De rechercheurs reden met hun Golf uit het deftige Heemstede weg. De Cock keek naar de druppels die op de voorruit plensden. De oude rechercheur lachte vrolijk.
‘Regen,’ riep hij blij. ‘Na veertien dagen van almaar aangekondigde depressies uit het westen is er nu toch eindelijk eentje verdwaald.’
Vledder gromde.
‘En bij Zandvoort stiekem ons land binnengedrongen.’ De jonge rechercheur deed de ruitenwissers aan.
‘Onze vaderlandse weervoorspellers,’ mopperde hij, ‘doen volgens mij aan Russische roulette. Het is gewoon wachten of het schot afgaat.’
De Cock trok een grimas.
‘Niet zo somber,’ sprak hij vergoelijkend. ‘Soms klopt het.’ Vledder blikte opzij.
‘Ik vind niet dat onze tocht naar Heemstede erg succesvol was.’
De Cock trok achteloos zijn schouders op.
‘Het verhaal van Erik van Zuijderveen bevestigt de werkwijze die de oude heer Van Nederveld volgde. Zoals mamma Bonardi van de pizzeria in de Hartenstraat al zei: “Van Nederveld was een beminnelijk mens, die anderen snel voor zich innam.”’‘Het prototype van een oplichter.’
‘Charme als wapen.’
Vledder grinnikte.
‘Dat hij zich door zijn knappe dochter liet vergezellen was een handige truc. Zij nam alle argwaan bij de verzamelaars weg.’ De Cock knikte.
‘Voor Van Zuijderveen was het onbestaanbaar dat Van Nederveld bij de diefstal van zijn antiek porselein was betrokken.’ Over het gezicht van Vledder gleed een glimlach.
‘Rechercheur… u moet zich vergissen.’
‘Ik heb het maar zo gelaten,’ sprak De Cock berustend. ‘Het had geen zin om zijn visie te veranderen.’
De oude rechercheur schudde zijn hoofd.
‘Ik zie in die Erik van Zuijderveen ook geen moordenaar.’‘We hebben er uiteraard geen idee van hoeveel slachtoffers Van Nederveld in de loop der jaren heeft gemaakt. Er blijft altijd de mogelijkheid dat een benadeelde achteraf het beminnelijke masker van de oude heer met zijn dochter heeft doorzien.’‘En uit wraak tot moord overging?’
Vledder knikte.
‘Het is het enige motief dat ik voor de moord op Van Nederveld kan bedenken.’
De Cock reageerde niet.
Een tijdlang reden ze zwijgend voort. De regen nam in hevigheid toe en Vledder zette de wissers in de tweede versnelling. De Cock had de ziekelijke neiging om de zwaaiende bewegingen met zijn ogen te volgen. Om aan de magische invloed van die voortzwiepende ruitenwissers te ontkomen, liet de oude rechercheur zich diep onderuitzakken en schoof de rand van zijn hoedje tot op de rug van zijn neus.
Plotseling drukte De Cock zich weer omhoog, schoof zijn hoedje terug en keek om zich heen.
‘Waar ga je naar toe?’
Vledder keek hem verwonderd aan.
‘Terug naar de Kit.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Rij naar het Prinseneiland.’
‘Wat moeten we daar doen?’
De Cock gebaarde voor zich uit.
‘In zo’n tot appartementen verbouwd pakhuis woont Evelien van Wezep-van Nederveld.’
‘En?’
De Cock liet zich weer onderuitzakken.
‘Ik wil weten in hoeverre zij van de praktijken van haar vader op de hoogte was.’
‘Kolder.’
Evelien van Nederveld zwaaide afwerend. Haar lange blonde haren dansten over haar schouders en haar helgroene ogen flikkerden kwaadaardig. Met een blik vol haat keek ze De Cock aan. ‘Kolder,’ herhaalde ze vurig. ‘Vuige laster. Een misselijke poging om de nagedachtenis aan mijn vader te bezoedelen.’ De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik vertel u,’ sprak hij rustig, ‘wat onze nasporingen hebben opgeleverd.’
Evelien van Nederveld snoof verachtelijk.
‘Ik weet niet uit welke bronnen uw bedenkelijke informaties afkomstig zijn, maar uw beroep in overweging genomen, zijn het ongetwijfeld insinuaties van onbetrouwbare onderwereldfiguren.’
De Cock glimlachte.
‘U hebt gelijk. Maar soms verkrijg ik via onbetrouwbare onderwereldfiguren nuttige inlichtingen.’
‘U vindt hun… eh, hun bedenkelijke informaties nuttig?’ brieste Evelien.
De Cock knikte traag.
‘Nuttig om enig inzicht te krijgen in het hoe en waarom van uw vaders dood.’
Het gezicht van Evelien van Nederveld kleurde rood. ‘U staat toe,’ krijste ze met overslaande stem, ‘dat onderwereldfiguren de naam van mijn vader door het slijk halen. Dat is laag, gemeen. De man is dood… kan zich niet meer verweren.’ De oude rechercheur strekte zijn rechterarm naar haar. ‘Ik wil u er even op wijzen,’ sprak hij ernstig, ‘dat u degene was die opperde dat uw vader vorig jaar niet was verdronken, maar vermoord. Ons onderzoek naar de dood van uw vader geschiedt op basis van uw bedenkingen. En als daarbij zaken aan het licht komen die u blijkbaar niet welgevallig zijn, dan treft ons geen blaam.’ Evelien van Nederveld schudde haar hoofd.
‘Ik heb u niet aangeraden om in zijn leven te wroeten. Dat is ook niet nodig. Ik heb u gezegd wie verantwoordelijk zijn voor zijn dood.’
De Cock knikte traag.
‘Moeder en broer Gerard.’
‘Precies.’
‘En het motief?’
‘Motief?’ riep Evelien geëmotioneerd. ‘Motief? Die twee hadden geen motief nodig. Ze wilden hem gewoon kwijt.’ De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Dat is mij te vaag.’
Evelien van Nederveld reageerde niet meer. Ze sloot haar ogen en liet haar hoofd zakken.
Haar blonde haren gleden als een gordijn voor haar gezicht. De Cock wachtte geduldig tot ze haar hoofd weer ophief. ‘In uw optie,’ ging hij rustig verder, ‘was uw vader een verwoed, maar eerzaam verzamelaar.’
‘Exact.’
‘Dat hij betrokken zou zijn bij diefstallen van antiekverzamelingen noemt u…’
‘Kolder,’ vulde ze aan.
De Cock knikte begrijpend.
‘Uit ons onderzoek is gebleken dat u uw vader dikwijls vergezelde wanneer hij bij verzamelaars op bezoek ging.’ Over het gezicht van Evelien van Nederveld gleed een moede glimlach.
‘Vader was erg op mij gesteld,’ antwoordde ze zacht. ‘Hij was beretrots op zijn… eh, zijn mooie dochter en wilde graag dat ik met hem meeging. Jouw nabijheid, zei hij altijd, vijzelt mijn aanzien op… Dan kunnen de mensen aan jou zien wat ik heb gepresteerd.’‘Aan uw moeders aandeel bij uw… eh, totstandkoming ging hij achteloos voorbij?’
Het gezicht van Evelien van Nederveld versomberde. ‘Die twee hadden nooit moeten trouwen. Het huwelijk heeft hen beiden alleen maar ellende en verdriet gebracht.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Vond u het leuk om met uw vader op pad te gaan?’ Evelien knikte.
‘Toen ik tiener was vond ik het interessant om met vader bij mensen op bezoek te gaan. Verzamelaars zijn vaak excentrieke figuren. Het fascineerde mij hun interieur te zien.’
‘En na uw tienertijd?’
Evelien trok haar schouders op.
‘Ik leerde Eduard kennen. Toen had ik minder tijd om met vader mee te gaan.’
‘Uw vader had geen bezwaar tegen uw omgang en huwelijk met Eduard van Wezep?’
Evelien schudde haar hoofd.
‘Integendeel. Hij heeft Eduard aan mij voorgesteld. Hij moedigde onze vriendschap aan.’
‘In tegenstelling tot uw broer Gerard.’
‘Gerard,’ siste Evelien, ‘is een zebrapad. Je denkt dat je er veilig op kunt lopen totdat je door een auto wordt geschept.’ De Cock nam een pauze. De grijze speurder liet zijn scherpe blik door de sfeervol ingerichte woonkamer dwalen en ontdekte een mengeling van stijlen. Links aan de wand stond een Noord-Nederlandse kast uit de renaissance en rond een stoere Duitse tafel uit de barok stonden vier fragiele biedermeierstoelen. Op een console ontdekte hij een Nederlandse pauwenvaas uit de Jugendstiltijd. De zware eiken balken van het oorspronkelijke pakhuis aan het plafond gaven aan het geheel een extra dimensie. De Cock zwaaide om zich heen.
‘Uw interesse in antiek is een geestelijke erfenis van uw vader?’ Evelien knikte.
‘Ik zal wel een tic van hem hebben meegekregen. Maar antieke voorwerpen oefenen ook op Eduard een sterke aantrekkingskracht uit. Veel van wat u hier ziet heeft hij gekocht.’ De Cock schonk haar een beminnelijke glimlach.
‘Ik heb uw man nog niet mogen ontmoeten.’
Evelien maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik kan hem tot mijn spijt niet aan u voorstellen. Eduard is op zijn kantoor.’
‘Handelsman?’
Evelien schudde haar hoofd.
‘Verzekeringen. Eduard verzekert alles.’
‘Inboedels?’
‘Zeker.’
‘Kostbare antiekverzamelingen?’
Evelien antwoordde niet direct. Uit haar helgroene ogen schoot een vernietigende blik en haar neusvleugels trilden. ‘Ook,’ brieste ze. ‘Ook kostbare antiekverzamelingen.’
Via de Galgenstraat verlieten ze het Prinseneiland en reden over de Grote Bickersstraat, de Zandhoek en Bokkinghangen naar de Westerdoksdijk. Het regende nog steeds, fel, als uit een wolkbreuk. Over het water van het IJ hing een grijze sluier. Vledder klapte met zijn vuist op het stuur.
‘Ik snap er geen jota van. Evelien van Nederveld blijft vasthouden aan haar idee-fixe dat Gerard en haar moeder haar vader hebben omgebracht.’
De jonge rechercheur blikte opzij.
‘Waarom heb jij de dood van haar moeder niet ter sprake gebracht?’ sprak hij beschuldigend. ‘Waarom heb je haar niet gezegd dat ook zij werd vermoord? Misschien was ze dan tot andere gedachten gekomen.’
De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus. ‘En jij?’
‘Wat bedoel je?’
‘Brengt de gewelddadige dood van de weduwe Van Nederveld jou niet op andere gedachten?’
Vledder antwoordde niet direct. Na enige tijd verscheen op zijn jong gezicht een milde grijns.
‘Jij… eh, jij brengt mijn overtuiging,’ sprak hij traag, ‘niet aan het wankelen, dat het motief voor de moord op het echtpaar Van Nederveld buiten de familiesfeer ligt.’
De jonge rechercheur snoof verachtelijk.
‘De hysterische beschuldigingen van Evelien raken mij niet. Bovendien begint de verering voor haar overleden vader groteske vormen aan te nemen. Nog even en er zweeft als bij een heilige een aureool van onschendbaarheid boven zijn hoofd.’ De Cock schudde afkeurend zijn hoofd.
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Wij weten toch,’ riep Vledder opgewonden, ‘dat hij er louche praktijken op na hield. Ik geloof Handige Henkie en Gaatjes Sjaak. Zij hadden geen enkele reden om ons voor te liegen.’ De Cock knikte instemmend.
‘Hoe… eh, hoe zie jij in dat verband de moord op mevrouw Van Nederveld?’ vroeg hij belangstellend.
‘Als een causaal verband,’ antwoordde Vledder fel. ‘Als wij eenmaal het motief voor de moord op de oude heer Van Nederveld kennen, dan weten we ook door wie en waarom zijn vrouw is vermoord.’
De Cock reageerde niet. Hij drukte zich omhoog en staarde in gedachten verzonken strak voor zich uit. Na een poosje draaide hij zich naar Vledder.
‘Heb jij nog iets gedaan met het briefje waarop mijn naam staat, dat in de mantelzak van de oude mevrouw Van Nederveld werd gevonden?’
De jonge rechercheur knikte.
‘Ik heb het aan Gerard van Nederveld laten zien.’
‘En?’
‘Hij herkende het handschrift niet. Het was in ieder geval niet het handschrift van zijn moeder. Ook begreep hij niet wat het te betekenen had. Hij had nooit gehoord dat zijn moeder belangstelling had voor ene rechercheur De Cock… met ceeooceekaa.’ De grijze speurder liet het onderwerp rusten.
‘Zou die Eduard van Wezep ons kunnen helpen?’ vroeg hij plotseling.
Vledder keek hem van terzijde verwonderd aan.
‘Hoe?’
‘Misschien kan hij ons de namen en adressen bezorgen van verzamelaars aan wie hij als verzekeraar de afgelopen jaren schadevergoedingen heeft uitbetaald.’
De blik van Vledder verhelderde.
‘Omdat van die verzamelaars bij inbraak hun antiekverzameling was ontvreemd?’
De Cock knikte.
‘Nadat de oude heer Van Nederveld bij hen op bezoek was geweest.’
Vledder reageerde enthousiast.
‘En wellicht is onder hen iemand die jegens Van Nederveld terecht een wrok koesterde.’
‘Juist.’
Vledder keek de grijze speurder bewonderend aan. ‘Soms heb jij briljante ideeën.’
De Cock glimlachte voor zich uit.
Vledder parkeerde de Golf op de steiger achter het politiebureau. De rechercheurs stapten uit en slenterden door de regen via de Oudebrugsteeg naar de Warmoesstraat.
Vergenoegd blikte De Cock omhoog naar het grauwe wolkendek. Hij was dankbaar. De gestaag plenzende regen dreef de hitte en stank uit de smalle straten van de oude binnenstad. De oude rechercheur trok de kraag van zijn regenjas omhoog, schoof zijn hoedje iets naar voren en likte met het puntje van zijn tong een malse regendruppel van zijn bovenlip. Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen vanachter de balie. De Cock liep op hem toe en monsterde de expressie op zijn gelaat.
‘Narigheid?’
De wachtcommandant trok een vies gezicht.
‘Ik krijg net het bericht van de Rijkspolitie te Water. Ze hebben weer een lijk opgevist.’
‘Waar?’
‘Het open havenfront. Opper Vermeulen dacht dat jij wel belangstelling zou hebben.’
De Cock ploegde een denkrimpel in zijn voorhoofd. ‘Heeft opper Vermeulen nog gezegd waarom hij meende dat ik belangstelling zou hebben?’
Jan Kusters knikte.
‘Volgens opper Vermeulen was de man niet verdronken.’ De Cock trok een grijns.
‘Maar vermoord.’
Hij lag languit op zijn rug in het gangboord van een ranke surveillance-motorboot van de Rijkspolitie te Water. Het schelle licht van een schijnwerper hield het wasbleke gezicht gevangen. Regendruppels kletterden in zijn dode ogen. Een stroompje water gleed uit zijn kleren, verdween door een spleet in de reling. Met zijn handen diep in de steekzakken van zijn oude regenjas keek De Cock vanuit de hoogte secondenlang op hem neer. Daarna nam hij zijn handen uit zijn zakken, hield zich aan de reling vast en hurkte in het smalle gangboord. Zijn oude stramme knieën gaven hoorbaar een protest. Om aan de starende blik van de dode te ontkomen, drukte hij met zijn rechterhand de oogleden toe. Daarna bezag hij de hals, maar kon geen sporen van strangulatie ontdekken.
Vledder hijgde in zijn nek.
‘Maurice van Nederveld.’
Vledder kauwde op zijn onderlip.
‘In ieder geval één van de tweeling. Het kan ook Marcel zijn. Volgens Maurice leken ze als twee druppels water op elkaar.’ De grijze speurder kwam weer omhoog, wierp nog een korte blik op de dode en stapte van de zacht deinende surveillanceboot op de wallenkant.
Vledder volgde.
Opper Vermeulen liep op De Cock toe.
‘Ik dacht dat u wel belangstelling had. Het lijk had dezelfde verschijnselen als bij die oudere vrouw een paar dagen geleden.’ De Cock knikte begrijpend.
‘Zijn rug lag te hoog uit het water.’
Over het gezicht van opper Vermeulen gleed een moede glimlach.
‘Ik heb in mijn lange loopbaan bij de Rijkspolitie te Water zoveel lijken uit het water gevist dat ik er wel een beetje kijk op heb.’
‘U denkt aan moord?’
Opper Vermeulen knikte traag.
‘Absoluut.’
De rijkspolitieman zweeg even.
‘Ik weet niet wie hij is. Ik heb geen legitimatiepapieren bij hem kunnen vinden.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat is niet nodig.’
Opper Vermeulen keek hem verwonderd aan.
‘U kent hem?’
De Cock knikte.
‘Een van een tweeling. Hun naam is Van Nederveld.’ De mond van opper Vermeulen zakte langzaam open. ‘Van Nederveld? Alweer Van Nederveld? Is men bezig die familie uit te roeien?’
De Cock zuchtte diep.
‘Daar lijkt het op.’