De Cock keek de jongeman voor zich onderzoekend aan. ‘Wat is er met Gerard?’
Maurice van Nederveld zuchtte diep.
‘Moeder was bang voor Gerard.’
‘In welk opzicht?’
‘Ze was bang dat hij haar iets zou aandoen.’
De Cock reageerde verwonderd.
‘Evelien vertelde mij dat Gerard erg op zijn moeder was gesteld.’
Maurice schudde zijn hoofd.
‘Dat ziet Evelien verkeerd. Het leek alsof Gerard erg op haar was gesteld, maar het was geen echte liefde of aanhankelijkheid.’‘Wat was het dan wel?’
Maurice aarzelde.
‘Onze vader hield zich niet zo intensief met het gezin bezig.’ De Cock glimlachte.
‘Hij had andere beslommeringen?’
Maurice knikte nadrukkelijk.
‘Zijn ontembare verzamelwoede. Voor zijn gezin had hij geen tijd en geen interesse. Gerard is mijn oudste broer. Hij was nog betrekkelijk jong toen hij in wezen de taak van vader in het gezin overnam. Hij regeerde ons. En hij regeerde moeder. Gerard was zo dominant, dat er voor moeder weinig ruimte overbleef.’ De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘U bedoelt dat uw broer Gerard in het gezin op den duur ook de taak van moeder overnam… dat alle belangrijke beslissingen in feite door hem werden genomen?’
‘Zo ongeveer,’ stemde Maurice in. ‘Moeder was geheel van hem afhankelijk… durfde zonder hem niets te ondernemen. In een vertrouwelijk moment heeft ze zich bij mij over Gerard beklaagd. Ze zei toen: “Als ik niet doe wat hij zegt, vermoordt hij me.”’ De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat lijkt niet op aanhankelijkheid of liefde.’
‘Dat was het ook niet.’
De Cock trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
‘Wanneer vond dat vertrouwelijke gesprek plaats? Was dat voor of na de dood van uw vader?’
Maurice dacht even na.
‘Dat zal, denk ik, een jaar voor de dood van vader zijn geweest. Ik weet niet meer wat het geschilpunt was. De tweeling… Marcel en ik werden altijd overal buiten gehouden. Alleen Evelien speelde wel eens op. Zij had een hekel aan Gerard. Van kinds af aan. Dat escaleerde later toen Gerard zich ook nog eens met haar liefdesaffaires ging bemoeien.’
‘Dat deed hij?’
Maurice knikte.
‘Hij was er fel op tegen dat Evelien met Eduard van Wezep trouwde. Hij vond hem een vent van niks en weigerde hem thuis te ontvangen.’
‘Een huistiran?’
‘Dat was hij… vooral wanneer hij meende dat hij het gelijk aan zijn kant had.’
‘Evelien zette door?’
Maurice knikte opnieuw.
‘U moet de houding van Evelien goed begrijpen. Zij zag Gerard als een verlengstuk van moeder… of moeder als een verlengstuk van Gerard. Zij verzette zich altijd tegen die twee en nam het op voor vader. Ik vermoed dat ze daarom denkt dat die twee iets met de dood van vader te maken hebben.’
‘In combinatie?’ vroeg De Cock.
‘Hoe bedoelt u dat?’
‘Beiden… gezamenlijk… eendrachtig?’
‘Ik… eh,’ sprak Maurice aarzelend, ‘ik kan mij dat niet zo goed voorstellen. Daarom ben ik nooit op de suggestie van Evelien ingegaan. Ik vond het een absurd idee dat moeder en Gerard samen verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van vader.’ De Cock knikte begrijpend.
‘Toen ik u zei dat uw moeder door misdrijf om het leven was gekomen, riep u spontaan Gerard. Het was een rauwe kreet… zonder enige overdenking uitgesproken. Denkt u oprecht dat Gerard uw moeder heeft omgebracht?’
Maurice frommelde nerveus aan de zoom van zijn jack. ‘Dat… eh, dat durf ik niet zo te zeggen. De gedachte dat Gerard het had gedaan kwam ineens bij mij op. Ik… eh, ik heb daar geen verklaring voor. Ik denk aan hetgeen moeder tegen mij zei.’
De Cock gebaarde in zijn richting.
‘U bedoelt haar woorden: Als ik niet doe wat hij zegt, vermoordt hij mij?’
Maurice knikte.
‘Misschien dat moeder eindelijk eens een eigen beslissing heeft willen nemen… en uitvoeren.’
De Cock keek de jongeman secondenlang aan.
‘En dat,’ sprak hij ernstig, ‘werd haar dood.’
Toen Maurice van Nederveld uit de grote recherchekamer was vertrokken, zwaaide Vledder met zijn armen.
‘Wat een familie,’ riep hij geschokt.
De Cock lichtte zijn schouders iets op.
‘Zo zijn er wellicht duizenden,’ sprak hij achteloos. ‘Spanningen in een gezin leiden zelden tot moord. Gelukkig maar. Anders was het cellentekort in ons land nog groter.’
Vledder trok een bedenkelijk gezicht.
‘Ik heb toch het gevoel dat het motief voor de moorden ergens anders ligt.’
‘Niet in de familie?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Daarbuiten… relaties die de heer en mevrouw Van Nederveld hadden buiten familieverband.’
‘Hoe?’
Vledder reageerde geprikkeld.
‘Geen flauw idee,’ riep hij bruusk. ‘Misschien waren ze lid van een club, een sekte, een geheim genootschap. Weet ik veel.’ De Cock schudde zijn hoofd.
‘Uit hetgeen wij tot nu te weten zijn gekomen, blijkt dat de heer en mevrouw Van Nederveld ieder een eigen leven hebben geleid. Uit niets spreekt een gezamenlijke aanpak of interesse. Ze hebben beiden een paar kinderen verwekt. Wellicht was dat de enige harmonie in hun huwelijk.’
Vledder gniffelde om de formulering.
‘En voor hun huwelijk?’
De Cock krabde zich achter in zijn nek.
‘Dat ligt zo ver in het verleden, dat uit die tijd nog moeilijk een motief kan stammen. Gerard, hun oudste zoon, loopt al tegen de veertig.’
Vledder reageerde emotioneel.
‘Als we ervan uitgaan,’ riep hij opgewonden, ‘dat ook de heer Van Nederveld werd vermoord, dan vraag je je toch af waarom dat echtpaar moest sterven.’
De Cock knikte met een ernstig gezicht.
‘Aan ons de taak,’ sprak hij plechtig, ‘om op die vraag een antwoord te vinden. De modus operandi{Modus operandi: werkwijze.} is vrijwel identiek. Wat mij intrigeert is dat interval van ruim een jaar.’
Vledder zuchtte.
‘Misschien was de recente moord op mevrouw Van Nederveld wel een uitvloeisel van de moord op haar man een jaar daarvoor.’
De Cock knikte instemmend.
‘Dat lijkt mij een vruchtbare gedachte. Als we de raadsels rond de dood van vader Van Nederveld kunnen…’
De grijze speurder stokte. Ook Vledder schrok op.
De deur van de grote recherchekamer werd met kracht opengesmeten en Gerard van Nederveld stormde met dreunende tred op De Cock af.
‘Waarom,’ brieste hij, ‘hebt u mij vanmiddag niet gezegd dat moeder werd vermoord?’
De Cock antwoordde niet direct. In een snelle blik peilde hij de woede van de man… bezag de schittering in de bruine ogen, de felrode kleur op de wangen van zijn ovaal gelaat. Kalm wees de oude rechercheur naar de stoel naast zijn bureau.
‘Gaat u zitten.’
Het klonk als een gebod.
Gerard gehoorzaamde.
‘Waarom,’ vroeg hij met minder emotie, ‘hebt u mij vanmiddag niet gezegd dat moeder werd vermoord? Ik moest het nu van Maurice vernemen.’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Toen ik vanmiddag op Westgaarde afscheid van u nam, wist ik dat nog niet. Eerst tijdens de gerechtelijke sectie bleek dat in de hals van uw moeder kraakbeenringetjes waren gebroken.’‘En dat betekent?’
‘Verwurging.’
Gerard keek hem verwilderd aan.
‘Verwurging,’ herhaalde hij vol onbegrip. ‘Waarom moest men dat oude mens wurgen? Ze heeft nog nooit in haar leven iemand kwaad gedaan.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Daar kan ik u geen antwoord op geven. Ons onderzoek is nauwelijks gestart.’
Gerard van Nederveld spreidde zijn beide handen.
‘Wat heb ik met de moord op moeder te maken?’
De Cock kneep zijn beide ogen half dicht.
‘Waarom vraagt u dat?’
Gerard ademde diep.
‘Maurice suggereerde dat ik wellicht bij haar dood zou zijn betrokken.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘En dat is niet zo?’
Gerard van Nederveld stampte als een kind met zijn rechtervoet op de vloer.
‘Het is absurd,’ schreeuwde hij wild. ‘Ik ben de enige die moeder altijd heeft bijgestaan. Vader was een prutser, een kruimelaar, een knoeierd. Als ik het heft niet in handen had genomen, dan was ons hele gezin verpauperd… aan de bedelstaf gebracht. Moeder en ik hebben aan zijn onzinnige uitgaven uiteindelijk een limiet gesteld.’
In een gebaar van wanhoop sloeg Gerard zijn handen tegen zijn gezicht.
‘En nu vraagt zo’n aap van een jongen zich af of ik wellicht moeder iets had aangedaan. Ik… moeder.’
‘Hij beschuldigde u rechtstreeks?’
Gerard knikte heftig.
‘Zonder omwegen… alsof hij ervan overtuigd was dat ik moeder had vermoord. Hij vroeg zich ook af of ik wist hoe vader precies om het leven was gekomen.’
De Cock keek hem strak aan.
‘Hoe kwam die om het leven?’
De blik van Gerard draaide schichtig weg.
‘Een ongeval. Vader verdronk.’
‘Zonder hulp?’
‘Hoe bedoelt u dat?’
De Cock tuitte zijn lippen.
‘Niemand gaf hem een zetje of liet hem in het water glijden?’ In de bruine ogen van Gerard vonkte opnieuw een kwaadaardige schittering.
‘Wat bedoelt u met die vraag?’
De Cock boog zich iets naar hem toe.
‘Wij hebben redenen om aan te nemen dat uw vader niet door een ongeluk om het leven kwam.’
‘Hoe dan wel?’
‘Dat ook hij werd vermoord.’
Gerard sloot zijn beide ogen en liet zijn hoofd iets zakken. Na enige tijd keek hij op.
‘Ik heb het verdrinken van vader altijd raadselachtig gevonden,’ sprak hij zacht. ‘Vader kon uitstekend zwemmen en verkeerde fysiek in een goede conditie.’
‘En psychisch… had hij depressieve buien?’
Gerard trok een grijns.
‘Ach, wie heeft die niet op zijn tijd. Maar ik had niet het idee dat vader daaronder leed.’
‘Acht u zelfmoord uitgesloten?’
‘Absoluut.’
De Cock strekte zijn wijsvinger naar hem uit.
‘Hebt u uw bedenkingen inzake de dood van uw vader destijds kenbaar gemaakt?’
‘Aa n wie? ’
‘De Rijkspolitie te Water. Er is destijds een onderzoek naar zijn dood ingesteld.’
Gerard schudde zijn hoofd.
‘Dat heb ik niet gedaan.’
‘Waarom niet?’
Gerard verschoof iets op zijn stoel.
‘Het is… eh, het is wellicht ongepast om het te zeggen, maar moeder en ik hebben de dood van vader als een… eh, een opluchting ervaren.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Moeder en jij waren blij van hem te zijn verlost.’
Gerard nam een kleine pauze en zuchtte diep.
‘Vader was geen beste,’ opende hij voorzichtig. ‘Soms leidde zijn verzamelwoede tot een gedreven bezetenheid. Wanneer hij een bepaald verzamelobject begeerde, dan ontzag hij niets of niemand om het in zijn bezit te krijgen.’
De Cock glimlachte.
‘Is dat niet het kenmerk van de ware verzamelaar?’ Gerard schudde zijn hoofd.
‘Om zijn verzamelwoede te bevredigen, schuwde vader zelfs de omgang niet met allerlei louche lieden. Hij nam ze in de Hartenstraat wel mee naar huis. Moeder en ik probeerden dan Evelien en de tweeling uit hun buurt te houden.’
‘U vond hen bedreigend?’
‘Ze vormden ook een bedreiging,’ sprak Gerard ernstig. ‘Ik heb eens per ongeluk een aan mijn vader gerichte brief opengemaakt. We dragen nu eenmaal dezelfde familienaam. In die brief werd hij met de dood bedreigd als hij zijn verplichtingen niet nakwam.’
De Cock keek hem onderzoekend aan.
‘Hoe was de bedreiging geformuleerd?’
Gerard ademde diep.
‘Het was maar een kort briefje in grove hanenpoten en met een vreemde tekst.’
De Cock toonde enig ongeduld.
‘Herinnert u zich die tekst nog?’ vroeg hij licht geprikkeld.
‘Als de poppen niet dansen, krijg je bloemen op je graf.’ De Cock grinnikte.
‘Het lijkt meer op een cryptogram, dan op een dodelijke bedreiging.’
‘Ik heb het destijds als een dodelijke bedreiging opgevat.’‘Wat hebt u met die brief gedaan?’
‘Aan vader gegeven.’
‘Hoe reageerde hij?’
Gerard staarde voor zich uit.
‘Vader las hem, verfrommelde daarna de brief en wierp hem achteloos in de prullenbak.’
‘Hij was er niet van onder de indruk?’
‘Dat leek er niet op.’
De Cock gebaarde in zijn richting.
‘Hebt u aan uw vader gevraagd wat die tekst te betekenen had?’‘Dat durfde ik niet. Ik vond het al gênant dat ik die aan hem gerichte brief had opengemaakt.’
‘Weet u nog van wie die brief afkomstig was?’
Gerard knikte.
‘Die naam vergeet ik nooit. Ene Klaas Sonderlick uit Lelystad.’
De Cock leunde in zijn bureaustoel achterover en verzonk in gepeins. ‘Een vreemde man, die Gerard van Nederveld,’ sprak hij mijmerend. ‘Tegenover zijn moeder, broers en zuster acteerde hij als een huistiran, maar aan zijn vader durfde hij geen uitleg te vragen over een vreemde tekst die hij zelf als een bedreiging ervoer.’ Vledder knikte.
‘Als de poppen niet dansen, krijg je bloemen op je graf. Wat maak je daaruit op?’
De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus. ‘Bloemen op je graf,’ sprak hij gniffelend, ‘kan men als een bedreiging opvatten. Maar wat ik uit die niet dansende poppen moet opmaken, is mij een raadsel.’
‘Vormen poppen een collector’s item?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
‘Antieke poppen zijn bij verzamelaars erg gewild. Vooral poppen van de bekende merken als Jumeau, Kestner, Heubach en Simon & Halbig. Zelfs voor mooie exemplaren van celluloid worden kapitalen neergelegd.’
‘Verzamelde de heer Van Nederveld poppen?’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Van Evelien heb ik begrepen dat hij van alles verzamelde. Hij had geen gerichte interesse voor poppen of voor wat dan ook.’‘Ik herinner mij dat Evelien wel iets over poppen heeft gezegd.’ De Cock knikte.
‘Ze noemde ze in een reeks van voorwerpen die haar vader verzamelde.’
De oude rechercheur zweeg even.
‘Klaas Sonderlick zal ons moeten vertellen wat hij met als de poppen niet dansen bedoelde. Heb je hem al opgevraagd?’ Vledder knikte.
‘Hij komt in onze administratie slechts één keer voor.’‘Terzake?’
‘Heling. Dat was achttien jaar geleden. Hij had toen hier in Amsterdam in de Nieuwe Spiegelstraat een winkeltje Brocante & Curiosa.’
‘Bestaat dat nog?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Dat is al vijftien jaar geleden opgeheven.’
‘Wat had die Sonderlick geheeld?’
‘Een verzameling antiek porselein, destijds bij een inbraak uit een villa te Heemstede ontvreemd door ene Hendrik Haverkamp.’
De Cock lachte.
‘Handige Henkie,’ riep hij vrolijk.
‘Heet die Haverkamp?’
De Cock knikte instemmend.
‘Hendrik Haverkamp. Hebben we eens een leuke ingang. Misschien kan Handige Henkie ons iets over die vreemde Klaas Sonderlick vertellen… of hij ook in poppen handelde en dreigbrieven schreef. Bel nog even met de politie in Lelystad. Misschien woont die Klaas Sonderlick daar nog.’
Vledder wentelde het telefoonmolentje op zijn bureau, draaide een nummer en vroeg inlichtingen.
Na enige tijd legde hij de hoorn op het toestel terug en keek op. De Cock monsterde zijn gezicht.
‘Wat is er?’
Vledder liet zijn hoofd iets zakken.
‘Klaas Sonderlick is dood. Vermoord. Hij werd twee jaar geleden op een parkeerterrein in de nabijheid van de Duitse stad Bochum gevonden… doorzeefd met kogels. In zijn auto vond men een aantal antieke poppen… gevuld met cocaïne.’‘Wie?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Van de daders geen spoor.’