De Cock had moeie voeten.
Met een van pijn vertrokken gezicht tilde hij zijn benen omhoog en legde ze heel voorzichtig op zijn bureau. Het was daarbij alsof duizenden kleine duiveltjes met evenzovele spelden geniepig in zijn kuiten prikten. Dat was een slecht teken, wist hij. Telkens wanneer de zaken niet naar wens verliepen, wanneer hij het gevoel had steeds verder van de oplossing weg te drijven, kroop de vermoeidheid in zijn voeten en speelden geniepige duiveltjes hun sadistisch spel.
Wat hem het meest benauwde, was het onheilspellende gevoel dat het nog niet was afgelopen, dat er nog meerdere soortgelijke moorden zouden worden gepleegd. Hoewel hij het rationeel niet kon onderbouwen, bleef dat gevoel hem beheersen.
Het leek hem toe dat duistere machten uit lang vervlogen tijden waren opgestaan om in een soort reïncarnatie… een wedergeboorte… opnieuw te leven in de harten van mensen, die daar gevoelig voor waren… mensen met een hang naar mystiek… met een diep verlangen naar een sterk geïdealiseerd verleden. De Klokbekers met een koning en een heiligdom, de ewa en de sapientes, een vondenis en een baargericht… hij schudde zijn hoofd… in wat voor een wereldje waren ze terechtgekomen? Lag daar de oorsprong… de bron van vergiftiging en moord? Of was het de nacht van Hilde Brunet?
Het begrip deed hem glimlachen en verdreef even de pijn uit zijn kuiten.
Voor hij ver in de nacht naast zijn zacht ronkende vrouw in slaap viel, had hij er nog eens over nagedacht. Het leek een plausibele verklaring voor de beide moorden. Hij kon zich best met het idee van zijn jonge collega verenigen. Wrok was een aanvaardbaar motief. Een voortsmeulende wrok kon gemakkelijk ontvlammen. Hij had dat in zijn lange recherchepraktijk al een paar maal meegemaakt. Maar het strookte niet met de gevoelens die hem beheersten… diepe gevoelens, dat er nog geen einde aan de reeks moorden was gekomen.
Met de dood van Siegfried van Xanten en Gunther Worms was aan de wrok van Hilde Brunet voldaan. Als dat inderdaad het motief was, dan zouden er geen moorden meer volgen. Dan kon hij samen met adjudant Lambertsen de balans opmaken en de zaak afsluiten. Was dat te verwachten… te hopen… bedroog zijn gevoel hem toch?
Hij kneep zijn beide ogen even stijf dicht. De pijnscheuten kwamen in zijn kuiten terug en tekenden zijn gelaat. Vledder keek zijn oude leermeester bezorgd aan.
‘Heb je het weer?’
De Cock trok zijn rechterbeen omhoog en tastte naar een pijnlijke kuit. ‘Het is een familiekwaal.’ Hij zuchtte diep en legde zijn been weer op zijn bureau.
‘Mijn oude grootmoeder op Urk had het ook. Zij gebruikte haar kuiten als barometer. Als ze in haar stramme kuiten prikken voelde, was er storm op komst en bleef mijn grootvader, die visser was, thuis.’
‘En klopte het?’
‘A ltijd.’
Vledder lachte.
‘Ben je al bij de commissaris geweest?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik denk ook niet dat ik ga.’ Hij wees naar zijn voeten. ‘In deze conditie heb ik onvoldoende weerstand tegen zijn gezemel.’ Vledder lachte opnieuw.
‘Hij zal je wel laten roepen.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘Velen zijn geroepen,’ sprak hij plechtig, ‘doch slechts weinigen zijn uitverkoren.’
‘Een kreet van je oude moeder?’
De Cock knikte.
‘Je schijnt haar te kennen,’ reageerde hij gelaten. In zijn ogen kwam een dromerige blik. ‘Ze zei ook: wie zoekt, zal vinden.’ Hij glimlachte vertederd. ‘Dat is een mooie kreet voor een speurder. Het lijkt zinvol om ons die spreuk ter harte te nemen.’ De dromerige blik verdween uit zijn ogen. Hij tilde zijn benen van zijn bureau en liep opmerkelijk kwiek naar de kapstok. Vledder keek hem verward na.
‘Je voeten,’ riep hij verwonderd.
De Cock zwaaide nonchalant.
‘Over.’
Vledder kwam hem na.
‘Waar ga je heen?’
De Cock wurmde zich in zijn regenjas en zette zijn oude hoedje op. Daarna draaide hij zich om.
‘Naar de Oude Waal.’
‘Wat is daar te doen?’
De Cock grijnsde.
‘Daar woont Adelheid van Kleef. Ik wil haar vragen of ze nog steeds het plan heeft om een heuse klacht tegen mij in te dienen.’
Adelheid van Kleef knikte met toegeknepen mond. In haar blauwe ogen ontwaarde De Cock opnieuw strijdlust en veel agressie.
‘Die klacht komt er. Ik heb mijn advocaat al opdracht gegeven om een schrijven te richten aan meester Schaaps, uw officier van justitie. En u kunt ervan op aan dat hij die klacht in behandeling zal nemen. Ik ken Schaaps al vele jaren.’
De Cock glimlachte.
‘Van het oudheidkundig genootschap?’
‘Inderdaad.’
‘Daar bent u ook lid van?’
Adelheid van Kleef schudde haar hoofd.
‘ Was… was ik lid van.’
‘U bent uitgetreden… waarom?’
Adelheid van Kleef gebaarde heftig.
‘Omdat bepaalde lieden het oudheidkundig genootschap voor eigen doeleinden gebruikten.’
‘Welke lieden?’
Adelheid van Kleef zuchtte.
‘Gunther Worms en Hagen de Bourgondiër.’
De Cock trok zijn wenkbrauwen op.
‘Die misbruikten het genootschap?’
‘Precies.’
De Cock liet zijn blik op haar rusten. Secondenlang. Hij had moeite om zich aan de betovering van haar haast mystieke schoonheid te onttrekken en koel, zakelijk te blijven verhoren. ‘Hoe… eh, hoe deden ze dat?’
‘Gunther Worms was antiquair… handelde in kunst- en siervoorwerpen… antiek… curiosa.’
‘En?’
Adelheid van Kleef zwaaide voor zich uit.
‘Hij dwong de leden van het oudheidkundig genootschap om als spionnen voor hem op te treden… als collectioneurs van kunst- en siervoorwerpen. Antiek. Overal en altijd moesten ze voor hem uitzien of er ergens iets te bemachtigen viel.’ De Cock proefde de toon.
‘Wat bedoelt u met bemachtigen.’
‘Het liefst voor niets… in ieder geval ver beneden de werkelijke waarde.’
De Cock kneep zijn ogen half dicht.
‘En dat deed men?’ vroeg hij ongelovig. Adelheid van Kleef knikte nadrukkelijk. ‘Gunther Worms was een indringende persoonlijkheid, die gemakkelijk zijn wil aan anderen oplegde. Daar had hij niet de minste moeite mee. Hij gedroeg zich ook werkelijk als een koning en verlangde van het volk van de Klokbekers pure onderdanigheid.’
De Cock reageerde verwonderd. ‘En dat werd geaccepteerd?’‘Zeker.’
‘Verlangde,’ formuleerde De Cock voorzichtig, ‘Gunther Worms een dergelijke onderdanigheid ook van… eh, van Siegfried van Xanten?’
Adelheid van Kleef reageerde emotioneel.
‘Ja,’ riep ze ongewoon fel, ‘ook van Siegfried van Xanten. Maar Siegfried was er de man niet naar om erg onderdanig te zijn.’‘Het werd zijn dood?’
Om de mond van Adelheid van Kleef zweefde een grijnsje van minachting. ‘U geeft ineens blijk van inzicht en intelligentie,’ sprak ze op smalende toon. ‘Wel wat laat. Als u op terechte wijze op het ordale… op het baargericht had gereageerd en Hagen de Bourgondiër onmiddellijk voor de moord op Siegfried van Xanten in hechtenis had genomen… dan had Gunther Worms nu nog geleefd.’ Zij strekte haar rechterwijsvinger naar hem uit. ‘Het is die nalatigheid, die ik u verwijt. Ook Hilde Brunet is het met mij eens. U bent verantwoordelijk voor de dood van Gunther Worms… vandaar mijn klacht tegen u terzake dood door schuld.’
De Cock knikte traag. Zijn gezicht stond strak. Hij liet zijn hoofd iets zakken en zweeg. Voor alles wilde hij een discussie over dat onderwerp vermijden. Pas na een tijdje keek hij op. ‘U stelt dus dat Hagen de Bourgondiër Gunther Worms doodde?’ Adelheid van Kleef knikte nadrukkelijk.
‘Dat doe ik… absoluut.’
‘Waarom… wat was het motief?’
‘Onenigheid.’
‘Waarover?’
‘Zaken.’
De Cock spreidde zijn handen in wanhoop. ‘Wat voor zaken?’ Adelheid van Kleef vouwde in een rustig gebaar haar beide handen in haar schoot. ‘Gunther Worms en Hagen de Bourgondiër,’ sprak ze kalm, ‘handelden beiden in kunst- en siervoorwerpen. Zij waren compagnons.’
De Cock sloot even zijn ogen.
‘Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld?’
Adelheid van Kleef trok haar schouders op.
‘Ik denk dat slechts weinigen dat weten… van dat compagnonschap, bedoel ik. Ieder lid van het oudheidkundig genootschap wist dat Gunther Worms in antieke voorwerpen handelde. Maar dat Hagen de Bourgondiër deelgenoot was… hem daarbij hielp… wist vrijwel niemand.’
‘U wist het?’
‘Zeker.’
‘Hoe?’
‘Van Siegfried van Xanten. Ik heb het u verteld… hij en Hagen de Bourgondiër waren aanvankelijk goede vrienden.’ De Cock glimlachte innemend.
‘Handelde Siegfried van Xanten ook in kunst- en siervoorwerpen?’
Adelheid van Kleef schudde haar hoofd.
‘Nee… Siegfried deed niets.’
‘Waar leefde hij dan van?’
‘Ik… eh, ik onderhield hem.’
De Cock boog zich iets naar voren. ‘Hoe kwam Siegfried van Xanten aan die fraaie antieke bronzen dolk?’
Adelheid van Kleef draaide haar hoofd iets weg.
‘Dat weet ik niet,’ sprak ze zacht.
De Cock pauzeerde even. Zijn scherpe blik gleed langs haar gezicht en haar lange goudblonde haren. Net als in de aula van de Oosterbegraafplaats kwam het sprookje van de Lorelei in zijn gedachten… de beeldschone vrouw, die zittend op een rots, de schippers op de rivier de Rijn zo in vervoering bracht dat ze vergaten het roer te houden. Was er een vergelijking? Welke macht had deze vrouw over de mannen met wie zij in aanraking kwam? Hij blikte opzij naar Vledder. De jonge rechercheur staarde Adelheid van Kleef vrijwel ademloos aan. Vervoering? Betovering?
De grijze speurder schraapte zijn keel.
‘Sinds wanneer leeft bij u de absolute overtuiging dat Hagen de Bourgondiër Gunther Worms doodde?’
Adelheid van Kleef strekte haar schouders en duwde haar buste iets naar voren. ‘Sinds het moment,’ sprak ze bedaard, ‘dat Hilde Brunet mij belde en zei dat zij haar man bij de oprijlaan van haar villa had gevonden… dood met een antieke bronzen dolk in zijn rug.’ Ze spreidde even haar handen. ‘Op dezelfde wijze als waarop Hagen de Bourgondiër Siegfried van Xanten had vermoord.’
De Cock knikte begrijpend. ‘Wanneer belde Hilde Brunet u?’‘Gisteravond laat. In ieder geval na twaalf uur. Ik lag al in bed.’‘Was er een reden voor Hilde Brunet om juist u te bellen?’‘Hilde Brunet en ik onderhielden nog wel contacten… ook nadat ik uit het genootschap was getreden. Ik denk dat ze er toch met iemand over wilde praten. De dood van Gunther heeft haar toch geschokt.’
‘Wist Hilde Brunet van een onenigheid tussen haar man en Hagen de Bourgondiër?’
‘Daar heeft ze niets van gezegd.’
‘Weet u het?’
‘Nee. Ik vermoed alleen dat onenigheid over zaken en geld het motief is geweest.’
De Cock bracht zijn handen naar voren en drukte de vingertoppen tegen elkaar. ‘Laten we alles nog even recapituleren… u verdenkt Hagen de Bourgondiër van de moord op Gunther Worms omdat Gunther Worms op dezelfde wijze als Siegfried van Xanten werd gedood… en u verdenkt Hagen de Bourgondiër van de moord op Siegfried van Xanten op basis van het baargericht?’
Adelheid van Kleef schudde heel langzaam haar hoofd. ‘Dat niet alleen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. ‘Wat dan nog meer?’‘Hij heeft het mij bekend.’
De mond van De Cock viel half open. ‘Hagen de Bourgondiër heeft aan u bekend dat hij Siegfried vermoordde?’
‘Ja.’
‘Wanneer deed hij dat?’
Adelheid van Kleef liet haar hoofd zakken. Haar goudblonde haren vielen als een gordijn voor haar gezicht.
‘Op de avond na het baargericht.’