9

Vanaf de Realengracht sjokten ze in de druilerige regen via de Zandhoek en Bokkinghangen naar de slechtverlichte Zoutkeetsgracht. De Cock trok de kraag van zijn regenjas omhoog en schoof zijn oude hoedje naar voren. Het was stil op de gracht.

Aan de wallenkant tussen de bomen scharrelde een enkele rat en in de verte gleed op het IJ een statig passagiersschip met verlichte patrijspoorten in de richting van de stad.

De rechercheurs trokken de portieren open en stapten in hun trouwe Golf. Vledder, achter het stuur, startte niet. De jonge rechercheur blikte nors voor zich uit.

‘Wat moet die vent in Maarssen op bezoek bij de weduwe van Pedro de Jaager?’ vroeg hij nukkig. ‘Wat steekt daar achter?’

De Cock glimlachte.

‘Gerard van Akkeren zegt met haar en haar geliquideerde man bevriend te zijn geweest en dat hij haar nu in moeilijke uren wilde bijstaan.’

‘Geloof jij dat?’

De Cock reageerde verrast.

‘Waarom zou ik dat in twijfel trekken? Vermoedelijk waren Pedro de Jaager en Gerard van Akkeren compagnons in de drugshandel.’

‘De oude groep Tentakel?’

‘Precies.’

‘Hoe wil je de intieme belangstelling van Gerard van Akkeren voor Anna-Marie de Graaf en Aleida de Waal verklaren?’

‘Dat kan ik niet,’ antwoordde De Cock zacht en onzeker. ‘Wellicht speelt in die relaties liefde een rol. En dat is nu eenmaal een onpeilbaar fenomeen… verstandelijk niet te benaderen.’

Vledder wond zich op. De uitleg van De Cock bevredigde hem allerminst.

‘Zou Anna-Marie de Graaf hebben geweten dat haar nieuwe vriend relaties met Pedro de Jaager onderhield… weet Aleida de Waal dat? Pedro de Jaager was hun vijand. Volgens hun zeggen verloren beiden hun man door zijn toedoen.’

‘Mogelijk speelde en speelt die Gerard van Akkeren een dubbele verradersrol… was hij de man die moeder De Graaf waarschuwde dat Pedro de Jaager het op haar zoon Arno had voorzien… bezig was zijn liquidatie voor te bereiden.’

Vledder schudde vertwijfeld zijn hoofd.

‘Wat een ellende,’ riep hij kwaad. ‘Waarom hebben wij nooit eens een normale moord met een driftig ja-knikkende verdachte? Zijn we weer in een griezelig wespennest terechtgekomen. Wie kun je in deze vreemde zaak nog vertrouwen?’

De Cock gniffelde.

‘Dat is niet belangrijk. Voor ons geldt: wie vermoordde AnnaMarie de Graaf en wie haar troetelneef Henry Achterberch?’

Vledder keek hem fronsend aan.

‘Zie jij een verband tussen beide moorden?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Nog niet… niet duidelijk. Het is voor mij nog steeds kijken in koffiedik.’

Vledder grinnikte.

‘Daar ziet een gewoon mens niet veel in.’

De Cock negeerde de opmerking.

‘Ik ben wel erg benieuwd wie dat “vrouwmens” was dat vader Achterberch diep in de nacht belde dat er iets met zijn zoon was gebeurd. Hoe wist zij dat? Door eigen waarneming?’

‘Het was in ieder geval een vrouw die Henry Achterberch heeft gekend en zich gedreven voelde om zijn vader te waarschuwen.’

De Cock blikte opzij.

‘Schoot zij Henry Achterberch met zijn eigen kalasjnikov dood?’

Vledder trok zijn schouders op.

‘Zij kan het geweest zijn,’ sprak hij hoofdknikkend.

‘Zeker. En misschien was het helemaal geen moord… ging het fatale schot per ongeluk af.’

De Cock schudde resoluut zijn hoofd.

‘Ik heb de verwondingen van Henry Achterberch gezien. Een fataal schot per ongeluk kan, maar vijf kogels op een kluitje in de hartstreek…’ De oude rechercheur maakte zijn zin niet af.

Vledder maakte een hulpeloos gebaar.

‘Hoe vinden we haar? Via een advertentie in de krant: moordenares gevraagd, gelieve zich te melden bij het duo Vledder en De Cock?’

De oude rechercheur keek hem verwijtend aan. Hij kon het grapje niet waarderen. Met een bruusk gebaar wees hij naar het contactslot. ‘Zou je niet eens starten? Of wil je hier overnachten?’

Vledder bromde.

‘Waar wil je heen?’

‘Naar de steiger achter het bureau.’

‘En dan… nog plannen?’

De Cock grijnsde breed.

‘Ik wil naar mijn dierbaar etablissement.’

Vledder knikte gelaten.

‘Ik begrijp het… jouw dorstige keel snakt naar een cognackie.’

De rechercheurs slenterden op hun gemak vanuit de Oudebrugsteeg en de Warmoesstraat naar de Lange Niezel. Het druilerig regentje had het vallen van de avond vervroegd.

Kleurrijke lichtreclames spiegelden grillig in het natte asfalt.

Het was bijna intiem druk in de smalle straat. Flarden muziek waaierden uit de cafés en bij het sekstheater stonden mannen met donkere snorren geduldig in de rij.

Ze liepen rechtdoor, over het bruggetje van de Voorburgwal naar de Korte Niezel en vandaar rechtsaf de Oudezijds Achterburgwal op.

De seksbusiness fl oreerde. Achter vrijwel elk raam zaten schaarsgeklede vrouwen van velerlei fatsoenen, lonkend in diffuus, barmhartig rood licht. Ondanks de trage regen trok een leger van behoeftigen schuifelend aan hen voorbij.

De Cock keek om zich heen. Het beeld was hem vertrouwd. Zo nu en dan lichtte hij zijn hoedje voor een prostituee die hij in zijn lange loopbaan bij de recherche had leren kennen.

Op de hoek van de Achterburgwal en Barndesteeg schoven de beide rechercheurs door de donkerbruine, met leer afgezette gordijnen het schemerig intieme lokaaltje van vriend Smalle Lowietje binnen.

De tengere caféhouder kwam onmiddellijk achter zijn tap vandaan en liep blij verrast op De Cock toe. Zijn spitse muizensmoeltje glom van diepe genegenheid.

‘Welkom, welkom,’ kirde hij. ‘Kon je de weg naar mijn etablissement nog vinden?’

De Cock grijnsde.

‘Blindelings. Ik ging gewoon op de lucht af.’

Smalle Lowietje liep grinnikend voor hem uit naar de bar. ‘Je bedoelt,’ sprak hij half omkijkend, ‘de geur van een verrukkelijke cognac.’

De Cock hees zich naast Vledder op een kruk.

‘Zonder die paar schaarse zalige momenten,’ sprak hij pathetisch, ‘in het puike gezelschap van jou en een geurend glas cognac, Lowie, zou het leven voor mij dan nog draaglijk zijn?’

Smalle Lowietje keek hem glunderend aan.

‘Jij kunt van die mooie dingen zeggen,’ reageerde hij bewonderend. `Zo… eh, zo echt diepzinnig.’

Hij dook onder de tapkast en pakte de fl es Franse cognac Napoleon, die hij speciaal voor de grijze speurder gereserveerd hield.

Met precieze routinegebaren vatte hij drie blinkende diepbolle glazen en schonk behoedzaam in.

‘Nog van de oude voorraad.’

Hij zette de fl es neer, hief met zwier zijn glas en toostte.

‘Op de misdaad en… op De Cock.’

De grijze speurder lachte om de kreet.

‘Een een-tweetje?’

‘Beslist.’

Grijnzend pakte De Cock zijn glas en schommelde het in de holte van zijn hand heen en weer. Voorzichtig nam hij een slok. De warme gloed van de drank duwde de kille stijfheid uit zijn botten en spieren. Hij zette omzichtig zijn glas neer en boog zich vertrouwelijk naar voren.

‘Ken jij Arno de Graaf?’

Smalle Lowietje blikte even om zich heen.

‘Gladde Arno.’

‘Noemen ze hem zo?’

Smalle Lowietje knikte.

‘Zo glibberig als een aal. Hij en zijn neef Henry Achterberch zijn exemplaren van een nieuwe generatie misdadigers. Een slecht soort. Jongens die in hun puberteit al met een pistool tussen de broeksriem liepen.’

‘Gun for hire.’

‘Daar lijkt het veel op. Huurmoordenaars. Vooral Henry Achterberch heeft een slechte reputatie. Slechter nog dan zijn neef Gladde Arno. Hij bezit een Russische mitrailleur, die hij schaamteloos te huur aanbiedt. Hij kwam vroeger wel hier in mijn etablissement, maar ik heb hem de toegang geweigerd.

Jongetjes van dat kaliber zie ik niet graag om mij heen.’

De Cock wachtte even voor het effect.

‘Hij is vannacht met zijn eigen kalasjnikovgeweer vermoord.’

Smalle Lowietje grijnsde breed.

‘Daar kon je op wachten,’ riep hij opgewonden. ‘Daar kon je gewoon op wachten.’ Hij keek De Cock onderzoekend aan.

‘En moet jij zijn moordenaar vinden?’

De oude rechercheur zuchtte.

‘Dat wordt van mij verwacht.’

‘Ik zou maar niet zo erg mijn best doen.’

De Cock verwerkte het advies gelaten. Hij nam nog een slok van zijn cognac en vroeg niet verder.

‘Ik heb nog een tweede moord op mijn nek,’ sprak hij achteloos.

‘De moeder van Arno de Graaf. We hebben haar gewurgd in haar appartement gevonden.’

Smalle Lowietje keek hem meelijwekkend aan.

‘Je zit in een mooie hoek.’

De Cock gniffelde.

‘De hoek waar de klappen vallen?’

Lowietje knikte instemmend.

‘Let maar eens op,’ sprak hij somber. ‘Er vallen nog meer doden.’

De Cock keek hem schuins onderzoekend aan.

‘Kun je mij een paar noemen?’ vroeg hij met een grijns. ‘Dat bespaart mij een hoop werk.’

Smalle Lowietje schudde zijn hoofd.

‘Dat is niet te voorspellen.’

De Cock zette zijn glas neer.

‘Enig idee in welke sector ik de moordenaar van moeder De Graaf moet zoeken?’

Lowietje knikte traag.

‘De drugshandel.’

De Cock keek hem ongelovig aan.

‘De drugshandel?’

Smalle Lowietje boog zich iets naar hem toe.

‘Moeder De Graaf was berucht. Na de liquidatie van haar man nam zij, geholpen door haar vriendin, de handel in hasj ter hand. De twee Tantetjes schrokken nergens voor terug. Gesteund door hun twee neven als beschermengelen gingen ze de concurrentie met Pedro de Jaager en zijn Tentakels aan.’

‘Pedro de Jaager sneuvelde.’

Smalle Lowietje knikte.

‘En weet jij,’ vroeg hij gniffelend, ‘waar je zijn moordenaar moet vinden?’

De Cock keek de tengere caféhouder secondenlang aan. Toen nam hij nog een slok van zijn cognac. Een antwoord gaf hij niet.

Met de warme tinteling van de cognac in hun bloed verlieten de rechercheurs het lokaaltje van Smalle Lowietje en slenterden in de richting van de Warmoesstraat. Het regende nog steeds en de hoertjes op de Wallen hadden het druk. Blijkbaar vormde het druilerige weer geen belemmerende factor voor de potentie.

Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen van achter de balie.

De Cock liep op hem toe. Waarschuwend stak hij zijn rechterwijsvinger omhoog.

‘Jan,’ riep hij luid, ‘als je weer een lijk te melden hebt, ga ik gillen.’

De wachtcommandant schudde zijn hoofd.

‘Boven zit een jonge vrouw op je te wachten. Al zeker een uur.

Ik heb haar gezegd dat ik er geen notie van had wanneer jij aan het bureau zou terugkomen, maar dat kon haar niet schelen.’

‘Wie is ze?’

Jan Kusters trok zijn schouders op.

‘Ik heb haar naam niet gevraagd, maar ik meen dat ze al eens een keer bij jou is geweest.’

‘Lang geleden?’

‘Een paar dagen.’

De Cock draaide zich om en liep de stenen trappen op naar de tweede etage.

Vledder volgde.

Op de bank bij de deur naar de grote recherchekamer zat Stephanie van Bruggen. Toen ze De Cock in het oog kreeg, stond ze op en liep op hem toe.

‘Ik moet u dringend spreken.’

De oude rechercheur keek haar schattend aan. Stephanie van Bruggen zag er vermoeid uit. De huid van haar gezicht zag slap en vaal. Uit haar fraaie donkere ogen was de schittering verdwenen.

‘Wat is er met je gebeurd?’ vroeg hij bezorgd. ‘Het lijkt of je nachten niet hebt geslapen.’

Stephanie knikte traag.

‘Dat klopt. Ik heb wat nachtrust gemist.’

De Cock vroeg niet verder. Hij ging haar voor naar de grote recherchekamer en liet haar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Met zijn regenjas nog aan ging hij bij haar zitten.‘Wat is er zo dringend?’ vroeg hij vriendelijk.

Stephanie liet haar hoofd zakken. Haar zwarte haren gleden als een gordijn voor haar gezicht.

‘Arno is bang.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Hij heeft het mij gezegd.’

‘Jij hebt hem gesproken?’

‘Ja.’

‘Waar?’

Stephanie richtte haar hoofd op.

‘Dat zeg ik niet,’ antwoordde ze opstandig. ‘Ik wil niet dat u hem arresteert.’

‘Waarom zou ik?’

Stephanie bedwong opkomende tranen.

‘Dat is een gemene vraag,’ snikte ze. ‘U weet best waarvoor u hem wilt arresteren. Arno is bang. Over twee dagen wordt zijn moeder begraven en hij weet heel zeker dat u aan haar graf zult staan.’

De Cock knikte.

‘Als blijk van deelneming.’

Stephanie zuchtte diep. Met betraande ogen keek ze naar hem op.

‘Waarom plaagt u mij zo?’ riep ze huilend. ‘Het is mijn schuld dat u denkt dat Arno zijn neef Henry Achterberch heeft vermoord. Ik heb u gezegd dat ik daar zo bang voor was… dat Arno opvliegend van aard is… een jongen met een exploderend temperament. Maar Arno heeft het niet gedaan.’

‘Hoe weet je dat?’

Stephanie liet haar hoofd weer zakken.

‘Arno was bij mij.’

‘De hele nacht?’

Stephanie knikte.

‘De hele nacht.’

De Cock hield zijn rechterhand onder haar kin en drukte haar gezicht omhoog.

‘Een vriend van jouw vader,’ sprak hij gedragen, ‘een oud-collega van mij… roemde mij om mijn betrouwbaarheid als mens en politieman. Jij vond dat een voldoende waarborg om in alle openheid met mij te praten. Welke waarborgen heb ik als je mij vertelt dat Arno de hele nacht in jouw gezelschap was… welke waarde moet ik aan dat alibi hechten?’

Stephanie draaide haar hoofd weg.

‘Waarom maakt u het mij zo moeilijk?’ zei zij opnieuw. ‘Ik hou van Arno. Is dat zo vreemd? Ik wil hem niet kwijt. Ik wil niet dat hij voor jaren de gevangenis in gaat.’

Het verdriet van de jonge vrouw deed De Cock pijn.

Hij nam een korte pauze en zette zijn tanden in zijn onderlip.

‘Arno,’ sprak hij zacht, ‘was dus niet de hele nacht bij jou.’

Stephanie schudde traag haar hoofd.

‘Arno was niet bij mij… Arno was helemaal niet bij mij. Ik heb u voorgelogen… uit wanhoop, uit verdriet. Ik verzon maar wat. Op het moment dat ik het zei, wist ik dat u mij niet zou geloven.’

‘Ik geloofde het niet,’ antwoordde De Cock vriendelijk. ‘Maar ik begreep het wel. Als je oprecht van iemand houdt, ben je tot veel bereid. Ik weet ook dat je de hele nacht wanhopig naar Arno hebt gezocht.’

Stephanie draaide haar gezicht naar hem toe. Met een blik vol wantrouwen keek ze hem aan.

‘U weet dat ik de hele nacht naar Arno hebt gezocht?’

De Cock knikte.‘Dat weet ik.’

‘Hoe?’

De Cock antwoordde niet. Hij boog zich ver naar haar toe.

‘Jij wilde voor alles voorkomen,’ sprak hij zacht en dwingend, ‘dat Arno zijn neef Henry zou vermoorden. Je wist dat je hem dan voor jaren kwijt zou zijn. In wanhoop heb je alle plekken afgelopen, waar maar een mogelijkheid was dat je Arno zou treffen.’

De Cock laste een pauze in en keek Stephanie strak aan.‘Je herinnerde je,’ ging hij verder, ‘een oude schuur in de Houthaven aan de Archangelkade. Daar ging je heen. Er brandde licht in die schuur en…’

Stephanie sloeg haar handen voor haar gezicht en gilde. Het geluid resoneerde tegen de kale wanden van de recherchekamer.

‘Hij was al dood… hij was al dood… hij was al…’

Ze herhaalde het als een echo.

Загрузка...