Met de milde gloed van twee stevige cognackies in hun aderen verlieten de rechercheurs het etablissement van Smalle Lowietje en slenterden over de Achterburgwal. Het was op de Wallen beduidend drukker dan een uur tevoren. Een lange stoet behoeftigen schoof traag en zwijgend langs de vele uitstalramen.
De regen was opgehouden. Maar nog niet lang. Het water druppelde nog traag van de bomen aan de walkant en kleefde vettig aan de vele geveltjes van de seksbusiness in vol bedrijf.
De Cock ontdekte achter de ramen van de peeskamertjes een reeks nieuwe gezichten. Hij bekeek ze aandachtig. Het leek hem toe, dat de dames steeds jonger in de prostitutie stapten.
In de rozerode etalages ontdekte hij jonge, smalle, nog niet volledig ontwikkelde lichamen en bedwong de lust om naar binnen te stappen en naar hun leeftijd te vragen, wetend dat hij toch met mogelijk valse identiteitspapieren zou worden misleid.
De oude rechercheur had in de loop der jaren het gedoe op de Walletjes zien veranderen van een vriendelijk ogend hoerenbedrijf voor boeren, burgers en buitenlui tot het keiharde red light district, waarmee Amsterdam zich aan de buitenwereld presenteerde. In zijn hart was hij daar niet blij mee.
Vledder blikte opzij.
‘Toen jij,’ vroeg hij peinzend, ‘jaren geleden die afpersingsaffaire voor de heer Van Nibbixwoud van dat reclamebureau Succes behandelde, heb jij toen iets van die pornobedrijvigheid gemerkt?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Totaal niet. Het was ook niet mijn taak om het bedrijf door te lichten. Ik ben slechts één keer in dat bureau geweest en dat was nog buiten kantoortijd. Bovendien waag ik het te betwijfelen of de heer Van Nibbixwoud van dat pornogedoe wist. Ik heb hem destijds ingeschat als een man die op een nette manier zijn zaken deed.’
Vledder grijnsde.
‘Ik denk toch dat het destijds een verkeerde inschatting van je is geweest. Hij moet iets van die porno hebben geweten. Het kan niet anders. Het gebeurde onder zijn ogen en onder zijn leiding.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Wellicht was het gewoon een illegaal onderonsje van het personeel?’
De oude rechercheur zweeg even en maakte zwaar zuchtend een verontschuldigend gebaar.
‘Nu moet ik je eerlijk bekennen,’ ging hij verder, ‘dat wij aan de Warmoesstraat ons nooit zo erg voor pornografie hebben geïnteresseerd. In de etalages van de seksshops lagen bij ons in het district altijd al schunnige blaadjes. Dat was gewoon. Daar keek geen hond naar om. Soms deed de zedenpolitie wel eens iets, maar zelden. En je moet bedenken… de grenzen van de toelaatbaarheid werden steeds verlegd. Ik herinner mij, dat de zedenpolitie eens vrachtwagens vol boeken van Lady Chatterly’s lover als pornografie in beslag nam. Dat is nu bijna kinderlectuur.’
Vledder lachte.
‘Bijna.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Bovendien… in de buurt van de Wallen had niemand interesse voor kinderporno.’
‘En als dat wel was opgedoken?’
De Cock antwoordde fel.
‘Dan zouden er beslist acties zijn gekomen… direct vanuit bureau Warmoesstraat of via de zedenpolitie.’
De oude rechercheur wuifde om zich heen.
‘Ik vind sommige meiden achter de ramen tegenwoordig ook veel te jong. Ik zal daar toch eens met de zedenpolitie over babbelen. We moeten hier geen oosterse toestanden hebben met jonge kinderen in de prostitutie.’
‘Zou de zedenpolitie dat kunnen keren?’
De Cock reageerde emotioneel.
‘Dat moet.’
Een tijdje slenterden ze zwijgend verder.
Bij de Oude Kennissteeg namen ze de brug naar het Oudekerksplein. De Cock liep plotseling links de Sint Annendwarsstraat in. Vledder kwam hem na.
‘Waar ga je heen?’
‘Naar de Dollebegijnensteeg.’
‘Wat is daar?’
‘Daar woont Blonde Klaartje.’
Vledder grijnsde.
‘En wie is Blonde Klaartje?’
De Cock wees voor zich.
‘Een vrouwtje uit de business, ik heb haar wel eens in fullcolour naakt op een kalender zien staan.’
Met De Cock voorop hesen de rechercheurs zich langs een smalle houten trap omhoog. Op het portaal van de eerste etage klopte de grijze speurder op de toegangsdeur. Een vrouwenstem riep: ‘Wie is daar?’
De Cock antwoordde niet. Hij deed eenvoudigweg de deur open en bleef breed lachend in de deuropening staan.
Een knappe jonge vrouw met zacht fluorescerende groene ogen en lang lichtblond golvend haar kwam half uit haar fauteuil omhoog. Ze droeg een zwartzijden kimono waarop flamenco’s in fleurige borduursels.
Blij verrast keek de vrouw op.
‘De Cock,’ riep ze lachend, ‘ouwe politieschooier. Leuk, dat ik je weer eens zie. Waar zat je al die tijd. Ik schat dat ik je in jaren niet heb ontmoet. Kom je mij eindelijk eens arresteren?’
De oude rechercheur grinnikte. Hij duimde over zijn schouder.
‘Ik heb een hulpje meegenomen.’
Hij stapte verder het kamertje in. Vledder volgde en deed de deur achter zich dicht.
Blonde Klaartje bekeek de jonge rechercheur met kennersblik.
‘Een knap gozertje,’ concludeerde ze bewonderend. ‘Compleet… met alles erop en eraan.’
De Cock knikte.
‘Ik zoek ze tegenwoordig zelf uit,’ grapte hij.
Blonde Klaartje hield haar hoofd iets schuin.
‘Kom je mij echt arresteren?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Meid… zelfs al had je een gruwelijke moord gepleegd, dan zou ik het nog niet over mijn hart kunnen verkrijgen om jou in de petoet te stoppen.’
Blonde Klaartje wendde zich tot Vledder.
‘Hoor je die ouwe?’ sprak ze grijnzend. ‘Ik bezweer het je… als het hem zo uitkomt, stopt hij zijn eigen moeder nog in de bak.’
Vledder reageerde niet.
De Cock liet zich in een gebloemde fauteuil zakken en legde zijn hoedje naast zich op het hoogpolig tapijt.
Blonde Klaartje nam tegenover hem plaats.
‘Nog steeds achter de misdaad aan?’
De Cock knikte.
‘Mijn noodlot.’
‘Wanneer ga je met pensioen?’
De Cock maakte een schouderbeweging.
‘Ik moet nog een paar jaartjes mee.’
Blonde Klaartje trok een grijns.
‘Zal ik jou eens wat vertellen, op de dag dat jij met pensioen gaat, steken ze in de buurt de vlag uit.’
De Cock lachte. Hij wist, dat het als grap was bedoeld. De oude rechercheur kende Blonde Klaartje al vanaf het moment dat ze als achttienjarige op de Wallen debuteerde. Zijn pogingen om haar uit de buurt te weren, mislukten. Blonde Klaartje wist wat ze wilde… makkelijk geld verdienen in de prostitutie.
‘Moet je niet werken vanavond?’
De vrouw schudde haar hoofd.
‘Ik krijg straks een nachtklantje… een lief oud mannetje, komt al jaren bij mij over de vloer, woont alleen en wil af en toe eens wat warms bij zich in bed.’
Ze maakte een schuivende beweging met duim en gekromde wijsvinger.
‘Het mannetje zit dik in de kluiten, kijkt niet op een paar snippen meer of minder.’
Ze lachte zachtjes.
‘Voor mij wordt het straks een makkie. Na het eerste nummertje valt hij al in een diepe slaap en is met geen trompet meer wakker te krijgen.’
De Cock blikte haar bewonderend toe.
‘Gauw verdiend.’
‘Zo is het.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Zonder verder dollen,’ sprak hij plechtig. ‘Ik wil iets van je weten.’
‘Wat?’
De Cock nam een kleine pauze.
‘Nog niet eens zo lang geleden,’ ging hij verder, ‘heb ik van jou in kleur een pracht van een naaktfoto gezien op een kalender.’
Blonde Klaartje knikte.
‘Dat kan wel kloppen.’
‘Wanneer is die foto gemaakt?’
‘Al een jaar of twee, drie geleden.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Zo lang al?’
Ze knikte opnieuw.
‘Sinds mijn vel niet zo strak meer om mijn lijf zit, vragen ze mij niet meer.’
‘Hoe ging dat?’
‘Wat bedoel je?’
‘Heb je jezelf ergens als model opgegeven?’
Klaartje schudde haar hoofd.
‘Ik zat op de Wallen achter het raam, kwam een mannetje naar mij toe, ik dacht een klantje. Het mannetje vroeg of ik bezwaar had tegen een naaktfoto. Ik zei: wat schuift het? Nou, het schoof.’
‘Veel?’
Klaartje grinnikte.
‘Ben jij van de belasting?’
‘Nee.’
Ze gniffelde.
‘Daar laat ik mij niet over uit.’
Ze schudde haar blonde hoofd.
‘Ik heb het destijds toch verkeerd aangepakt.’
‘Hoezo?’
‘Ik kreeg betaald voor de tijd dat ik poseerde.’
‘Dat is toch normaal?’
Blonde Klaartje trok een grijns.
‘Het was goed betaald, echt, ik was er destijds blij mee. Maar achteraf heb ik mij gerealiseerd, dat ik had moeten bedingen dat ze mij moesten betalen voor elke publicatie die ze uitbrachten. Ze maken nog steeds gebruik van die foto van mij. In bladen, advertenties, kalenders, noem maar op. Steeds kom ik dat naakte lijf van mij weer tegen. Maar ik krijg daar geen stuiver van.’
‘Waar is die foto destijds gemaakt.’
Klaartje zwaaide.
‘In een fotostudio… een onderdeel van het reclamebureau Succes.’
‘Aan de Herengracht?’
‘Precies.’
‘Wie was de fotograaf?’
Klaartje trok haar schouders op.
‘Er waren meer mannen met een camera.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Maar met wie had je een deal, wie had de leiding, met wie maakte je afspraken, wie betaalde je?’
‘Ene meneer Zuiderman.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘Die hebben we gisteren vermoord gevonden.’
De mond van Blonde Klaartje viel halfopen.
‘Allemensen… dus toch.’
De Cock keek haar niet-begrijpend aan.
‘Wat bedoel je met… dus toch?’
Klaartje schudde haar hoofd.
‘Die kerels daar met hun lampen en camera’s waren een stelletje viezeriken.’
Ze zuchtte diep.
‘Kijk, ik ben een hoer… al jaren. Als ik word betaald, word ik er niet heet of koud van als ze even aan mij frunniken. Bovendien is Willem, die vent van mij, niet zo heetgebakerd. Hij is wel wat van mij gewend. Maar er zijn meisjes en vrouwen die er niet tegen kunnen als vreemde handen aan hun lijf zitten. Vaak hebben dergelijke meisjes en vrouwen een mannetje achter zich staan met losse handjes… als je begrijpt wat ik bedoel?’
‘Je bedoelt,’ zei De Cock, ‘dat mogelijk een van die mannetjes met losse handjes verhaal is komen halen en dat de heer Zuiderman dat niet heeft overleefd.’
Blonde Klaartje knikte nadrukkelijk.
‘Dat zou best kunnen. Ik weet van vrouwen, die in de studio van reclamebureau Succes hebben geposeerd, dat ze grondig de pest aan die Zuiderman hadden. Hij belazerde hen ook met de poen.’
‘Namen?’
‘Van die vrouwen?’
De Cock knikte.
‘En van hun mannetjes met losse handjes.’
Klaartje boog zich gelaten voorover.
‘Je moet mij wel even de tijd geven. Maar ik zal zorgen dat je ze krijgt.’
Ze lachte plotseling.
‘Ik herinner mij… er liep daar in de buurt van die studio een meid rond, bloedmooi, echt een plaatje. Ik zei tegen die kerels: waarom laat je haar niet poseren? Daar win je prijzen mee. Toen zei een van hen, ik weet niet meer wie, dat is Josee en Josee is van de baas. Daar moeten wij met onze vingertjes vanaf blijven.’
Ze liepen vanaf de Dollebegijnensteeg en de Sint Annendwarsstraat terug naar het Oudekerksplein en vandaar via de Enge Kerksteeg naar de Warmoesstraat. Het was weer gaan regenen, vies, druilerig, kenmerkend voor het begin van een zachte maand december.
De Cock trok de kraag van zijn regenjas omhoog en schoof zijn oude hoedje iets naar voren.
Vledder keek hem van terzijde aan.
‘Geloof jij in die mannetjes met losse handjes?’
De Cock glimlachte.
‘Die zijn er. Ettertjes. Mannetjes die graag ruzie zoeken en daarin een motief vinden om klappen te kunnen uitdelen. Ik kan je er wel een paar aanwijzen.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Geen interesse.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Je moet aan dat begrip losse handjes overigens een ruime interpretatie geven. Het zijn niet alleen hun handjes. Het zijn mannetjes die ook voor een moord met een vuurwapen niet terugdeinzen.’
Vledder reageerde geprikkeld.
‘Ik bedoel… zie jij in zo’n mannetje een mogelijke verdachte voor de moord op Zuiderman?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik heb niet het idee, dat wij de dader uit die hoek kunnen verwachten. Toch mag je het niet geheel uitsluiten. We weten niet hoeveel klachten er in de buurt leven… welke trucs die Zuiderman met zijn modellen heeft uitgehaald.’
De oude rechercheur staarde even voor zich uit.
‘Het vreemde is, dat Smalle Lowietje over dit facet van de porno bij reclamebureau Succes met geen woord heeft gerept. Als er iets in die trant gaande was, of was geweest, dan had Lowietje ons daarover zeker ingelicht.’
Vledder bleef plotseling midden op de straat staan.
‘Die Josee, die bloedmooie meid die Blonde Klaartje in de buurt van de studio had opgemerkt, dat moet Josee van de Weetering zijn geweest.’
De Cock knikte.
‘Dat is Josee,’ herhaalde hij de woorden van Blonde Klaartje, ‘en Josee is van de baas. Daar moeten wij met onze vingertjes vanaf blijven.’
De oude rechercheur liep door.
Vledder kwam hem na.
‘Zouden die Josee en wijlen de heer Van Nibbixwoud een verhouding hebben gehad?’
‘Mogelijk.’
Vledder snoof.
‘Ook zij moet van de porno hebben geweten.’
De Cock knikte.
‘Daar heeft het alle schijn van.’
Hij zweeg even.
‘Er is nog iets geks in deze affaire. Christiaan Adriaansen noemt Hendrik Zuiderman een perfecte vent, die door eenieder zeer werd gewaardeerd. Ook Josee van de Weetering had niets dan lof — een intelligente man, excellente fotograaf met artistieke gaven — terwijl wij er inmiddels achter zijn gekomen dat die Zuiderman bepaald geen brave man was. Integendeel.’
Vledder grinnikte.
‘Reclamebureau Intellect was duidelijk verdeeld in twee kampen. Alex van de Boogaard en Hendrik Zuiderman hadden een pest aan elkaar. Zij hadden al eens met elkaar gevochten. En Peter van Waardenburg riep luid en duidelijk: als Zuiderman het wordt, maak ik hem van kant.’
De Cock zuchtte.
‘Mevrouw Van Nibbixwoud vond Hendrik Zuiderman als opvolger van haar man te sloom, te passief. En ook die kwalificatie klopt niet.’
Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen vanachter de balie met een kromme vinger. Het gezicht van de wachtcommandant zag rood.
‘Waar zaten jullie?’
De Cock keek hem verwonderd aan.
‘Had je ons nodig?’
Jan Kusters knikte heftig.
‘Ik ben al een uur bezig om jullie te pakken te krijgen.’
De Cock bezag de wachtcommandant met een wantrouwende blik.
‘Wat is er?’
Jan Kusters raadpleegde een notitie.
‘In de Van Heemskerckstraat nummer 707 op de tweede etage ligt het lijk van een man. De melding is van een vrouw.’
‘Wanneer?’
‘Ongeveer een uur geleden. Sindsdien heb ik stad en land naar jullie afgebeld.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Heb je de naam van die vrouw?’
Jan Kusters schudde zijn hoofd.
‘Ik heb het echt geprobeerd, maar ze was duidelijk te nerveus om haar naam te noemen. Ik denk dat ze mij door de commotie niet eens verstond.’
‘Wat heb je gedaan?’
‘Er een surveillancewagen heen gestuurd.’
‘En?’
De wachtcommandant zuchtte.
‘Het is duidelijk moord. De man heeft, net als die van gisteren, kogelwonden in zijn borst.’