Vledder lachte.
‘Hoe vind je die kreet: er-is-nog-nooit-een-vrouw-geweest-diemij-ongestraft-heeft-afgewezen.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Ik begin steeds meer interesse in die Gerard van Akkeren te krijgen. Na de dood van Aleida de Waal hebben wij niets meer van hem vernomen.’
‘Moet dat?’ vroeg Vledder quasi verbaasd. ‘We hebben hem toch geen meldingsplicht opgelegd.’
‘Na de gruwelijke moord op Anna-Marie de Graaf, met wie hij al enige tijd een verhouding had, vinden we hem terug bij Aleida de Waal, met wie hij blijkbaar ook iets moois heeft opgebouwd.’
Vledder lachte.
‘Dat heb je mooi geformuleerd.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Daarna verdwijnt hij. Ik had toch op z’n minst verwacht dat hij bij ons kwam informeren wat er met zijn Aleida was gebeurd.’
‘Misschien wist hij dat al?’
De Cock knikte instemmend.
‘Gerard van Akkeren heeft zeker de gelegenheid gehad om beide vrouwen te vermoorden. Hij is goedgebouwd, krachtig. Bovendien waren zij voor hem een makkelijke prooi. Blijkbaar vertrouwden de Tantetjes hem. Ik zoek alleen naar een motief.’
‘Het kon geen straf zijn omdat de vrouwen hem hadden afgewezen.’
De Cock trok een grijns.
‘Zowel Anna-Marie de Graaf als Aleida de Waal was duidelijk bereidwillig genoeg.’
‘Henriëtte Bakker noemde hem een griezel. Ik kon hem ook niet echt een adonis vinden. Waarmee imponeerde hij de beide Tantetjes?’
‘Zijn potentie? Hij was blijkbaar ook al bevriend met de vrouw van Pedro de Jaager.’
De oude rechercheur kwam plotseling uit zijn stoel omhoog.
‘Heb je genoeg benzine in de tank van de Golf?’
Vledder keek verrast naar hem op.
‘Bijna vol. Ik heb gistermorgen nog getankt. Waar wil je heen?’
De Cock slenterde naar de kapstok en wurmde zich in zijn oude regenjas.
Vledder kwam hem na.
Ik vroeg waar je heen wilde.’
De Cock draaide zich half om.
‘Naar Maarssen… horen of het alibi van Gerard van Akkeren klopt.’
De residentie van wijlen drugsbaron Pedro de Jaager bleek een kapitale villa aan de Vecht. Vledder reed eerst aan de villa voorbij en parkeerde daarna de Golf op enige afstand. De rechercheurs stapten uit en slenterden naar de oprijlaan. Het grind knarste onder hun voeten. De fraaie tuin, in lentetooi, oogde kleurrijk. Aan de bomen glom jong, sprankelend groen.
Vledder blikte bewonderend om zich heen.
‘Ik geloof dat ik ook in de drugs ga. Je kunt er iets moois aan overhouden.’
De Cock trok een grijns.
‘Geen pensioen.’
Via een imposant bordes bereikten ze de toegangsdeur en De Cock drukte op een koperen bouton. Een ding-dong dreunde door het huis. Het duurde enige minuten. Toen werd de deur geopend door een knappe blonde vrouw. Ze droeg een modieuze spijkerbroek en een zwarte trui, waarop een zilveren medaillon.
Met een blik van verbazing keek zij de beide mannen aan.
De oude rechercheur lichtte beleefd zijn hoedje en maakte een lichte buiging.
‘Mijn naam is De Cock… met… eh, met ceeooceekaa.’ Hij gebaarde opzij. ‘En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs, verbonden aan het politiebureau aan de Amsterdamse Warmoesstraat.’
De blik van de vrouw gleed van De Cock naar Vledder en terug.
‘Rechercheurs?’
De Cock knikte.
‘Speciaal van Amsterdam naar Maarssen getrokken voor een kleine babbel met u.’
‘Kunt u zich legitimeren?’
De Cock toonde zijn legitimatiebewijs.
‘In de regel,’ lachte hij, ‘vertrouwt men mij op mijn eerlijk gezicht.’
De vrouw keek hem strak aan.
‘Ik ben niet zo goed van vertrouwen… nooit geweest. Bovendien ben ik niet geïnteresseerd in een babbel… met wie ook.’
De Cock bracht zijn beminnelijkste glimlach.
‘Laat ik het dan formeel een verhoor noemen… een verhoor in verband met het verscheiden van Pedro de Jaager.’ Hij weifelde even. ‘U… eh, u bent… eh, u was toch zijn echtgenote?’
De vrouw knikte.
‘Dat was ik.’ Ze trok haar schouders op. ‘Pedro is dood. Wat valt er nog te vertellen?’
De Cock gebaarde voor zich uit.
‘Zullen we de discussie binnen voortzetten?’
Mevrouw De Jaager aarzelde even. Daarna deed ze de deur verder open en liet de rechercheurs binnen. Via een hal en een brede gang bereikten ze een ruim hoog vertrek met een prachtig uitzicht over de Vecht.
Ze wees naar een paar geriefelijke fauteuils.
‘Gaat u zitten. Zal ik iets te drinken halen?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ons bezoek is puur zakelijk.’
Hij liet zich in een fauteuil zakken en legde zijn hoedje naast zich op het tapijt.
Mevrouw De Jaager nam tegen over hem plaats.
‘U was toch de rechercheur,’ opende ze, ‘die de zaak tegen mijn man behandelde inzake een vermeende liquidatie?’
De Cock knikte.
‘Het onderzoek werd mij destijds door de afdeling Narcotica opgedrongen. Het bleek dat uw man onschuldig was. De jonge man die door zijn toedoen zou zijn geliquideerd, bleek springlevend. Kort nadat ik uw man in vrijheid had gesteld, werd hij op de afrit naar Maarssen neergeschoten.’
Mevrouw De Jaager grijnsde.
‘Wilt u nu van mij horen,’ vroeg ze honend, ‘wie dat heeft gedaan?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik weet inmiddels vrijwel zeker wie uw man heeft neergeschoten.’
De Cock keek haar onderzoekend aan.
‘Bent u nog niet door de recherche van de regio Gooi-en Vechtstreek ingelicht?’
‘Nee.’
De Cock knikte haar vertrouwelijk toe.
‘Dat zal dan een dezer dagen nog wel gebeuren. De jongeman die wij voor de moord op uw man verantwoordelijk achten, heeft inmiddels ook het leven gelaten. Hij werd met zijn eigen wapen afgemaakt.’
Mevrouw De Jaager keek hem wantrouwend aan.
‘Wat wilt u dan nog?’
De Cock vouwde zijn handen.
‘Ik heb,’ verzuchtte hij, ‘nog twee moorden in onderzoek. Moorden van een heel ander kaliber. Wurgmoorden op een paar vrouwen.’
Mevrouw De Jaager gebaarde voor zich uit.
‘Wat heb ik daarmee te maken?’
De Cock glimlachte.
‘Dat vraag ik mij af. Kort na de dood van uw man werd AnnaMarie de Graaf vermoord.’
Mevrouw De Jaager lachte.
‘Anna-Marie de Graaf… die heks. Een puur gemeen onmogelijk wijf. Geloof me… die hadden ze al jaren eerder koud moeten maken. Mijn man sprak met afgrijzen over haar. “Wat ik niet in mijn hoofd haal,” zei Pedro altijd, “fl ikt zij”.’
De Cock knikte.‘Ik heb sinds haar dood inderdaad weinig goeds over haar vernomen.’ Hij pauzeerde even… plukte aan zijn neus. ‘En Aleida de Waal?’
Mevrouw De Jaager grinnikte.
‘Een van de twee Tantetjes. Misschien net zo gemeen.’ Ze keek met gefronste wenkbrauwen naar de oude rechercheur op. ‘Ook zij?’
De Cock knikte.
‘Ook zij.’
Mevrouw De Jaager zuchtte diep.
‘De hemel zij dank.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik denk dat de hemel daar weinig mee te maken heeft. Ik denk ook niet dat ik hun moordenaar in die contreien moet zoeken.’
Mevrouw De Jaager keek hem schamper aan.
‘Dacht u,’ vroeg ze smalend, ‘dat ik weet in welke contreien u hun moordenaar moet zoeken? Bent u daarvoor uit Amsterdam gekomen?’
De Cock antwoordde niet.
‘Kent u Gerard Akkerman?’
‘Zeker.’
‘Intiem?’
‘Hij was een vertrouweling van mijn man… deed zaken met hem.’
‘En u?’
‘Wat?’
‘Hebt u een relatie met hem?’
Mevrouw De Jaager verzonk even in gepeins.
‘Gerard is voor vrouwen van mijn leeftijd een bijzonder aantrekkelijke man.’
De Cock knikte.
‘Dat heb ik gemerkt. Hij had omgang met Anna-Marie de Graaf en na haar dood vond ik hem vrolijk terug in het gezelschap van Aleida de Waal.’
Mevrouw De Jaager keek hem geschrokken aan.
‘Gerard?’
De Cock monsterde haar gezicht.
‘Had u dat niet verwacht?’
Mevrouw De Jaager schudde haar hoofd.
‘Ik hoopte na de dood van mijn man,’ sprak ze zacht, ‘aan Gerard enige steun te hebben. Ik heb zeker niet gedacht dat hij zou aanpappen met die twee vrouwen… vrouwen die ik zie als de moordenaressen van mijn man.’
‘U vermoedt dat zij de opdrachtgeefsters waren?’
‘Absoluut. Ze hebben er dikwijls mee gedreigd: Pedro, we-laten-je-nog-eens-een-keer-omleggen.’
De Cock boog zich iets naar voren.
‘Toen ik Gerard van Akkeren verhoorde over de wurgmoord op Anna-Marie de Graaf, gaf hij na enig aarzelen u, mevrouw De Jaager, op als alibi. Hij zou u die dag hier in Maarssen hebben opgezocht.’
De grijze speurder keek haar strak aan.
‘Klopt dat… was hij hier?’
Mevrouw De Jaager liet haar hoofd iets zakken.
‘Hij was hier.’
‘Wat kwam hij doen?’
Mevrouw De Jaager kwam met een ruk overeind. In haar donkere ogen gloeide een vervaarlijk vuur.
‘Wat hij kwam doen?’
‘Ja.’
Mevrouw De Jaager snoof verachtelijk.
‘Vragen wat het mij waard was als hij de Tantetjes om zeep zou helpen.’
‘En?’
‘U bedoelt?’
‘Wat was het u waard?’
Ze reden met hun Golf uit Maarssen weg. Het was weer gaan regenen. Fel, striemend, met korte windstoten. Vledder zette de ruitenwissers in de tweede versnelling. De Cock liet zich ver onderuitzakken en schoof zijn hoedje tot op zijn neus. De grijze speurder meed het zicht op de zwiepende ruitenwissers, die als een hypnose op hem werkten.
Vledder staarde nors voor zich uit. Het was druk op de A2, maar sinds de snelheidscontrole was verscherpt, verliep het verkeer vrij rustig.
De jonge rechercheur gniffelde.
‘Zo diep zat de haat niet bij haar. Het was mevrouw De Jaager geen cent waard.’
De Cock schoof zijn hoedje iets terug.
‘Dat zegt ze. En ik had ook niet anders verwacht. Mevrouw De Jaager kan moeilijk aan ons bekennen dat zij twee moorden financierde.’
Vledder lachte vrijuit.
‘Dat was leuk geweest. Dan hadden we haar onmiddellijk gearresteerd.’
‘Absoluut.’
Vledder blikte opzij.
‘Zou… eh, zou Gerard van Akkeren,’ vroeg hij weifelend, ‘mevrouw De Jaager inderdaad het aanbod hebben gedaan om de Tantetjes van kant te maken?’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Het is de vraag of ik mijn verhoor van mevrouw De Jaager goed heb opgebouwd. De beschuldiging kwam nadat ik haar had verteld dat Gerard van Akkeren relaties had aangeknoopt met zowel Anna-Marie de Graaf als Aleida de Waal. Die mededeling schokte haar zichtbaar.’
‘Rancune?’
De Cock knikte.
‘Het is zaak daar rekening mee te houden. Als mevrouw De Jaager zich door Gerard van Akkeren bedrogen voelt, dan kan de beschuldiging voortkomen uit wraak. Er zijn mensen die zo reageren.’
‘Wat doen we met Gerard van Akkeren?’
‘Als hij zich vandaag niet eigener beweging bij ons meldt, zetten we hem op de telex.’
‘Is dat wettelijk verantwoord?’
De Cock plooide zijn lippen in een tuitje.
‘Hij was huisgenoot van Anna-Marie de Graaf… en ze werd vermoord. Daarna was hij huisgenoot van Aleida de Waal… en ze werd vermoord. Als we de beschuldiging van mevrouw De
Jaager daarbij optellen, dan zal de offi cier van justitie het met ons handelen eens zijn.’
Ze reden Amsterdam binnen.
Vledder keek met een blijde blik om zich heen.
‘Zou jij in Maarssen willen wonen?’
De Cock glimlachte.
‘Een lieve kennis van mij woonde daar heel plezierig.’
Vledder snoof. ‘Maar zij is toch verhuisd. Geef mij maar Amsterdam.’
Vledder parkeerde de Golf op de steiger. De rechercheurs stapten uit en slenterden via de Oudebrugsteeg naar de Warmoesstraat. Het regende nog steeds. De Cock probeerde met het puntje van zijn tong een regendruppel van zijn neus te likken.
Het lukte niet. Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen met een kromme vinger.
De Cock liep op hem toe.
‘Wat is er… heb je buikpijn?’
De wachtcommandant keek hem verwijtend aan.
‘Gaan jullie direct naar huis?’
‘Hoezo?’
‘Er was hier vanavond een man uit Bodegraven die je wilde spreken. Hij zou over een uurtje terugkomen. Dat uur is bijna om.’
De Cock keek naar Vledder.
‘Hebben wij iets met Bodegraven?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘We hebben wat met Maarssen, maar daar komen we net vandaan.’
Ze draaiden Jan Kusters hun rug toe en liepen de trap op naar de tweede etage. Daar sloften ze de recherchekamer binnen. De Cock wees naar de computer op het bureau van Vledder.
‘Stop je het verhoor van mevrouw De Jaager nog even in dat ding?’
De jonge rechercheur lachte.
‘Je begint al aardig aan dat… eh, dat ding te wennen.’
De Cock antwoordde niet. Er werd op de deur van de recherchekamer geklopt en Vledder riep: ‘Binnen.’
De deur ging langzaam open en in de deuropening verscheen een steviggebouwde man. De Cock schatte hem op achter in de veertig. Hij droeg een bruin colbert van ruige tweed, waaronder een zwarte broek. Vriendelijk glimlachend stapte hij naderbij.
Achter zijn bril twinkelden een paar blauwe ogen.
De Cock begeleidde de man naar de stoel naast zijn bureau en liet hem plaatsnemen.
‘U bent de man uit Bodegraven?’
De man knikte gretig.
‘Mijn naam is Domburg,’ riep hij enthousiast, ‘Jaap Domburg.
Ik bestier in Bodegraven een assurantiekantoor. De Domburgen zitten al generaties lang in verzekeringen. Maar tegenwoordig verzorgen we ook hypotheken en leningen. We kunnen onze klanten nu veel beter van dienst zijn dan vroeger. Er komen steeds betere verzekeringsproducten op de markt.’
Hij sprak met de vrolijke, opgewekte toon van een vakman.
‘We regelen alles voor onze klanten, zelfs bankzaken, en als…’
Om de woordenstroom te stuiten, stak De Cock afwerend zijn handen omhoog.
‘U bent toch niet van Bodegraven naar Amsterdam gekomen,’ sprak hij lachend, ‘om mij een of andere verzekering aan te smeren?’
Jaap Domburg glimlachte.
‘Wij smeren geen verzekeringen aan. Wij geven een deskundig advies.’ Hij nam een krant uit een zijzak van zijn colbert en vouwde die open. Zijn gezicht gleed in een ernstige plooi. ‘Ik wilde eens met u praten over een overlijdensbericht in het ochtendblad. Twee vrouwen, van wie er een blijkbaar is vermoord.
Daar stond namelijk bij: door-moordenaarshand-van-ons-weggerukt.’
De Cock ademde diep.
‘Anna-Marie de Graaf en Aleida de Waal.’
Jaap Domburg knikte.
‘Dat zijn hun namen.’
De Cock keek hem strak aan.
‘Ze zijn beiden vermoord.’
‘Vreemd.’
‘Wat is daar voor vreemds aan?’
Jaap Domburg wees naar de rouwadvertenties.
‘Voor beide vrouwen is bij mijn assurantiekantoor een fi ks nabestaandenpensioen afgesloten. Pittige bedragen. Ik heb aanvankelijk getwijfeld of ik het wel zou doen, maar de maatschappij maakte geen bezwaren.’
‘Door wie?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Door wie werd dat nabestaandenpensioen afgesloten?’
‘Door hun echtgenoten.’
De Cock knikte met een grijns.
‘Een goede voorzorgsmaatregel. Hun echtgenoten zijn inmiddels beiden overleden… geliquideerd, in het jargon van de drugswereld.’
Het gezicht van Jaap Domburg versomberde.
‘Waren het drugsbaronnen?’
‘Zoiets. De dood van de vrouwen heeft voor de maatschappij een prettige bijkomstigheid. Zij behoeven geen pensioenen uit te keren.’
Jaap Domburg schudde zijn hoofd.
‘Dat speelt geen rol. De verzekeringen zijn afgekocht.’
‘Wanneer?’
‘Ruim een jaar geleden.’
‘Kan dat?’
‘Zeker. De dames kunnen dat pensioen afkopen.’
De Cock keek hem schuins aan.
‘Zijn die twee vrouwen persoonlijk naar Bodegraven gekomen om de zaak met u te regelen?’
Jaap Domburg schudde opnieuw zijn hoofd.
‘Ze stuurden iemand met getekende verklaringen.’
‘Wie was dat?’
Jaap Domburg griste met een routinegebaar een lederen agenda uit de binnenzak van zijn colbert en keek.
‘Van Akkeren… ene Gerard van Akkeren.’