De ding-dong in de gang dreunde nog een beetje na. De Cock deed de deur van zijn woning open. Voor hem op de stoep stond Dick Vledder. De jonge rechercheur lachte wat verlegen. In zijn linkerhand bungelde een bos fraaie rode rozen.
‘Voor jouw vrouw. Hoe langer ik jou ken… hoe meer ik haar ga bewonderen.’
De Cock gromde.
‘Kun je geen ander motief bedenken om rozen voor haar mee te nemen?’
Vledder lachte.
‘Ze is lief.’
De Cock knikte instemmend.
‘Dat klinkt beter.’ Hij deed een stapje opzij. ‘Kom erin.’
‘Zijn de anderen er al?’
De Cock knikte.
‘Appie Keizer en Fred Prins zitten al bij mijn vrouw en hebben het hoogste woord. Ik had ook Grietje de Graaf uitgenodigd, maar ze wordt vanavond ingezet bij een inval bij een drugsdealer.’
‘Blijft hij in leven?’
‘Je bedoelt Pieter van Vlietland?’
Vledder grijnsde.
‘Toen de broeders van de Geneeskundige Dienst hem gisteravond op de brancard wegdroegen, lag hij er zo vreemd en verkreukeld bij, dat ik hem nog weinig hoop gaf.’
De Cock plooide zijn lippen in een tuitje.
‘Het valt achteraf mee. Hij heeft een gebroken heup en nog tal van andere fracturen, maar hij was vanmorgen goed bij kennis. Ik heb hem uitgebreid kunnen verhoren. Na een paar maanden hebben ze hem wel weer opgelapt.’
Vledder grijnsde.
‘En kan hij voor het gerecht verschijnen. Waar schat je hem op?’
De Cock schoof zijn onderlip naar voren.
‘Wij hebben doorgaans milde rechters. Maar daden van eigenrichting kunnen ze moeilijk verwerken.’
Ze stapten gezamenlijk de woonkamer in. Mevrouw De Cock kwam onmiddellijk overeind en schudde Vledder ter begroeting de hand. Met een gebaar van verrukking nam ze de rozen in ontvangst. Ze wuifde uitnodigend naar een diepe leren fauteuil.
‘Ga zitten,’ riep ze hartelijk. ‘Mijn man vroeg zich al af waar je bleef.’
De jonge rechercheur liet zich in de fauteuil zakken.
‘Ik had eerst niet willen komen,’ verklaarde hij. ‘Ik wilde er zelf achterkomen hoe uw man de moordenaar ontmaskerde en naar dat hotelletje lokte.’
De Cock lachte.
‘Dat lukte niet?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Ik heb mij suf gepiekerd. Je zal wel weer een van je befaamde trucs hebben toegepast.’
De Cock reageerde niet. Hij pakte de fles fijne cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield, en vulde ruim de bodem van diepbolle, voorverwarmde glazen. Hij reikte die zijn vrienden aan. Daarna hield hij het glas omhoog.
‘Op recht en gerechtigheid.’
Appie Keizer grinnikte.
‘Bedoel je dat cynisch?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik blijf er in geloven,’ sprak hij ernstig.
Vledder nipte aan zijn cognac.
‘Weet je nu alles?’
De Cock knikte traag.
‘Pieter van Vlietland heeft vanmorgen bekend. Hij is de natuurlijke zoon van Hans-Peter ten Brave… vijfentwintig jaar geleden ambitieus hoofdredacteur van het damesweekblad Astere.’
Vledder kneep denkrimpels in zijn voorhoofd.
‘Natuurlijke zoon?’
De Cock knikte.
‘Hans-Peter ten Brave is zijn biologische vader. De hoofdredacteur had op het moment dat hij voor verkrachtingen werd gearresteerd, al zeven jaar een verhouding met Johanna Maria van Vlietland, een beeldhouwster uit het Drentse Elim hij Hoogeveen. Uit die verhouding was een kind geboren, een jongen, Pieter. Hij kreeg de naam van zijn moeder: Van Vlietland… Pieter van Vlietland.’
Vledder keek hem met grote ogen aan.
‘Hoe ben je daar achter gekomen?’
De Cock glimlachte.
‘Via onze oud-collega Casper Galesloot van de zedenpolitie. Toen ik hem belde, bleek dat hij zich die oude zaak Ten Brave nog levendig herinnerde. De zelfmoord van Hans-Peter ten Brave had destijds een diepe indruk op hem gemaakt.
Toen de verkrachtingszaak in de publiciteit kwam, reisde Johanna Maria van Vlietland met haar vijfjarige zoon uit Elim naar Amsterdam. Ze wilde opheldering en meldde zich bij de zedenpolitie.
‘Rechercheur Galesloot had medelijden met haar en stond haar toe… tegen de huishoudelijke regels in… om met Ten Brave te praten. Dat onderhoud moet heel emotioneel zijn verlopen. Na afloop kwamen Johanna Maria van Vlietland en haar zoontje Pieter huilend uit het verhoorkamertje waar Galesloot haar met Ten Brave had laten afzonderen.
‘Ruim een week later kreeg rechercheur Galesloot van Johanna Maria van Vlietland een brief met het verzoek om die aan Hans-Peter ten Brave te overhandigen. Die brief heeft hem nooit bereikt.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Hij pleegde zelfmoord.’
De Cock nam een slok van zijn cognac.
‘Galesloot heeft die brief bewaard. Toen hij bij zijn pensionering de laden van zijn bureau opruimde, vond hij de brief tussen tal van andere paperassen en verscheurde hem ongelezen.’
Vledder zuchtte.
‘We kennen haar reactie dus niet.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘En die zullen wij nooit weten. Johanna Maria van Vlietland is twee jaar geleden gestorven.’
Fred Prins boog zich naar voren.
‘Ik begrijp er nog niets van. Pieter van Vlietland was vijf jaar toen zijn natuurlijke vader zelfmoord pleegde, waarom ging hij er vijfentwintig jaar later toe over om een aantal vrouwen te vermoorden?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Het waren niet zomaar een aantal vrouwen. Het waren de vrouwen die destijds tegen zijn natuurlijke vader een aanklacht wegens verkrachting hadden ingediend.’
De oude rechercheur zuchtte.
‘Ik zei al: Hans-Peter ten Brave was een ambitieuze man, die veel van zijn personeel verlangde. Niemand bij het weekblad Astere wist dat hij al jaren een verhouding had met Johanna Maria van Vlietland. Veel vrouwen die bij het damesweekblad Astere werkten, zagen in hem een huwelijkskandidaat. Onder hen de kwaadaardige Sabrine Achterbroek.
‘Hans-Peter ten Brave wees haar toenaderingen resoluut van de hand. Dat was de vonk van al het kwaad. Sabrine voelde zich vernederd. Ze begon onder het vrouwelijk personeel een actie om het gezag van Ten Brave als hoofdredacteur te ondermijnen. Dat lukte. Ten Brave was streng en niet altijd even tactvol. Hij was al met diverse vrouwelijke leden van de redactie in conflict gekomen.
‘Toen Sabrine Achterbroek meende voldoende invloed te hebben, stapte ze naar de zedenpolitie en deed aangifte van verkrachting.’
Fred Prins grijnsde.
‘Tegen Ten Brave.’
De Cock knikte.
‘In haar verklaring van aangifte noemde ze ook de namen van andere vrouwelijke personeelsleden die door Ten Brave zouden zijn verkracht.’
Vledder kneep zijn lippen opeen.
‘Eensluidende verklaringen.’
De Cock schonk hem een droeve grijns.
‘Door Sabrine aan de anderen voorgekauwd.’
Fred Prins zwaaide om aandacht.
‘Dat… eh, dat begrijp ik,’ sprak hij half stotterend. ‘Sabrine en de andere vrouwen legden een valse verklaring af om die hoofdredacteur ten val te brengen. Maar hoe wist Pieter van Vlietland dat… vijfentwintig jaar later?’
‘Een brief.’
‘Wat voor een brief?’
De Cock strekte zijn handen voor zich uit en drukte de vingertoppen tegen elkaar.
‘Voordat Hans-Peter ten Brave in zijn cel zelfmoord pleegde schreef hij een afscheidsbrief aan zijn zoon… aan de toen vijfjarige Pieter van Vlietland, aan wie hij zeer was gehecht. Die brief overhandigde hij aan zijn advocaat en gebood hem de brief onder te brengen bij een gerenommeerd notariskantoor met het verzoek, die brief vijfentwintig jaar na zijn dood aan zijn zoon uit te reiken.’
‘Waarom vijfentwintig jaar?’
‘Ten Brave was van mening, dat een man pas op zijn dertigste jaar oud en wijs genoeg was om tot weloverwogen beslissingen te komen.’
Fred Prins gebaarde.
‘Pieter van Vlietland heeft die afscheidsbrief van zijn vader gekregen?’
De Cock knikte.
‘Ik heb die brief gelezen,’ sprak hij gedragen. ‘Heel indrukwekkend. Hans-Peter ten Brave beschrijft hoe hij door een hel is gegaan… Hoe de valse beschuldigingen zijn leven vernielden en hoe zijn wanhopige pogingen om zijn onschuld te bewijzen op een muur van ongeloof stukliepen. In het slot van zijn brief noemt hij de namen van de vrouwen die tegen hem hebben getuigd, en geeft hij zijn zoon de overweging om te handelen zoals zijn geweten hem ingeeft.’
Appie Keizer slikte.
‘Toen begon hij hen uit te moorden?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Pieter van Vlietland is een begaafd journalist. Hij vond dat de betrokken vrouwen op een of andere manier moesten boeten. In een vermomming… een valse pruik en een snor… en zonder zijn ware identiteit te onthullen, nam hij contact op met Sabrine Achterbroek. Hij liet haar een kopie van de brief lezen en eiste van haar honderdduizend gulden… anders zou hij de brief aan de redactie van een krant ter publicatie aanbieden.’
Fred Prins glimlachte.
‘Chantage.’
De Cock zuchtte.
‘Chantage… inderdaad. Sabrine Achterbroek nam contact op met de andere vrouwen die in de brief werden genoemd: Yolanda van Zelhem, Sarah Harreveld, Marjolein Ridderspoor en Evelien Eikenroos.
‘Ze eiste van ieder vijfentwintigduizend gulden om de chanteur te betalen.
‘Evelien Eikenroos weigerde. Ze had aan haar man haar verleden opgebiecht en voelde zich vrij. Bovendien, zo bleek haar uit informatie, was strafbedreiging voor de destijds afgelegde meineed inmiddels verjaard.
‘Maar de anderen stortten trouw vijfentwintigduizend gulden op de rekening van Sabrine Achterbroek en Sabrine betaalde haar chanteur.’
De Cock pauzeerde even.
‘Pieter van Vlietland,’ ging hij verder, ‘was niet tevreden. Het feit dat Sabrine het chantagegeld had betaald, wees op het gelijk en de onschuld van zijn vader, maar zekerheid had hij niet.
‘Toen hij erachter kwam dat Yolanda van Zelhem in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis was opgenomen en vermoedelijk niet lang meer had te leven, nam hij… weer als de man met de snor… contact met haar op. Yvonne van Zelhem, die toch al het plan had om haar geweten te ontlasten, vertelde hem de ware toedracht.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Als haar brief ons eerder had bereikt, dan had dit onderzoek niet zo lang geduurd.’
De Cock spreidde zijn handen.
‘Ons leven wordt vaak door kleine toevalligheden bepaald. Wanneer die vrouw uit de Esdoornstraat in Schagen niet intuitief had aangevoeld dat de man met de snor, die naar Evelien Eikenroos vroeg, niet veel goeds in de zin had, dan had Evelien Eikenroos vermoedelijk nu niet meer geleefd en hadden wij deze zaak nooit tot een oplossing kunnen brengen.’
Fred Prins vroeg weer om aandacht.
‘Ik ben er nog steeds niet achter,’ riep hij geprikkeld. ‘Waarom en wanneer ging Pieter van Vlietland over tot moord?’
De Cock keek hem glimlachend aan.
‘Toen Sabrine Achterbroek een huurmoordenaar in de arm nam.’
Fred Prins schudde zijn hoofd.
‘Dat snap ik niet.’
De Cock glimlachte opnieuw.
‘Toen Pieter van Vlietland van de stervende Yolanda van Zelhem de ware toedracht had vernomen en uit de secretaire in haar woning de voorgekauwde valse verklaringen had verkregen, toog hij met deze nieuwe wetenschap opnieuw naar Sabrine Achterbroek.
‘Sabrine raakte in paniek. Ze beloofde hem meer geld voor zijn stilzwijgen, hoewel ze niet wist waar dat geld vandaan moest komen.
‘In een moment van helderheid besefte Sabrine dat zij nooit van haar chanteur verlost zou worden en besloot dat hij voorgoed van de aardbodem diende te verdwijnen. Tot haar ongeluk kwam ze in contact met Blaffer Henkie, een louche huurmoordenaar.’
Vledder grinnikte.
‘Blaffer Henkie,’ zo nam hij de uitleg van De Cock over, ‘maakte gemene zaak. Toen de man met de snor, die hij zou moeten vermoorden, de woning van Sabrine Achterbroek verliet, sprak hij hem aan en vertelde dat hij een opdracht had tot moord. Hij vroeg hem hoeveel het hem waard was als Blaffer Henkie hem de naam van zijn opdrachtgever gaf.’
De Cock knikte instemmend.
‘Pieter van Vlietland,’ ging hij verder, ‘deed alsof hij op het voorstel van Blaffer Henkie inging. Hij lokte hem naar het natuurterrein Oostvaardersplassen bij Lelystad. Toen Blaffer Henkie hem de naam van zijn opdrachtgeefster had onthuld, schoot hij hem zonder wroeging neer.’
Op het gezicht van Fred Prins verscheen een grijns.
‘Toen besloot Pieter van Vlietland tot moord.’
De Cock knikte bevestigend.
‘Toen,’ herhaalde hij, ‘besloot Pieter van Vlietland tot moord.
‘Het vreemde was, zo vertelde hij mij vanmorgen, dat hij tegen de eerste moord… de moord op Sabrine Achterbroek… erg opzag. De moord, zo had hij bedacht, moest een symbool worden van zijn wraakoefening. Zijn biologische vader pleegde zelfmoord door ophanging… ook de moord op Sabrine Achterbroek diende het aanzien van een zelfmoord te krijgen… een zelfmoord door ophanging. De dag tevoren had hij van de spanning niet kunnen slapen.
‘Bij de volgende moorden, op Sarah Harreveld en Marjolein Ridderspoor, kende hij die spanning niet. Integendeel. Hij had tot zijn verwondering bij zichzelf een gevoel van bevrijding… van bevrediging bespeurd. Hij voelde zich zo superieur, dat hij het aandurfde om mij in zijn krant bespottelijk te maken.’
Vledder grinnikte.
‘Ervaren rechercheur door moordenaar misleid.
Ervaren rechercheur blundert opnieuw.’
De Cock trok zijn schouders iets op.
‘Het was dom. Hij vestigde de aandacht op zichzelf. Ik heb de mogelijkheid overwogen, dat hij als journalist contact had met de moordenaar en uit die bron wist dat de enscenering van de moorden een camouflage was. En ik overwoog een tweede mogelijkheid: dat hij zelf bij de moorden was betrokken.’
Vledder boog zich met een ruk naar voren.
‘Nu weet ik nog niet hoe je Pieter van Vlietland met moordplannen naar het hotel De Blauwe Engel lokte!’
De Cock antwoordde niet direct. Hij nam de fles cognac Napoleon ter hand en schonk nog eens in.
‘Ik heb uitgebreid met Evelien Eikenroos gesproken,’ ging hij bijna fluisterend verder. ‘Over de moorden, over haar toekomst, over haar aandeel in die verkrachtingszaak van destijds. Uiteindelijk besloot ze… met toestemming van haar man… mij te helpen.’
‘Hoe?’
‘Ik dicteerde haar een brief aan Pieter van Vlietland, waarin ze schreef dat ze zijn identiteit kende, dat ze wist dat hij verantwoordelijk was voor de moorden op de vroegere getuigen in die verkrachtingszaak en eiste van hem de honderdduizend gulden, die Sabrine Achterbroek hem als chantagegeld had overhandigd.’
Vledder knikte traag voor zich uit.
‘En als ontmoetingsplaats koos je een vunzig kamertje in De Blauwe Engel.’
‘Precies. Ik kende het interieur van het hotelletje en wist dat het ons voldoende mogelijkheden bood om Evelien Eikenroos te beschermen.’
De jonge rechercheur keek hem bewonderend aan.
‘Soms heb je iets van een duivel.’
De Cock grijnsde.
‘Ik heb het je al eens meer gezegd: iets van een duivel steekt in ons allen.’
Hij nam omzichtig een slokje van zijn cognac en keek de kring rond.
‘Nog vragen?’
Niemand reageerde.
De Cock zakte ver terug in zijn fauteuil. Het droevige relaas van de moorden had hem afgemat.
Mevrouw De Cock stond op, liep naar de keuken en kwam terug met een schaal vol lekkernijen.
Het gesprek werd algemener en de zaak van de vermoorde vrouwen raakte op de achtergrond.
Tegen middernacht namen de jonge collega’s afscheid. Toen ze waren vertrokken, schoof mevrouw De Cock een poef bij en ging tegenover haar man zitten.
‘Ik heb er de hele avond op zitten wachten,’ sprak ze liefjes.
De Cock keek haar verwonderd aan.
‘Waarop?’
‘Een vraag. Zelfs Fred Prins, die toch vanavond heel alert is, heeft hem niet gesteld.’
De Cock hield zijn hoofd iets schuin en keek haar vertederd aan.
‘Ik neem aan dat jij die vraag nu gaat stellen?’
Mevrouw De Cock knikte.
‘Waarom kleedde de moordenaar zijn slachtoffers in een roodzijden nachthemd?’
De oude rechercheur glimlachte.
‘Er is in jou een rechercheur verloren gegaan.’
Mevrouw De Cock keek hem strak aan.
‘Je beantwoordt mijn vraag niet.’
De grijze speurder spreidde zijn handen.
‘Je hebt gehoord dat alle verklaringen tegen Ten Brave vrijwel eensluidend waren. In die valse verklaringen werd steeds gesproken van een moment, dat Ten Brave zich in zijn woning even terugtrok en dan weer verscheen, slechts gekleed in een roodzijden nachthemd. In die schaarse kledij zou hij al zijn slachtoffers hebben verkracht.’
‘Theatraal.’
De Cock grijnsde.
‘Tot verbijstering en wanhoop van Hans-Peter ten Brave vonden de Heren Rechters het destijds zo’n gênant en belangrijk detail, dat het volgens hen het waarheidsgehalte van de afgelegde verklaringen bevestigde.’