6

Compleet… met zwarte cape en rode hoofddoek tippelde Sarah Harreveld op haar modieuze laarsjes de grote recherchekamer af.

De Cock keek haar na. Het beeld van de vrouw riep herinneringen bij hem op aan de eerste Franse les, die hij op reeds gevorderde leeftijd in een wilde drang tot meerdere educatie had genoten. Het was tevens zijn laatste. De Franse taal lag hem niet.

‘Le petit chaperon-rouge,’ mompelde hij.

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

‘Wat zeg je?’

De Cock trok een grimas.

‘Le petit chaperon-rouge… Roodkapje… ze werd door de boze wolf opgevreten.’

Vledder grijnsde.

‘Ga je sprookjes vertellen?’

De Cock wuifde de opmerking weg. Hij wees naar de deur, waarachter Sarah Harreveld was verdwenen.

‘Ik heb haar al eens eerder ontmoet.’

‘Wanneer?’

De Cock knikte ‘Toen ze de recherchekamer binnenstapte kwam ze mij direct al bekend voor. Volgens mij was ze een van de vrouwen, die op Vredenhof bij de begrafenis van Yolanda van Zelhem aanwezig waren.’

Vledder keek hem verbaasd aan.

‘Waarom heb je haar niet gevraagd of ze Yolanda van Zelhem heeft gekend?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Dat leek mij niet zinvol. Sarah Harreveld zegt een vriendin van Sabrine Achterbroek te zijn geweest en Sabrine Achterbroek was een vriendin van Yolanda van Zelhem. Het is vrijwel zeker, dat Sarah Harreveld Yolanda van Zelhem heeft gekend en belangstelling voor haar begrafenis toonde.’

Vledder bromde.

‘Ik had het haar toch maar gevraagd. Misschien wist zij bijzonderheden.’

‘Over Yolanda van Zelhem?’

‘Ja.’

De Cock grinnikte.

‘Een zaak die wij zouden laten rusten?’

De vraag klonk cynisch.

Vledder trok een beteuterd gezicht.

‘Als je toch een getuige bij de hand hebt, die haar bij leven heeft gekend.’

De Cock lachte hem toe.

‘Waarom nog?’

De oude rechercheur wees opnieuw naar de deur van de grote recherchekamer.

‘Hoe simpel is ons speurderswerk,’ riep hij jubelend. ‘De moordenaar wordt ons op een presenteerblaadje gebracht. Je hebt zijn adres gekregen. We behoeven hem alleen maar op te halen.’

Vledder keek hem argwanend aan.

‘Je bedoelt Bob Verhagen, ex-echtgenoot van Sabrine Achterbroek?’

De Cock spreidde zijn handen in een theatraal gebaar.

‘Een diep vernederde, wegkwijnende man met een vertrapte ziel.’

Vledder beluisterde de toon.

‘Jij… eh, jij gelooft niet in hem… als moordenaar?’ vroeg hij aarzelend.

De Cock trok zijn schouders op.

‘Vrouwen kunnen het leven van een man… ook na een echtscheiding… nog verwoesten, totaal ondraaglijk maken. Ik ken daar genoeg voorbeelden van. Het geldt uiteraard ook andersom. Gelukkig leidt dat zelden tot moord. Mensen kunnen blijkbaar veel kwellingen verdragen.’

Vledder kneep zijn lippen op elkaar.

‘Sabrine Achterbroek leek mij een serpent.’

De Cock keek zijn jonge collega secondenlang aan.

‘Ik ben blij met die opmerking,’ sprak hij opgelucht.

De oude rechercheur kauwde peinzend op zijn onderlip.

‘Het vreemde is,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘dat haar dood bij mij geen greintje mededogen heeft opgewekt. Vanaf het moment dat ik haar aan die deur zag hangen, werd ik overvallen door een onverklaarbaar, onbestemd gevoel, dat ze het heeft verdiend… dat ze het noodlot heeft getart.’

Vledder keek hem schuins aan.

‘Door haar man tot het uiterste te drijven?’

De Cock antwoordde niet. Hij staarde een poosje peinzend voor zich uit. Toen stond hij van zijn stoel op en slenterde naar de kapstok.

Vledder kwam hem na.

‘Waar ga je heen?’

De Cock draaide zich half om.

‘Naar Bob Verhagen.’

Vledder keek hem verrast aan.

‘Arresteren?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Condoleren… en vragen of hij de garderobe van zijn gewezen vrouw kent.’


De Cock en Vledder stapten het politiebureau uit. De Cock keek langs de gevel omhoog naar de bewolkte hemel en huiverde. ‘Het is veel te koud voor de tijd van het jaar,’ gromde hij.

Vledder liep voor hem uit.

‘Nemen we de Golf?’

De Cock trok zijn neus iets op.

‘Naar de Kromme Waal?’

Vledder maakte een verontschuldigend gebaar.

‘Ik moet vanmiddag wel op tijd op Westgaarde zijn. De dokter is razend als je te laat bij de sectie bent.’

De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge.

‘Tegen die tijd zijn we wel terug,’ sprak hij sussend. ‘Zo lang zal ons onderhoud met de heer Verhagen niet duren.’

Vledder grijnsde.

‘En als hij zijn ex-vrouw in een vlaag van woede heeft gedood?’

De Cock keek hem van terzijde aan.

‘Hoe wil je dat bewijzen?’

‘Misschien vinden we in zijn woning een stuk van dat elektriciteitsdraad dat om haar nek zat.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Sabrine Achterbroek werd niet in een vlaag van woede gedood. Bovendien zouden wij voor een onderzoek in de woning van die heer Verhagen een bevel tot huiszoeking moeten hebben.’

‘En?’

De Cock maakte een afwerend gebaar.

‘Met de huidige stand van ons onderzoek is geen enkele officier van justitie tot het afgeven van zo’n bevel bereid. Die lui zijn tegenwoordig bang dat ze zich aan koud water branden.’

De oude rechercheur tastte in de steekzak van zijn regenjas naar het apparaatje dat hij eens, lang geleden, van zijn vriend en ex-inbreker Handige Henkie had gekregen.[7]

‘Voor noodgevallen,’ grinnikte hij, ‘heb ik altijd nog een oplossing.’

Vledder reageerde niet.

Zwijgend liepen ze via de Korte Niezel en de Stormsteeg naar de Binnen Bantammerstraat en stapten links de Kromme Waal op.

Voor een statig herenhuis bleven ze staan. Naast een zware mosgroene toegangsdeur met een ijzeren klopper hing een glimmend koperen naamplaat met Bob Verhagen bv, im- en export in zwarte, diep verzonken letters.

‘Im- en export,’ sprak De Cock gniffelend. ‘Ik heb dat altijd een vage uitdrukking gevonden. Daar kan van alles achter schuilgaan: van palmpitten en kokosnoten tot exotische vrouwen en harddrugs.’

Vledder grijnsde.

‘Je bent cynisch.’

De Cock tikte een paar maal met de klopper.

Het duurde nog geen halve minuut, toen werd de zware deur geopend. In de deuropening verscheen een aantrekkelijk ogende jonge vrouw in een stemmig zwarte japon. Ze keek van De Cock naar Vledder en terug.

De oude rechercheur nam beleefd zjn hoedje af.

‘Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa.’ Hij duimde opzij. ‘En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs van politie, verbonden aan het bureau Warmoesstraat. Wij wilden graag een onderhoud met de heer Verhagen.’

De jonge vrouw deed glimlachend een stap opzij.

‘De heer Verhagen heeft mij gezegd dat hij u kan ontvangen.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Hij verwacht ons?’

In zijn stem trilde verbazing.

De jonge vrouw maakte een schouderbeweging.

‘Dat… eh, dat weet ik niet,’ antwoordde ze onzeker. ‘Hij zei: “Als er rechercheurs komen, breng ze dan naar mijn kamer.”’

‘Wanneer zei hij dat?’

‘Een halfuurtje geleden.’

De Cock stapte langs haar heen.

Vledder volgde.

De jonge vrouw deed de zware deur achter zich dicht en ging de beide rechercheurs vanuit de hal voor door een marmeren gang met wulpse engeltjes aan het plafond. Het geklik van haar hoge hakjes echode tegen de kale muren.

Aan het einde van de gang opende ze links een deur en trok zich daarna bescheiden terug.

Achter een immens groot bureau rees een lange magere man vanuit zijn stoel omhoog. De Cock schatte hem op begin vijftig. Hij had een lang, scherpgesneden gezicht met donkere diepliggende ogen en charmant grijs aan de slapen. Het lichtblauwe kostuum dat hij droeg slobberde om zijn lijf. Sinds de aanschaf van dat kledingstuk had de man zichtbaar aan gewicht verloren.

Met grote stappen kwam hij achter zijn bureau vandaan en gebaarde naar een zitje tussen twee hoge ramen, die uitzicht boden op een verwilderde tuin.

‘Neemt u plaats,’ sprak hij vriendelijk. ‘Ik praat uit principe niet graag met mensen vanachter mijn bureau. Dat kweekt afstand. Mijn bureau mag geen barrière zijn.’

De Cock ging tegenover hem zitten en legde zijn hoedje naast zich op het parket. De blik van de oude rechercheur bleef op de man gericht.

‘U bent de heer Verhagen… Bob Verhagen?’

De man knikte.

‘Inderdaad.’

De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.

‘Wij condoleren u,’ sprak hij gedragen, ‘met het verlies van uw gewezen echtgenote… Sabrine Achterbroek.’

De oude rechercheur hield zijn hoofd iets schuin.

‘Ik neem aan dat u reeds van haar overlijden op de hoogte bent?’

Bob Verhagen knikte opnieuw.

‘Sarah vertelde het mij… Sarah Harreveld. Ze zei ook dat ik uw komst kon verwachten.’

De Cock veinsde onbegrip.

‘Hoezo?’

Bob Verhagen glimlachte.

‘Sarah is een impulsieve vrouw. Ze flapt er onmiddellijk alle gedachten uit die bij haar opkomen. Ze schijnt tegen u te hebben gezegd, dat volgens haar mening Sabrine werd vermoord en dat ik de dader was.’

‘En?’

‘Wat bedoelt u?’

‘Bent u de dader?’

Het magere gezicht van Bob Verhagen kleurde.

‘Een bespottelijk idee.’

De man liet zijn hoofd iets zakken.

‘Ik begrijp wel hoe Sarah tot die gedachte kwam,’ sprak hij zuchtend. ‘Sabrine is… was een verschrikkelijke vrouw. Ik dacht dat ik na de scheiding van haar grillen verlost zou zijn, maar dat pakte anders uit. Ik denk dat ik na onze scheiding nog meer heb geleden dan gedurende de tijd dat mijn huwelijk met haar nog in stand was.’

‘Hoe lang was u met haar gehuwd?’

‘Bijna elf jaar.’

‘U woonde met haar op de Prinsengracht?’

‘De laatste paar jaar. Voordien woonden wij hier op de Kromme Waal. Maar dat beviel haar niet langer.’

De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus.

‘Elf jaar huwelijk… tijd genoeg om een vrouw goed te leren kennen.’

Bob Verhagen schudde zijn hoofd.

‘Ik heb Sabrine nooit gekend… nooit haar karakter kunnen doorgronden. Ze was een zebravrouw… zwart-wit… wisselde schaarse momenten van pure tederheid af met lange perioden van boosaardig gedrag. Dan was mijn leven met haar een hel. Ik moet u eerlijk bekennen dat ik haar dood dikwijls heb gewenst… dat ik wel eens heimelijk met de gedachte aan moord heb gespeeld.’

De Cock trok zijn gezicht strak.

‘Naar uw gevoel had u een redelijk motief om haar naar het leven te staan?’

Bob Verhagen knikte nadrukkelijk.

‘Zeker, dat motief had ik. Sabrine heeft mijn leven verwoest. Ze werd de laatste jaren steeds boosaardiger. Gelooft u mij, bij een eventuele veroordeling zou ik een reeks van verzachtende omstandigheden hebben kunnen aanvoeren.’

De Cock glimlachte.

‘Gelooft u dat Sabrine werd vermoord?’

Bob Verhagen antwoordde niet direct. Hij staarde enige ogenblikken voor zich uit. Nadenkend vouwde hij zijn handen.

‘Ik zou het mij kunnen voorstellen,’ antwoorde hij voorzichtig. ‘Niet alle mannen hebben zo’n groot incasseringsvermogen als ik.’

‘Had Sabrine relaties met mannen?’

‘Ik ging haar gangen niet na.’

‘Zij de uwe wel.’

Bob Verhagen snoof verachtelijk.

‘Als een model-detective.’

De Cock onderdrukte een glimlach.

‘Hebt u Yolanda van Zelhem gekend?’

Bob Verhagen knikte.

‘Sabrine beschouwde haar als haar vriendin.’

‘Zoals Sarah Harreveld?’

Bob Verhagen reageerde wrevelig.

‘Anders… totaal anders. Ik heb de vriendschap tussen die twee vrouwen nooit goed begrepen. Volgens mij voelde Yolanda van Zelhem zich in het gezelschap van Sabrine nooit op haar gemak… bleef in zichzelf gekeerd… gesloten. Ik heb ook nooit enig contact met die Yolanda gehad… nooit een gesprek met haar gevoerd.’

‘En met Sarah Harreveld?’

Bob Verhagen glimlachte.

‘Sarah is een boeiende vrouw,’ sprak hij hartelijk. ‘Zoals ik al zei: impulsief, levenslustig. Een vrouw met brede interessen. Zij was de enige vrouw voor wie Sabrine enig ontzag had.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Andere vriendinnen?’

‘Er was een Evelien Eikenroos met wie Sabrine correspondeerde. Maar die vrouw heb ik nooit ontmoet.’

‘Vrienden?’

Bob Verhagen verschoof iets in zijn fauteuil.

‘Ik heb wel eens in stilte gehoopt dat Sabrine een man zou ontmoeten die haar kon imponeren.’

De Cock keek hem verwonderd aan.

‘U… eh, u hoopte op haar ontrouw?’ vroeg hij ongelovig.

Bob Verhagen trok zijn schouders iets op.

‘Ik heb dikwijls naar de luwte van haar aandacht verlangd.’

De Cock beluisterde de intonatie, proefde de kracht van zijn woorden. De oude rechercheur bespeurde zoveel verdriet, zoveel bitterheid, dat hij in een korte gedachteflits overwoog om de man voor moord op zijn ex-vrouw te arresteren en het verhoor in de Warmoesstraat voort te zetten.

Wat hem hinderde, was de openheid waarmee de man zijn gevoelens prijsgaf. Dat paste niet in het beeld dat hij van de moordenaar van Sabrine Achterbroek had.

De Cock gebaarde voor zich uit.

‘Wie van uw beiden beheerde tijdens uw huwelijk de financiën?’

Bob Verhagen spreidde zijn handen.

‘Ik gaf haar maandelijks huishoudgeld. Ruim voldoende, dacht ik. Verder had Sabrine een eigen inkomen, waarmee ik mij niet bemoeide.’

De Cock wreef over zijn brede kin.

‘Yolanda van Zelhem heeft nog kort voor haar dood vijfentwintigduizend gulden aan Sabrine overgemaakt. Enig idee waar dat geld voor diende?’

Bob Verhagen keek hem verwonderd aan.

‘Vijfentwintigduizend gulden?’

De Cock knikte.

‘Het vreemde is, dat na haar dood alle bescheiden uit de woning van uw ex-vrouw zijn verdwenen. Ik kan haar administratie niet meer nagaan.’

De oude rechercheur boog zich naar de man toe.

‘Meneer Verhagen, bent u nog in het bezit van een sleutel van de Prinsengracht, de woning die u eens samen met haar deelde?’

Bob Verhagen toonde voor het eerst tijdens het onderhoud enige onrust. Zijn handen friemelden aan de zoom van zijn colbert.

‘Ik… eh, ik moet nog wel ergens een sleutel van die woning hebben.’

De Cock boog zich nog verder naar hem toe.

‘Het was voor u dus mogelijk om zonder de toegangsdeur te forceren bij haar binnen te komen.’

Bob Verhagen sloot even zijn ogen.

‘Die mogelijkheid had ik.’

De Cock knikte.

‘Toen Sabrine dood in haar woning werd aangetroffen, stond de deur van haar woning op een kier. Er waren geen sporen van braak.’

Bob Verhagen kwam met een ruk overeind.

‘Wat suggereert u?’ riep hij fel.

De Cock keek onverstoord naar hem op.

‘Droeg Sabrine wel eens een roodzijden nachthemd?’

De vraag verraste Bob Verhagen zichtbaar. Zijn mond zakte half open. Wild schudde hij zijn hoofd.

‘Nooit,’ reageerde hij fel. ‘Nooit een hemd. Altijd zo’n vervloekte strakke pyjama.’

Загрузка...