is het bureau van Christiaan Adriaansen al door mevrouw Van Nibbixwoud doorzocht?’

‘Dat zal al zijn gebeurd. Van het bureau van Christiaan heeft ze een sleutel. De sleutel van het bureau van Hendrik was uit het kantoor van de heer Van Nibbixwoud verdwenen.’

De Cock knikte instemmend.

‘Hoe hebt u na Hendrik Zuiderman de dood van Christiaan Adriaansen ervaren?’

Het gezicht van Alex van de Boogaard betrok.

‘Ik vond het verschrikkelijk. Christiaan was een slome vent, maar ik had geen hekel aan hem. Het was wel plezierig om zo nu en dan met hem samen te werken.’

‘Had u zijn dood verwacht?’

Alex van de Boogaard antwoordde niet. Hij nam zijn ellebogen van het bureaublad, leunde achterover en stelde een wedervraag.

‘Hebt u Albert van den Heuvel al gesproken?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Die jongen is zoek.’

Van de Boogaard zuchtte.

‘Dat verbaast mij niets. Albert van den Heuvel had ook de pest aan Christiaan Adriaansen. En daarvoor had hij een gegronde reden.’

De Cock keek de man schattend aan.

‘U had de dood van Christiaan Adriaansen,’ stelde hij, ‘dus wel verwacht.’

Van de Boogaard knikte. Met zijn priemende bruine ogen keek hij naar de grijze speurder op.

‘Als Albert van den Heuvel verantwoordelijk is voor de dood van Hendrik Zuiderman,’ sprak hij traag, ‘dan is hij ook verantwoordelijk voor de dood van Christiaan Adriaansen.’

‘Daarvan bent u overtuigd?’

‘Absoluut.’

De Cock keek hem strak aan.

‘Uit ons onderzoek is tot nu gebleken dat vrijwel alle personeelsleden van het reclamebureau aan een of andere vorm van pornografie deden. Er werden knappe hoertjes van de Wallen benaderd en naakt gefotografeerd, en er werd op grote schaal kinderporno gefabriceerd.’

De Cock zweeg even voor het effect.

‘Alex van de Boogaard… wat was uw aandeel?’

De man liet zijn hoofd zakken.

De Cock wachtte geduldig op een antwoord. Toen dat na ruim een minuut nog niet kwam, herhaalde hij dwingend: ‘Alex van de Boogaard… wat was uw aandeel?’

Alex van de Boogaard richtte zijn hoofd op. Zijn gezicht zag grauw en zijn neusvleugels trilden. Nerveus plukte hij aan zijn snor.

‘Rechercheur De Cock,’ sprak hij ernstig en met een ondertoon van angst, ‘ik ben bang. Ik ben bang dat mij binnenkort hetzelfde overkomt als Hendrik Zuiderman en Christiaan Adriaansen.’

‘Te worden vermoord?’

‘Ja.’

De Cock boog zich naar hem toe.

‘Waarom?’

Van de Boogaard liet zijn hoofd weer zakken. Zijn ogen waren gesloten.

‘Ik was,’ sprak hij zacht, nauwelijks hoorbaar, ‘een van de medewerkers van de door Hendrik Zuiderman opgezette kinderpornoproductie.’


‘Je liet hem gaan?’

De Cock knikte.

‘Waarvoor had je hem willen vasthouden?’

‘Pornografie.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Pornografie is geen onderwerp voor ons,’ sprak hij met enig afgrijzen. ‘De affaire Hendrik Zuiderman en Marie van den Heuvel, waarbij hun zoon een rol speelde, dateert van ruim acht jaar geleden. Als ook Alex van de Bogaard daarbij betrokken was, dan is de zaak verjaard.’

Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

‘Het feit dat zijn naam nooit in die zaak is genoemd, zou dat ook het werk zijn van Mathilde van Nibbixwoud?’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Misschien was de inbreng van Alex van de Boogaard niet zo opvallend, misschien wisten maar weinigen dat hij daarbij betrokken was.’

‘Wat doen we met die bekentenis?’ vroeg Vledder.

‘We maken de zaak panklaar voor de zedenpolitie,’ zei De Cock. ‘Als wij deze moorden hebben opgelost, krijgt de zedenpolitie het gehele dossier. En dan is het aan hen wat ze ermee willen doen.’

Vledder maakte een grimas.

‘Denk jij dat wij die moorden ooit oplossen?’

De Cock keek zijn jonge collega verwonderd aan.

‘Hebben wij ooit een zaak laten zakken?’

Vledder maakte een wrevelig gebaar.

‘Deze affaire maakt mij kriegel. Mij bekruipt het angstige gevoel, dat wij hier nooit uitkomen. Soms heb ik het idee dat wij dicht bij de oplossing zitten, en dan zakt dat gevoel ineens weer weg.’

De Cock glimlachte.

‘We zijn pas een paar dagen bezig.’

Vledder trok een ernstig gezicht.

‘Hoe beschermen wij Alex van de Boogaard?’

‘Waartegen?’

‘Een moordaanslag.’

Het gezicht van De Cock betrok.

‘We kunnen hem niet beschermen. We kunnen moeilijk een post voor zijn deur zetten. Ik heb hem aangeraden om niemand binnen te laten. De moordenaar of moordenares zal echt niet van werkwijze veranderen.’

Vledder zuchtte.

‘Drie schoten, zittend tegenover het slachtoffer.’

De Cock knikte.

‘Precies. Als Alex van de Boogaard niemand in zijn woning toelaat, gebeurt er niets. Bovendien… hoe reëel is de gedachte dat hij zal worden vermoord? Hij stond niet, zoals Christiaan Adriaansen, als een vriend van Hendrik Zuiderman te boek. Integendeel.’

Vledder snoof verachtelijk.

‘Maar hij werkte wel met hem samen.’

De Cock grinnikte.

‘Geld dat dom is, maakt recht wat krom is. En pecunia non olet… geld stinkt niet. Er zal middels die pornografie veel geld zijn verdiend.’

De oude rechercheur zweeg even.

‘Ik vraag mij af,’ ging hij verder, ‘welk aandeel Peter van Waardenburg in die hele pornografieaffaire heeft gehad. Met hem hebben wij nog nooit gesproken. Hij is toch ook een oudgediende… een man van het eerste uur.’

Hij wees naar de telefoon.

‘Bel eens met mevrouw Van Nibbixwoud en vraag haar of zij die Peter van Waardenburg naar ons toe wil sturen.’

Vledder knikte en greep de hoorn.

Op dat moment kwam Marie van den Heuvel gehaast de recherchekamer binnenstappen. Ze liep met grote stappen direct op De Cock toe.

‘Hebt u al iets van mijn zoon gehoord?’

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

‘We hebben een telex verzonden, maar daar hebben wij nog geen reactie op gehad.’ Hij gebaarde naar de stoel naast zijn bureau. ‘Ga zitten,’ sprak hij kort.

Mevrouw Van den Heuvel nam plaats.

‘Ik maak mij ongerust.’

De Cock negeerde haar opmerking.

‘Waarom hebt u mij niet verteld,’ vroeg hij streng, ‘dat ook Alex van de Boogaard bij de pornoaffaire rond uw zoon was betrokken?’

‘Ik mocht Alex graag,’ antwoordde mevrouw Van den Heuvel. ‘Hendrik wist dat. Wij hebben destijds de afspraak gemaakt dat zijn naam buiten de zaak zou blijven. Zijn aandeel was ook niet zo groot.’

‘Wist Mathilde van Nibbixwoud dat ook Alex van de Boogaard bij de kinderporno betrokken was?’

Mevrouw Van den Heuvel schudde haar hoofd.

‘Dat vermoed ik niet.’ Ze grinnikte. ‘Mathilde was niet verliefd op Alex.’

De Cock keek haar onderzoekend aan.

‘Onderhoudt u nu nog een… eh, een relatie met Alex van de Boogaard?’

Mevrouw Van den Heuvel knikte instemmend.

‘Alex en ik hebben veel contact met elkaar… nog steeds. Ik kan rustig stellen dat wij vrienden zijn. Ook Alex maakt zich zorgen om mijn zoon Albert.’

De Cock boog zich iets naar haar toe.

‘Alex van de Boogaard is bang om… net als Zuiderman en Adriaansen… door Albert te worden vermoord.’

Mevrouw Van den Heuvel keek hem geschrokken aan.

‘Dat doet Albert niet,’ sprak ze stellig. ‘Geen denken aan. Ik begrijp niet hoe Alex tot die gedachte komt. Albert beschouwt Alex als een soort oom. Bovendien betwijfel ik of mijn zoon Albert weet van zijn aandeel in die kinderporno-affaire.’

‘Was hij niet bij de opnamen aanwezig?’

Mevrouw Van den Heuvel schudde haar hoofd.

‘Alex verzorgde de teksten bij de foto’s. Over de aard van die teksten hadden Hendrik en Alex vaak verschil van mening. Uit die tijd stamt de antipathie, die zij tegen elkaar koesterden.’

De Cock trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

‘Hoe was Peter van Waardenburg bij de zaak betrokken?’

Mevrouw Van den Heuvel keek hem niet-begrijpend aan.

‘Peter van Waardenburg?’ herhaalde ze.

De Cock knikte.

‘Hij is toch ook een oudgediende?’

Mevrouw Van den Heuvel trok haar schouders op.

‘Volgens mij was Peter van Waardenburg niet bij de kinderporno met mijn zoon Albert betrokken. Ik had dat moeten weten.’ Ze keek peinzend naar de grijze speurder op. ‘Hebt u daar bewijzen voor?’

De Cock glimlachte.

‘Het was een strikvraag om u een antwoord te ontlokken. Ik weet niets over de activiteiten van Peter van Waardenburg… nu of in het verleden.’

‘Peter deed in modellen.’

‘Naaktmodellen?’

Mevrouw Van den Heuvel grijnsde.

‘Naakt was het sleutelwoord in ons reclamebureau.’


Toen mevrouw Van den Heuvel uit de grote recherchekamer was verdwenen, wees Vledder naar de telefoon.

‘Ik heb gebeld. Mathilde van Nibbixwoud zal Peter van Waardenburg naar de Warmoesstraat sturen. Ze schat, dat het zo in de namiddag zal zijn. Eerst komt Josee van de Weetering naar ons toe om over de inhoud van het bureau van Hendrik Zuiderman te praten.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Is daar wat mee?’

‘Dat vermoed ik. Mevrouw Van Nibbixwoud heeft zich er niet over uitgelaten, maar ze deed nogal geheimzinnig.’

De Cock maakte een berustend gebaar.

‘We zullen wel zien.’

Vledder keek hem peinzend aan.

‘Ik heb tijdens jouw gesprek met Marie van den Heuvel intens zitten luisteren en toen kwam iets in mij op.’

‘Wat?’

‘Ze is kennelijk goed bevriend met die Alex van de Boogaard. Let wel, diezelfde Alex was de eerste die ons attendeerde op haar zoon Albert als mogelijke moordenaar. Toen jij haar later vroeg of zij Albert tot een moord in staat achtte, ontkende zij dat niet. Integendeel, ze liet die mogelijkheid open. O,God, riep ze, laat het niet waar zijn.’

De Cock keek hem gespannen aan.

‘Verder?’

Vledder ademde diep.

‘Zijzelf is de dader… mogelijk in combinatie met Alex van de Boogaard. Dat verwijzen naar zoon Albert is een manoeuvre om ons af te leiden. De motieven die voor zoon Albert gelden, gelden ook voor haar. Zij zal Hendrik Zuiderman hebben gehaat, zoals zij Christiaan Adriaansen moet hebben gehaat om de vieze spelletjes die hij met haar zoon deed.’

De jonge rechercheur stak zijn wijsvinger omhoog.

‘Zelfs het verdwijnen van Albert kan een opzetje van haar zijn om hem voor ons verborgen te houden voor een verhoor.’

De Cock knikte traag voor zich uit.

‘Hoe wil je dat bewijzen?’

‘Bij haar thuis kijken of ze in het bezit is van een vuurwapen… een Nagant.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Op basis van hetgeen wij nu weten, krijgen wij daar nooit toestemming voor.’

Vledder keek hem verwonderd aan.

‘Jij hebt toch dat apparaatje… dat apparaatje van Handige Henkie, waarmee jij elk slot de baas bent.’

De Cock keek hem lachend aan.

‘Ik dacht dat jij niet meer wilde dat ik dat apparaatje gebruikte?’

Vledder trok zijn mond strak.

‘Nood breekt wet.’

Загрузка...