8

Met de dikke wijsvinger van zijn linkerhand schoof De Cock de fraaie lange kastanjebruine haren van de dode vrouw iets opzij en bezag haar opgezwollen gelaat en de halfopen mond met de iets naar buiten gegleden tong. Hij kneep een moment zijn ogen dicht. Het beeld raakte hem diep en op het beeldscherm van zijn gedachten werd ongewild de tekst boze wolf geprojecteerd. Hij onderkende de tekst als dwaas en wiste de woorden onmiddellijk uit.

De oude rechercheur nam zijn vinger weg. Het lange haar gleed weer voor haar gezicht. Terwijl hij de dode in zijn blik gevangen hield, deed hij een paar passen terug.

Opnieuw zocht de grijze speurder naar dissonanten, valse tonen in het requiem van een zelfmoord. Hoewel hij er vrijwel onmiddellijk van overtuigd was, dat de dood van Sarah Harreveld een replica was van de moord op Sabrine Achterbroek, ging hij alles nauwkeurig na: de lijkvlekken, de insnoeringen van de draad in de hals. Even liet hij de zachte zijde van het lange rode hemd langs de toppen van zijn vingers strelen. Daarna nam hij uit de woonkamer een stoel en bekeek de richting van de beschadigde houtvezels boven op de deur.

Vledder sloeg zijn verrichtingen nauwlettend gade.

‘Hetzelfde?’

De Cock kwam van de stoel af en knikte.

‘Net als bij Sabrine Achterbroek: een gecamoufleerde moord.’

‘Door dezelfde dader?’

De Cock trok een ernstig gezicht.

‘Het lijkt mij zinvol,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘om daar voorlopig van uit te gaan. Het is in ieder geval dezelfde modus operandi.[8] Ik heb een sterk vermoeden dat de moordenaar in de overtuiging leeft, dat wij bij de moord op Sabrine Achterbroek zijn misleidingen niet hebben doorzien.’

Vledder klemde zijn lippen op elkaar.

‘Hij herhaalde zijn succesformule.’

Het klonk bitter.

De Cock knikte.

‘Waarom?’ verzuchtte hij. ‘Waarom deze tweede moord op dezelfde manier?’

De oude rechercheur wierp nog eens een blik op de dode. ‘Waarom moest Sarah Harreveld sterven?’

In zijn stem trilde onbegrip.

Hij wendde zich tot Vledder.

‘Waarschuw de meute.’

De grijze speurder blikte om zich heen en wees naar een telefoontoestel op een tafeltje tussen de twee ramen.

‘Niet van hier. Misschien zitten er bruikbare vingerafdrukken op het toestel. Bel maar beneden bij de buren.’

Vledder aarzelde.

‘Passen wij dezelfde methode toe als bij de moord op Sabrine Achterbroek?’

De Cock keek hem niet-begrijpend aan.

‘Hoe bedoel je?’

‘Maken wij de dood van Sarah Harreveld niet als moord bekend? Laten we ook nu de moordenaar in de waan dat wij in zijn opzet geloven?’

De Cock maakte een weifelend gebaar.

‘Daar moet ik nog eens over nadenken,’ antwoordde hij traag. ‘Er schuilt namelijk het gevaar in, dat de dader door zijn successen overmoedig wordt. Wij weten niet of hij nog meer slachtoffers op zijn dodenlijstje heeft staan.’

Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

‘Je spreekt steeds over hij en over de dader. Ben je er absoluut van overtuigd dat de moordenaar een man is?’

De Cock knikte.

‘Men moet over een behoorlijke lichaamskracht beschikken om een lijk aan een stuk elektriciteitsdraad van de grond omhoog te hijsen.’

De oude rechercheur wees naar het lichaam van de dode Sarah Harreveld aan de deur.

‘Zij is niet zo zwaar, maar Sabrine Achterbroek was een stevig gebouwde vrouw. Ik schatte haar zeker op vijfentachtig kilo. En om dat gewicht van de grond…’

De Cock maakte zijn zin niet af.

Vledder glimlachte.

‘Tot zo’n krachtsinspanning acht je een vrouw niet in staat?’

De Cock spreidde zijn handen.

‘Je mag geen enkele mogelijkheid uitsluiten, maar het zou mij hooglijk verbazen wanneer achteraf zou blijken dat de moordenaar een vrouw was.’

Hij zweeg even en streek over zijn kin.

‘Als je de meute hebt gewaarschuwd, kijk dan eens of ook uit deze woning alle bescheiden zijn verdwenen.’

Vledder knikte.

Plotseling kwam vanuit de keuken een man de woonkamer binnenstappen. De Cock keek verbaasd op en herkende een collega-rechercheur van het politiebureau aan de Lijnbaansgracht.

‘Van der Stek,’ riep hij verrast. ‘Wat… wat kom jij hier doen?’

‘Een onderzoek instellen.’

‘Waarnaar?’

‘Een vrouw, die zich hier zou hebben opgehangen.’

De Cock keek zijn collega onderzoekend aan.

‘Wie zegt dat?’

‘Mijn wachtcommandant. Hij kreeg een telefoontje van een man, die hem vertelde dat op dit adres een vrouw zelfmoord had gepleegd.’

‘Wat voor een man?’

Rechercheur Van der Stek trok zijn schouders op.

‘Een anonymus. Voordat de wachtcommandant de man naar zijn naam en verdere bijzonderheden kon vragen, had hij opgehangen.’


Het was al donker toen ze uit de Nieuwe Kerkstraat wegreden. Het regende opnieuw. Zware regendruppels kletterden op het dak van de Golf.

Vledder deed de ruitenwissers aan en gromde.

‘Hoe noemde die dichter ons land ook weer?’

De Cock glimlachte.

‘O land van mist en mest, van vuile koude regen.’

‘Wanneer leefde die man?’

‘De Genestet? In het midden van de vorige eeuw.’

‘Toen was het dus ook al zo.’

De Cock liet zich iets onderuitzakken. Hij voelde weinig voor een discussie over het Hollandse klimaat. In zijn hersenen tuimelden de gedachten over elkaar heen. In tegenstelling tot Sabrine Achterbroek, had de dood van Sarah Harreveld hem wel emotioneel getroffen. Toen hij haar levenloos aan de deur zag hangen, had in zijn hart secondenlang een vreemde pijn gegloeid. Hij zocht voor die afwijkende gevoelens een verklaring, maar vond die niet.

Volgens Bob Verhagen, de ex-man van Sabrine Achterbroek, was Sarah Harreveld een boeiende vrouw, impulsief, levenslustig, openhartig. Een vrouw die haar meningen nooit versluierde. Was dat, zo vroeg hij zich af, de reden van haar gewelddadige dood?

De Cock dacht terug aan haar bezoek aan de grote recherchekamer van het bureau Warmoesstraat. Ze had onmiddellijk als haar overtuiging uitgesproken dat Sabrine Achterbroek was vermoord. Vrouwelijke intuïtie? Of had ze een gegronde reden om bij de dood van Sabrine Achterbroek aan moord te denken?

De houding en het gedrag van Bob Verhagen intrigeerden hem. Wist hij werkelijk niets van die vreemde geldstortingen op de bankrekening van zijn ex-vrouw of deelde hij met haar een mysterieus geheim?

Vledder verbrak zijn overpeinzingen.

‘Laat je het onderzoek naar de moord op Sarah Harreveld verder aan Van der Stek over?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Je kunt de moord op Sarah Harreveld niet los zien van de moord op Sabrine Achterbroek. Van der Stek zal zijn bevindingen wel op papier zetten.’

‘Wie zou het politiebureau aan de Lijnbaansgracht hebben gebeld?’

De Cock drukte zich iets omhoog.

‘Iemand die eerder van de dood van Sarah Harreveld op de hoogte was dan wij.’

‘De moordenaar?’

Vledder parkeerde de Golf op de steiger achter het politiebureau. Voorzichtig stapten ze uit. Het hout van de steiger was door het regenwater spiegelglad geworden.

Schuifelend bereikten ze de Oudebrugsteeg en slenterden van daar naar de Warmoesstraat.

Toen de beide rechercheurs de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen met een kromme vinger vanachter de balie.

‘Waar zaten jullie?’ riep hij kwaad. ‘Ik heb van alles gedaan om jullie te bereiken. Ik heb zelfs het cafeetje van Smalle Lowietje gebeld.’

De Cock schudde grijnzend zijn hoofd.

‘Daar waren we niet.’ De oude rechercheur leunde met zijn ellebogen op de balie. ‘Wat is er? Heb je problemen?’

De wachtcommandant zwaaide geagiteerd.

‘Er heeft zeker vijfmaal een man gebeld om met jou te spreken.’

‘Wat voor een man?’

Jan Kusters raadpleegde een notitie.

‘Ene Bob Verhagen van de Kromme Waal.’

De Cock hield zijn hoofd iets schuin.

‘Heeft hij gezegd waarom hij mij wilde spreken?’

De wachtcommandant zuchtte.

‘Aanvankelijk niet… smeet hij telkens de hoorn weer op het toestel als ik hem zei dat jij er nog steeds niet was. Maar hij bleef bellen… opgewonden nerveus… kennelijk in paniek. Toen ik hem uiteindelijk vroeg waarom hij jou dan zo dringend nodig had, sprak hij over een vrouw die zelfmoord had gepleegd.’

De Cock kneep zijn lippen opeen.

‘Heeft hij de naam van die vrouw genoemd?’ vroeg hij gespannen.

‘Nee.’

‘Heeft die Bob Verhagen gezegd waar die zelfmoord had plaatsgevonden?’

Jan Kusters knikte.

‘In een woning aan de Amstel.’

‘En?’

‘Wat bedoel je?’

‘Wat heb je gedaan?’

Jan Kusters maakte een hulpeloos gebaar.

‘Omdat ik jou niet te pakken kon krijgen, heb ik die man geadviseerd om het politiebureau aan de Lijnbaansgracht te bellen.’

De Cock kwam met een ruk overeind. Hij strekte zijn wijsvinger in de richting van de wachtcommandant.

‘Als die Bob Verhagen weer belt, zeg hem dat wij naar hem onderweg zijn.’

De oude rechercheur draaide zich om en liep door de hal het politiebureau uit. Vledder volgde.

In een iets opgevoerde slentergang liepen ze vanuit de Warmoesstraat door de Lange Niezel. Vledder ergerde zich aan een waggelende man die zijn weg versperde en riep de sloeber een verwensing toe.

De Cock keek hem hoofdschuddend aan.

‘Rustig. Die Bob Verhagen loopt niet weg.’

Vledder hield zijn pas iets in.

‘Hoe wist hij van de dood van Sarah Harreveld?’

De Cock grijnsde.

‘Dat zullen we hem moeten vragen.’

Vledder bromde.

‘Ik mag die vent niet. Hij had een duidelijk motief voor de moord op Sabrine Achterbroek, zijn ex-vrouw… Een motief, waarvan hij zich geen moment heeft gedistantieerd. Sarah Harreveld werd op exact dezelfde wijze vermoord. Mogelijk had hij ook een motief om…’

De Cock glimlachte.

‘…om Sarah Harreveld listig gecamoufleerd om zeep te helpen?’

Vledder knikte nadrukkelijk.

‘Hij voldoet ook aan het profiel dat jij van de dader hebt geschetst: groot en krachtig genoeg om een lichaam van de grond te hijsen.’

De jonge rechercheur gebaarde heftig met zijn handen. ‘Nogmaals, hoe wist Bob Verhagen van de dood van Sarah Harreveld nog voor wij haar lijk hadden ontdekt?’

De Cock verviel weer in zijn trage slenterpas.

‘Hij hield die wetenschap niet verborgen,’ antwoordde hij ontwijkend. ‘Integendeel, hij belde de politie.’

Vledder reageerde fel.

‘Een truc… Een truc om ons in zijn onschuld te doen geloven.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Ik ben ervan overtuigd,’ sprak hij traag, ‘dat Bob Verhagen straks met een plausibele verklaring omtrent de bron van zijn kennis komt.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

‘Een zinnige verklaring, die wij op waarheid kunnen toetsen?’

De Cock knikte gelaten.

‘Anders had hij ons niet gebeld.’

Bob Verhagen ontving De Cock en Vledder minzaam. Met gebogen hoofd ging hij de beide rechercheurs voor door de marmeren gang met de wulpse engeltjes en liet hen in het zitje naast zijn bureau plaatsnemen.

‘U zult begrijpen,’ sprak hij handenwringend, ‘dat het bericht mij heeft geschokt. Ik beschouwde Sarah min of meer als mijn vriendin. Ook al tijdens mijn huwelijk met Sabrine had ik een goed contact met haar.’

De Cock keek naar hem op.

‘Een verhouding?’

Bob Verhagen ging tegenover de oude rechercheur zitten.

‘Zeker niet,’ sprak hij afwerend. ‘Ik ben niet zo’n man met een verhoogde potentie, die achter vrouwen aanjaagt. Ik ben Sabrine tijdens ons huwelijk nooit ontrouw geweest.’

De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus.

‘Hoe bereikte u het bericht van de dood van Sarah Harreveld?’

‘Ik zat hier aan mijn bureau nog wat na te kijken, toen er werd gebeld.’

‘Hoe laat was dat?’

‘Zo rond half zes.’

‘Wie belde?’

Bob Verhagen likte aan zijn drooggeworden lippen.

‘Marjolein… Marjolein Ridderspoor. U weet… ze is de nieuwe vrouw in mijn leven. Marjolein was volkomen over haar toeren. Ik kon aan haar verhaal aanvankelijk geen touw vastknopen. Ze vertelde dat ze een afspraak had met Sarah Harreveld. Ze zou bij haar op bezoek gaan in haar woning aan de Amstel en toen…’

Bob Verhagen stokte. Het duurde enige tijd voor hij verderging.

‘Ze vond Sarah aan de deur van haar slaapkamer. Ze had zich verhangen.’

‘Dat… eh, dat zei Marjolein.’

Bob Verhagen knikte.

‘De eerste keer.’

‘Hoe bedoelt u?’

‘Marjolein heeft mij twee keer gebeld. Eerst heel kort uit de woning van Sarah. Daarna is ze nog verstijfd van schrik de straat op gerend. Toen ze weer wat bij haar positieven kwam, is ze ergens een café binnengelopen. Daar heeft ze een paar Martini’s gedronken.’

‘Om tot rust te komen.’

Bob Verhagen schonk hem een matte glimlach.

‘Marjolein drinkt graag Martini’s. Ze was ook uiterst rustig toen ze mij vanuit dat café belde en opnieuw haar verhaal deed. Uitgebreider.’

‘Heeft ze u verteld wat de reden was van haar bezoek aan Sarah Harreveld?’

Bob Verhagen schudde zijn hoofd.

‘Ik heb haar dat ook niet gevraagd.’

‘Interesseerde u dat niet?’

Bob Verhagen maakte een schouderbeweging.

‘Die vraag is niet bij mij opgekomen. Die vrouwen kenden elkaar al geruime tijd.’

De Cock liet het onderwerp rusten.

‘Wat hebt u Marjolein geadviseerd?’

Bob Verhagen ademde diep.

‘Ik was verbijsterd door het bericht. Ik zei Marjolein dat ze de politie moest bellen.’

‘En?’

‘Dat wilde ze niet.’

De Cock veinsde verbazing.

‘Waarom niet?’

‘Geen idee,’ riep Verhagen hulpeloos. ‘Toen ik haar aanraadde om de politie in kennis te stellen, verbrak Marjolein de verbinding.’

‘Hebt u daarna nog contact met haar gehad?’

Bob Verhagen schudde zijn hoofd.

‘Ik heb vanavond al een paar maal geprobeerd haar thuis te bereiken, maar er wordt niet opgenomen.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Wanneer hebt u de politie gebeld?’

‘Na dat tweede telefoontje van Marjolein vanuit het café.’

‘Waarom zocht u verbinding met mij aan het bureau Warmoesstraat?’

Bob Verhagen liet zijn hoofd iets zakken.

‘Ik heb onmiddellijk aan de dood van Sabrine gedacht. Daarom heb ik geprobeerd om u te bereiken.’

De Cock keek hem schuins onderzoekend aan.

‘Wat was daarvan de reden?’ vroeg hij scherp. ‘Ik bedoel, waarom dacht u bij het horen van het bericht dat Sarah Harreveld zich had verhangen, onmiddellijk aan de dood van uw ex-vrouw Sabrine?’

Bob Verhagen vouwde zijn handen.

‘Marjolein had mij verteld dat Sarah Harreveld, hangend aan die deur, wat vreemd was gekleed. Volgens haar bespottelijk… in een lang roodzijden nachthemd.’

Загрузка...