16

Een trage, slome regen zakte mistroostig uit een laag, grauw wolkendek. Het zat zo diep, zo vast, dat het leek alsof het nooit meer zou veranderen, alsof het in Amsterdam verder eeuwig zou regenen.

De Cock trok de kraag van zijn jas omhoog en drukte zijn oude hoedje verder naar voren. In zijn zo typische slenterpas schuifelde hij over het grind van de oude begraafplaats Zorgvlied.

Het water droop van zijn gezicht.

Anna-Marie de Graaf werd begraven en De Cock had het gevoel dat hij er bij moest zijn, uit piëteit. De vraag of men haar dood moest betreuren, kwam niet in hem op. Als in haar leven het kwaad had overheerst, dan was zij inmiddels wel geoordeeld, door Hem, die alle feiten kende. Die kende hij niet. Hij had heel even met haar gesproken en later haar ontzielde lichaam gezien met een gedroogd cannabisblad op het voorhoofd.

De begraafplaats zag er triest en verlaten uit. De bloemen kleurden niet en zelfs de vogels hielden zich schuil. De Cock slenterde gebogen verder. Hij herinnerde zich dat hij eens onder exact dezelfde omstandigheden over het grind van Zorg vlied had gelopen. Maar dat was alweer jaren geleden.

Hij keek op en zag in de verte een jong stel. Ze stonden eenzaam onder een afdakje van de aula. Toen hij naderbij kwam, gleed een glimlach van herkenning over zijn gezicht.

‘Arno de Graaf,’ riep hij, ‘en onze lieftallige Stephanie van Bruggen.’

De oude rechercheur blikte om zich heen. ‘Verder is er niemand?’

Arno de Graaf schudde zijn hoofd.

‘Ik ben bij oom Alfred geweest en heb hem persoonlijk voor de begrafenis uitgenodigd. Ik had graag gewild dat hij zich met moeder in de dood wilde verzoenen.’

De jongeman schonk hem een trieste glimlach.

‘Hij weigerde te komen. Ik denk dat zijn verdriet over het verlies van zijn zoon Henry toch dieper zit dan hij toont.’

De Cock trok zijn schouders iets op.

‘Misschien slijt zijn haat en verdriet met de jaren.’

Arno de Graaf keek hem bewonderend aan.

‘U hebt de zaak mooi geklaard. Ik had nooit verwacht dat die advocaat erachter zat.’

Stephanie van Bruggen drukte zich dichter tegen haar vriend aan.

‘Arno heeft mij beloofd dat hij zich nooit meer met misdaad zal bezighouden.’

De Cock lachte.

‘Een heilzaam streven.’

‘Aanstaande zaterdag openen wij ons onze eigen bloemenzaak.

Wij hebben op een goede locatie een leuk pandje kunnen betrekken. Ik heb de nodige papieren en ik leer Arno alles over bloemsierkunst. Wist u, Arno is zeer artistiek.’

De Cock grijnsde.

‘Mag ik jullie de eerste opdracht gegeven?’

‘Graag.’

‘Stuur een mooi boeketje naar de vrouw van Jaap Domburg in Bodegraven. Met dank aan haar man.’

‘Afzender?’

‘De Cock.’

Stephanie van Bruggen keek naar hem op. Haar ogen twinkelden.

‘Met ceeooceekaa.’

Загрузка...