7

De Cock woelde met zijn dikke vingers door zijn stugge grijze haar. Zijn gezicht stond somber.

‘Het wordt steeds ingewikkelder,’ verzuchtte hij. ‘Een ding staat vast: de oude heer Van Nederveld onderhield vreemde relaties.’ Vledder glunderde.

‘Ik krijg gelijk… je zult het zien… het motief voor de moord op het echtpaar Van Nederveld ligt buiten de familiesfeer.’‘Ondanks de onderlinge beschuldigingen?’

Vledder knikte.

‘Dat is het gevolg van een gegroeid wantrouwen tussen de kinderen van het echtpaar Van Nederveld. Emotioneel… niet wezenlijk.’

De Cock strekte zijn wijsvinger naar hem uit.

‘Buiten de familiesfeer. Dat betekent dat je je aandacht wilt richten op Klaas Sonderlick.’

‘Precies.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Klaas Sonderlick valt volgens mij buiten beschouwing. Hij werd twee jaar geleden bij Bochum geliquideerd. En dood is een perfect alibi. Het verbaast mij alleen dat de politie in Lelystad wel van zijn liquidatie op de hoogte is en onze administratie niet.’

‘Dat interesseert mij niet,’ antwoordde Vledder wrevelig. ‘Er zullen beslist meer doden in onze administratie zijn blijven hangen.{Het heeft weinig zin om gestorven criminelen in het bestand te houden.} Het gaat mij ook niet om de persoon van Klaas Sonderlick, maar om zijn handel.’

‘Cocaïne?’

Vledder ademde diep.

‘Denk nu eens aan die vreemde dreigbrief,’ vervolgde hij geduldig.

De Cock grinnikte.

‘Als de poppen niet dansen,’ declameerde hij, ‘krijg je bloemen op je graf.’

Vledder knikte instemmend.

‘Vermoedelijk leverde de oude heer Van Nederveld de antieke poppen waarmee Klaas Sonderlick zijn cocaïne smokkelde.’ De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.

‘De woorden als de poppen niet dansen zou men dan moeten opvatten als een ernstige vermaning van Klaas Sonderlick aan de heer Van Nederveld om de verlangde poppen te leveren.’ De ogen van Vledder glinsterden.

‘Exact. Geen poppen, dan bloemen op je graf.’

De Cock knikte.

‘Wat mij intrigeert, is dat de oude heer Van Nederveld blijkbaar tegen dergelijke bedreigingen was opgewassen. Zijn koele reactie op de brief is daarvan een duidelijk bewijs.’

Vledder snoof.

‘Hij kende het klappen van de zweep… wist met wat voor luitjes hij van doen had. Als we ervan uitgaan — en waarom zullen we dat niet? — dat de oude heer Van Nederveld wist waarvoor zijn antieke poppen werden gebruikt, dan was hij nauw bij de handel in cocaïne betrokken.’

De Cock stak afwerend zijn rechterhand omhoog.

‘Dat gaat mij toch even te ver,’ sprak hij vermanend. ‘Je slaat op hol. Die bewering is niet rationeel meer. De wetenschap dat Klaas Sonderlick zijn antieke poppen gebruikte voor de smokkel van cocaïne, behoeft niet te betekenen dat Van Nederveld ook bij de handel in drugs was betrokken. Wel bestaat de mogelijkheid dat die antieke-poppen-wetenschap voor anderen bedreigend is geweest.’

‘Voor de mensen die Klaas Sonderlick liquideerden?’ De Cock trok een bedenkelijk gezicht.

‘Bij de liquidatie van Klaas Sonderlick in Bochum zijn de antieke poppen met cocaïne door de daders blijkbaar onaangeroerd gebleven, anders had de Duitse politie die niet in zijn wagen aangetroffen. En dat is vreemd. Zij vertegenwoordigden toch een enorm kapitaal.’

Vledder knikte begrijpend.

‘Je bedoelt dat de daders van de liquidatiemoord in Bochum de antieke-poppen-wetenschap blijkbaar niet bezaten?’ De Cock schudde zijn hoofd.

‘Ze hebben de waarde van de oude antieke poppen niet ingezien… niet geweten wat ze bevatten. Ik denk dat ten aanzien van Klaas Sonderlick alleen een opdracht tot liquidatie is gegeven. Verder niets.’

De oude rechercheur kwam uit zijn stoel overeind en sjokte naar de kapstok.

Vledder liep hem na.

‘Waar ga je heen?’

De Cock draaide zich half om.

‘Het is lang geleden dat ik Handige Henkie een bezoek bracht.’


De ex-inbreker keek met een gezicht vol ongeloof en verbazing naar De Cock op. Verschrikt monsterde hij het gelaat van de oude speurder.

‘Kom… eh, kom je mij arresteren,’ stamelde hij onthutst. De Cock bracht zijn beminnelijkste glimlach.

‘Heb ik daar reden toe?’ vroeg hij plagerig. ‘Ik dacht dat jij alleen nog het smalle pad der deugd bewandelde?’

Handige Henkie trok zijn schouders op.

‘Bij jou weet je het nooit.’

De Cock trok een verongelijkt gezicht.

‘Heb ik jou in het verleden wel eens ten onrechte gearresteerd?’

De ex-inbreker schudde zijn hoofd.

‘Nooit.’

Handige Henkie draaide zich om en liep voor de rechercheurs uit naar een gezellig ingerichte woonkamer en wees uitnodigend naar diepe fauteuils met een stoffen bekleding, bedrukt met vrolijke bloemmotieven.

‘Ga zitten en denk niet dat ik nog eens opnieuw voor je ga inbreken.’{Zie: De Cock en het lijk in de kerstnacht.}

De Cock nam plaats. Hij legde zijn oude hoedje naast zich op het tapijt en zwaaide afwerend. Daarna tastte hij in de rechtersteekzak van zijn regenjas en toonde de ex-inbreker een koperen houdertje met daarin een keur van stalen sleutelbaarden. ‘Sinds ik dit van jou heb gekregen, heb ik jouw vakmanschap niet meer nodig.’

Handige Henkie lachte.

‘Gebruik je het nog steeds?’

De Cock knikte.

‘Bij tijd en wijle… voor kleine intieme onderzoekjes.’ Handige Henkie grijnsde.

‘Ik volg het criminele gedoe nog wel in de kranten. Tegenwoordig noemt men zo’n intiem onderzoekje een inkijkoperatie en de advocaten doen er nogal verontwaardigd over.’

De Cock maakte een schouderbeweging.

‘Much ado about nothing.’

‘Wat?’

‘Veel geschreeuw en weinig wol.’

Handige Henkie kwam iets uit zijn fauteuil naar voren. Hij keek de oude rechercheur aan.

‘Je bent toch niet naar mij toe gekomen om nog eens in mijn mooie blauwe ogen te kijken?’

De Cock blikte onbewogen terug.

‘Volgens mij zijn ze groen.’

De ex-inbreker trok zijn gezicht strak.

‘Je weet best wat ik bedoel.’

De Cock reageerde niet direct. Hij keek om zich heen… naar het uitbundige meubilair, naar de heldere gordijnen en sierlijke volants voor de ramen.

‘Ik ben blij dat het je goed gaat.’

Handige Henkie knikte.

‘Ik mag niet klagen,’ sprak hij ernstig. ‘Mijn vrouw en ik hebben elk een baan. Redelijk. Voor de deur staat ons wagentje… nog geen jaar oud en wij hebben een vakantie geboekt voor Ibiza.’ De Cock knikte bewonderend. ‘Prima.’

De oude rechercheur zweeg even, bracht zijn handen naar voren en drukte de vingertoppen tegen elkaar.

‘Ik… eh, ik wil,’ opende hij voorzichtig, ‘nog even met je terug naar jouw… eh, jouw duister verleden.’

Handige Henkie gniffelde.

‘Ik kijk er soms nog met plezier op terug.’

De Cock negeerde de opmerking.

‘Achttien jaar geleden pleegde jij een inbraak in een villa in Heemstede. Jouw buit was een verzameling antiek porselein.’‘Ja.’

‘Wat heb jij destijds met die verzameling antiek porselein gedaan?’

Handige Henkie keek de oude rechercheur wantrouwend aan. ‘Dat weet je toch?’ antwoordde hij verbaasd. ‘Dat staat in mijn dossier.’

De Cock zweeg even, realiseerde zich dat hij een verkeerde vraag had gesteld.

‘Je hebt die verzameling verkocht.’

Handige Henkie grinnikte.

‘Allicht. Wat moet ik met antiek porselein?’

De Cock ging onverstoord verder.

‘Je bracht het porselein naar Brocante & Curiosa, destijds een winkeltje in de Nieuwe Spiegelstraat, gedreven door ene Klaas Sonderlick.’

Handige Henkie knikte.

‘Dat klopt.’ Zijn gezicht versomberde. ‘Die Klaas hebben ze een paar jaar geleden afgeschoten.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Ik hoor nog wel eens wat.’

‘Bracht jij je buit aan antiek altijd naar Klaas Sonderlick?’ Handige Henkie schudde zijn hoofd.

‘Aanvankelijk niet. Ik kon mijn spulletjes altijd kwijt bij Peter van der Zwaard in de Jeroenensteeg. Tot hij mij een keer belazerde met een verzameling munten.’

‘Belazerde?’

Handige Henkie knikte.

‘Hij betaalde mij niet… zei later glashard dat ik hem nooit munten had geleverd.’

‘Een rotstreek.’

Op het gezicht van Handige Henkie verscheen een blos van opwinding.

‘Ze hadden hem moeten afschieten. Hij flikte die geintjes ook bij andere penozejongens.’

‘Handelt die Peter van der Zwaard nog?’

Handige Henkie trok zijn schouders op.

‘Geen flauw idee. Ik weet niet eens of hij nog leeft… of ze ook hem niet hebben afgeschoten. Daar zijn ze tegenwoordig rap mee.’

De Cock kneep zijn ogen half dicht.

‘Klaas Sonderlick belazerde je niet?’

Handige Henkie schudde resoluut zijn hoofd.

‘Een deal was een deal. Daar hield Klaas Sonderlick zich aan.’ De Cock keek hem onderzoekend aan.

‘Wat deed Klaas Sonderlick met de spullen die jij hem leverde?’‘Die verkocht hij in zijn winkeltje in de Nieuwe Spiegelstraat. Meest onderhands. Er zijn verzamelaars die… wanneer ze ergens hun zinnen op hebben gezet… nooit vragen stellen over de herkomst.’

De Cock kauwde op zijn dikke onderlip.

‘Ooit gemerkt dat Klaas Sonderlick buiten antiek en curiosa ook in drugs handelde?’

Handige Henkie trok een grijns.

‘In mijn tijd was er in drugs nog geen stuiver te verdienen. Er waren Chinezen die kleine plakjes opium in een vetvrij papiertje verkochten voor een tientje. Maar wie had daar belangstelling voor?’

Handige Henkie zweeg even.

‘Ik denk dat Klaas Sonderlick zich later met de handel in drugs heeft beziggehouden.’

De ex-inbreker schudde afkeurend zijn hoofd.

‘Stommerik. Het werd zijn dood.’

De Cock boog zich iets naar voren.

‘Die kraak van jou in die villa in Heemstede verbaasde mij.’‘Waarom?’

‘Volgens mij opereerde je nooit buiten Amsterdam.’ Handige Henkie lachte.

‘In die villa lag een kostbare verzameling porselein.’‘Hoe wist je dat?’

‘Van Klaas Sonderlick.’

‘Had Klaas Sonderlick relaties met de eigenaar van die verzameling?’

Handige Henkie schudde zijn hoofd.

‘Klaas niet. Klaas had connecties met een man die precies wist bij wie en waar er bepaalde kostbare verzamelingen antiek te vinden waren.’

‘Een tipgever?’

‘Precies.’

De Cock hield even zijn adem in.

‘Kende jij die tipgever… heb je hem wel eens ontmoet?’ Handige Henkie knikte.

‘Een paar keer in het winkeltje van Klaas in de Nieuwe Spiegelstraat. Een stille vent… zelf een verzamelaar van alles en nog wat.’

‘Herinner je je nog hoe die man heette?’

Handige Henkie trok een denkrimpel in zijn voorhoofd. ‘Van Nederveld… de heer Van Nederveld, zo noemde Klaas Sonderlick hem. Heer Van Nederveld. Zijn voornaam heb ik nooit gehoord.’

Ze reden met hun Golf terug naar de Kit. Het begon al te schemeren en de hitte van de dag kleefde nog aan de fraaie geveltjes van de oude binnenstad. De duiven koerden op de Dam en de terrassen op het Damrak zaten vol luchtig geklede toeristen die genoten van een drankje op een zwoele zomeravond. De Cock draaide het portierraam naast hem open. Het bracht wat verkoeling. De oude rechercheur blikte opzij.

‘Maak nog maar een klein rondje via de Prins Hendrikkade en de Valkenburgerstraat. Ik wil nog wat lucht. Met die zomerse hitte zal het wel stinken in het bureau.’

Vledder bromde.

‘Het stinkt er ook in de winter.’

De Cock reageerde niet. Een tijdlang reden ze zwijgend voort. Het was Vledder die de stilte verbrak.

‘Die oude heer Van Nederveld,’ sprak hij behoedzaam, ‘was toch niet zo’n stille grijze muis als wij aanvankelijk dachten.’ De Cock schudde zijn hoofd.

‘Hij bezocht alle antiekveilingen en vlooienmarkten en raakte daarbij in contact met verzamelaars op vrijwel elk gebied. Wanneer hij ergens bij iemand een kostbare verzameling verwachtte, noteerde hij naam en adres en tipte Klaas Sonderlick.’ Vledder grinnikte.

‘En die nam Handige Henkie in de arm om de buit te bemachtigen.’

De Cock tuitte zijn lippen.

‘Misschien werkten buiten Handige Henkie ook wel andere inbrekers voor hem.’

Vledder gniffelde.

‘Als misdaadorganisatie,’ lachte hij, ‘heeft het wel mijn bewondering.’

De Cock knikte.

‘Door zijn eenvoud,’ sprak hij ernstig, ‘een uiterst geraffineerde vorm van samenwerking. Niemand zal hebben vermoed welke rol de eerzame verzamelaar Van Nederveld daarin speelde.’‘Zou er iemand achter zijn gekomen?’ vroeg Vledder. ‘Je bedoelt dat iemand zijn rol heeft ontdekt?’

Vledder knikte.

‘Iemand die begreep op welke wijze hij zijn kostbare verzameling was kwijtgeraakt.’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Mogelijk… mogelijk ligt daar wel het motief voor zijn gewelddadige dood.’


Toen ze het politiebureau aan de Warmoesstraat binnenstapten, wees Jan Kusters met een pijnlijk verwrongen gezicht omhoog. De Cock liep op hem toe.

‘Wat is er? Heb je buikpijn?’

De wachtcommandant bleef wijzen met een uitgestoken vinger. ‘Buitendam zit boven.’

De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge.

‘Tien uur,’ riep hij verbaasd. ‘Wat moet de commissaris hier… op dit uur? Is er iets gebeurd? Heb jij hem laten komen?’ Jan Kusters schudde zijn hoofd.

‘Ik heb hem niet geroepen. Ik heb de gebruikelijke rottigheid aan de Kit. Niets bijzonders. Buitendam kwam hier een kwartiertje geleden plotseling met een rood hoofd binnenstuiven en vroeg of jij al naar huis was. Ik zei dat ik verwachtte dat jij en Vledder nog wel terug zouden komen.’

‘En?’

‘Stuur hem onmiddellijk,’ zei hij.

De Cock grijnsde.

‘En dat doe je nu bij deze.’


Commissaris Buitendam, de lange statige chef van het politiebureau aan de Warmoesstraat, wenkte met een slanke hand naar de stoel voor zijn bureau.

‘Ga zitten, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd. ‘Ik wil volledig worden geïnformeerd.’

De oude rechercheur trok een stuurs gezicht en nam onwillig plaats. Hij zat niet graag. Het liefst bleef hij staan, rechtop, zijn benen iets uit elkaar. Dan voelde hij zich weerbaar en meer gespannen. Hij had geen hekel aan zijn commissaris, maar wanneer Buitendam hem ontbood, bezag hij hem steeds met argwaan. Het was een houding van strijdlust, van protest, die hij bij voorbaat aannam om zich tegen eventuele aantijgingen te verweren. ‘Waarover?’ vroeg hij onnozel.

‘De zaak waar jij en Vledder mee bezig zijn.’

De Cock veinsde verbazing.

‘Daarover hebben wij toch uitvoerig gerapporteerd.’ Commissaris Buitendam tikte driftig met de gekromde wijsvinger van zijn rechterhand op een rapport voor zich op zijn bureau.

‘Uitvoerig… uitvoerig,’ riep hij geëmotioneerd. ‘Er staat alleen dat ene Alida Maria de Ruijter, weduwe van Van Nederveld door verwurging om het leven is gekomen en dat het vermoeden bestaat dat ook haar echtgenoot, ongeveer een jaar geleden, het slachtoffer werd van moord. Meer vermeldt het rapport niet.’ De Cock keek hem verbaasd aan.

‘Is dat niet genoeg?’

Buitendam zwaaide geagiteerd.

‘Het belangrijkste ontbreekt.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Ik… eh, ik begrijp niet wat u bedoelt?’

Commissaris Buitendam tikte opnieuw op het rapport voor zich, driftiger dan tevoren.

‘In het rapport wordt niet vermeld waar de beide slachtoffers zijn gevonden.’

De Cock kwam uit zijn stoel omhoog. Intuïtief voelde hij hoe het gesprek verder zou verlopen.

‘In het water van het open havenfront.’

Buitendam knikte heftig.

‘Exact, exact,’ riep hij onbeheerst. ‘In het water van het open havenfront. Dat heb ik eerst vanavond bij toeval vernomen. En het open havenfront behoort… en dat weet jij deksels goed… tot het territorium van de Rijkspolitie te Water. De zaak van de beide moorden behoort tot hun competentie. Ik gelast je het onderzoek naar de moord op het echtpaar Van Nederveld onmiddellijk aan de Rijkspolitie te Water over te dragen.’

De Cock stak in wanhoop zijn armen omhoog.

‘Vledder en ik zijn er al een paar dagen mee bezig.’ Commissaris Buitendam stak zijn kin iets naar voren. ‘Daar heb ik niets mee te maken. De zaak hoort bij de Rijkspolitie te Water thuis. Ik voel weinig voor een competentiegeschil.’ De Cock voelde hoe de woede in zijn aderen kroop. Om zich te bedwingen drukte hij zijn vingernagels diep in zijn handpalmen. ‘Dit,’ brieste hij, ‘dit is de grootste nonsens die ik in mijn hele politiecarrière heb aangehoord en het verbaast mij niets dat het uit uw mond komt.’

Commissaris Buitendam kwam uit zijn stoel overeind. Zijn gezicht zag rood en over zijn beide wangen zwiepte een zenuwtrek. Met een vervaarlijke glinstering in zijn ogen strekte hij zijn arm naar de deur van zijn vertrek.

‘Eruit!’

De Cock ging.

Загрузка...