Bob Verhagen bracht de rechercheurs door de marmeren gang tot aan de zware toegangsdeur van zijn woning. Hij drukte De Cock tot afscheid de hand. ‘Als ik u behulpzaam kan zijn bij uw onderzoek… ik sta volledig tot uw beschikking.’
De oude rechercheur glimlachte. ‘Misschien herinnert u zich iets… vreemde relaties van Sabrine… een afwijkend gedragspatroon… strubbelingen bij Avondzon. Alles kan helpen. We tasten nog volkomen in het duister.’
De grijze speurder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd. ‘Had Sabrine een bankrekening?’
Bob Verhagen knikte. ‘Bij de IJsselsteinse Bank. Ze had die rekening al voordat ik met haar trouwde.’ Hij grinnikte hoofdschuddend. ‘Ik heb nooit een bankafschrift van haar onder ogen gekregen.’
‘U was niet nieuwsgierig?’
Bob Verhagen grinnikte opnieuw. ‘Dat wel,’ sprak hij hoofdknikkend. ‘Maar ik kreeg gewoon de kans niet om de stand van haar financiën na te gaan. Ze hield haar afrekeningen altijd angstvallig achter slot en grendel.’
De Cock wreef zich nadenkend achter in zijn nek. ‘Sarah Harreveld sprak met mij over een vrouw die u pas had leren kennen.’
Bob Verhagen knikte. ‘Marjolein… Marjolein Ridderspoor.’
‘Sabrine schreef haar?’
Bob Verhagen zuchtte. ‘Een lange brief, waarin ze Marjolein een verdere relatie met mij afraadde.’
‘Waarom?’
Bob Verhagen schonk hem een matte glimlach. ‘Ik had,’ sprak hij schuchter, ‘volgens Sabrine seksueel maar weinig te bieden.’
De Cock trok zijn neus iets op. ‘Was Marjolein niet in staat om dat zelf te ervaren… te beoordelen?’
Bob Verhagen gebaarde achteloos. ‘Het is ook pure onzin. Kwaadsprekerij.’
De Cock grijnsde. ‘Nijd.’
‘Zoiets.’
‘Hoe wist Sabrine van uw relatie met Marjolein Ridderspoor? Hebt u haar dat verteld?’
Bob Verhagen schudde resoluut zijn hoofd. ‘Ik sprak niet meer met Sabrine. Het was Marjolein, die Sabrine van onze relatie op de hoogte bracht. Sabrine en zij waren vriendinnen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. ‘Vriendinnen?’
Bob Verhagen knikte. ‘Sabrine had Marjolein Ridderspoor al eens als vriendin van haar aan mij voorgesteld. Jaren geleden. Na mijn echtscheiding van Sabrine ontmoette ik Marjolein puur bij toeval als secretaresse van een handelsrelatie. En uit die ontmoeting is onze verhouding gegroeid.’
De Cock knikte begrijpend, wuifde tot afscheid en liep de Kromme Waal op. Vledder volgde.
De oude rechercheur knipperde tegen een laaghangende zon en wees omhoog naar de bomen aan de wallenkant. ‘Er komt al groen aan,’ jubelde hij.
Vledder bromde. ‘Groen, groen,’ riep hij gebelgd. ‘Wat interesseert mij dat groen aan de bomen. We hadden die vent moeten arresteren.’
De Cock keek hem verwonderd aan. ‘Waarom?’
‘Die vent had een duidelijk motief. Als ik met zo’n serpent getrouwd was geweest, dan…’ De jonge rechercheur maakte zijn zin niet af.
De Cock schoof zijn onderlip naar voren. ‘Waar ik mij aan stoor,’ sprak hij traag, ‘is dat Bob Verhagen dat motief zo prominent etaleert. Vermoedelijk was Sabrine Achterbroek een kenau van een wijf. Ik geloof best dat ze hem volkomen heeft gedomineerd. Maar eens is hij toch met haar in het huwelijksbootje gestapt en hij heeft het bijna elf jaar met haar uitgehouden. Bovendien ging het initiatief tot de scheiding niet van hem uit, maar van haar.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht. ‘De houding van de mensen rondom Sabrine Achterbroek is zo ambivalent,’ antwoordde hij wrevelig. ‘Yolanda van Zelhem voelde zich in haar bijzijn niet op haar gemak… toch bleef ze haar vriendin. Sarah Harreveld spreekt bepaald niet vleiend over haar, maar verbreekt de vriendschap niet.’
Vledder lachte. ‘En Marjolein Ridderspoor, een andere vriendin, begint een relatie met de ex-man van Sabrine en neemt daarover even contact met haar op om te informeren of hij het in bed wel goed doet.’
De Cock gniffelde. ‘Het is raar spul, waarmee wij in aanraking zijn gekomen.’ De oude rechercheur keek opzij. ‘Heb je het adres van die Evelien Eikenroos, met wie Sabrine correspondeerde?’
Vledder knikte. ‘Ze woont in Schagen. Dat wist hij zeker. Maar Bob Verhagen kon mij niet garanderen dat het adres nog klopte. Hij sprak uit zijn herinnering. Het was alweer jaren geleden dat hij voor Sabrine een brief aan die Evelien Eikenroos had gepost.’
De twee rechercheurs liepen een tijdje zwijgend voort.
Vledder trok een grijns. ‘Geloof jij dat die Bob Verhagen de financiële positie van zijn vrouw niet kende?’
De Cock antwoordde niet. In de Warmoesstraat, voor de ingang van het politiebureau, bleven ze staan. ‘Neem jij de Golf mee naar de sectie.’
Vledder knikte. ‘En wat doe jij?’
De Cock blikte strak voor zich uit. ‘Ik ga een babbeltje maken met de FIOD.’
De Cock boog zich over de gegevens die hij, ondanks een afwijzing van de machtigste opsporingsinstantie van ons land, toch had verkregen: een lijst met bankhandelingen van de IJsselsteinse Bank ten behoeve van haar cliënte Sabrine Achterbroek. Tot voor ruim een maand, zo constateerde hij, hadden de transacties een rustig verloop. Sabrine Achterbroek bouwde stelselmatig een klein vermogen op. De bedragen aan alimentatie die Bob Verhagen aan haar overmaakte, waren keurig bijgeschreven. Ook werd van haar salaris bij Avondzon maandelijks een gedeelte op haar spaarrekening gezet. Het verloop van haar financiën gaf het beeld van een vrouw die zich geen uitspattingen veroorloofde. Het opmerkelijke was…
De gedachtegang van de grijze speurder werd onderbroken door de binnenkomst van Vledder. De jonge rechercheur klapte de deur van de grote recherchekamer achter zich dicht. Met een gezicht als een donderwolk beende hij naar zijn bureau en liet zich met een vermoeid gebaar in zijn stoel zakken.
‘Het verkeer was een puinhoop,’ riep hij. ‘Alles zat muurvast.’
De Cock maakte een schouderbeweging. ‘Jammer,’ sprak hij gelaten. ‘Het is een probleem van alle steden die nog uit de middeleeuwen stammen. Amsterdam is gebouwd voor traag geboomde dekschuiten, slome sleperswagens en een enkele diligence. Aan snelle auto’s is niet gedacht.’
Vledder gebaarde heftig. ‘Een van tweeën,’ bromde hij. ‘Maak van de binnenstad van Amsterdam een openluchtmuseum of demp alle grachten voor het verkeer.’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus. ‘In mijn jonge jaren had Amsterdam een hoofdcommissaris van politie die Kaasjager heette. Hij lanceerde destijds hetzelfde idee.’
‘En?’
De Cock glimlachte. ‘Het scheelde weinig of hij was door woedende Amsterdammers gelyncht.’
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd. ‘Ik heb meer dan tweeënhalf uur nodig gehad om van Westgaarde met de Golf naar de Warmoesstraat te komen.’
‘Dat is wel erg lang.’
Vledder knikte. ‘Ik ben er wel even uit geweest.’
‘Hoe bedoel je?’
Vledder gebaarde. ‘Kort voor de Westermarkt kreeg ik een beetje ruimte. Omdat het verderop toch vast zat, ben ik tot achter de kerk gereden. Daar vond ik nog een plekje waar ik de Golf even kwijt kon. Van daar ben ik naar de Prinsengracht gewandeld.’
De Cock grijnsde. ‘Om je benen te strekken?’ Het klonk spottend.
Vledder schudde zijn hoofd. ‘Ik ben naar het pand gegaan waar Sabrine Achterbroek woonde.’
‘Waarom?’
‘Ik was gisteravond tijdens ons onderzoek ter plekke vergeten om een buurtonderzoek te doen… te vragen of men iets gehoord of gezien had.’
‘Leverde het iets op?’
Vledder knikte. ‘De buurvrouw van de parterre was het opgevallen dat op de Prinsengracht bij de Egelantiersgracht enige dagen voor de dood van Sabrine Achterbroek een jongeman veel belangstelling had getoond voor de bovenste etages van het pand. Hij had steeds omhooggekeken.’
‘Wat voor een jongeman?’
‘Een jongeman met een zwarte snor.’
De Cock hield zijn hoofd iets schuin. ‘Een volle snor,’ vroeg hij voorzichtig, ‘zoals Turkse mannen die wel dragen?’
Vledder reageerde heftig. ‘Het zegt natuurlijk niets,’ riep hij geprikkeld. ‘Begin alsjeblieft geen theorieën op te bouwen rond mannen met snorren.’
De Cock maakte glimlachend een afwerend gebaar. ‘Hoe was de sectie?’
‘Dokter Rusteloos was te laat op Westgaarde. Hij had op de A4 bij het Prins Clausplein in de file gestaan. Om zijn achterstand in te halen, werkte hij nog sneller dan gewoonlijk.’
‘Afwijkingen?’
Vledder schudde zijn hoofd. ‘Je had gelijk. Er waren geen sporen van een wurgende handgreep. De moordenaar moet Sabrine Achterbroek van achteren hebben aangevallen. Ze is met hetzelfde stuk elektriciteitsdraad dat om haar nek zat gewurgd. Er waren diverse luchtpijpringetjes gebroken. Als steun voor jouw constatering dat het slachtoffer eerst werd gewurgd en daarna opgehangen, wijzen, zo zei dokter Rusteloos, ook de insnoeringen aan de hals.’
De Cock trok een grimas. ‘Ervaring. Ervaring was volgens Abraham Lincoln eenvoudig de naam die wij aan de som van onze fouten geven. Ik heb mij in het verleden bij een ophanging een keer door de moordenaar lelijk om de tuin laten leiden.’
Vledder lachte. ‘Hoe kwam je daar later achter?’
‘Enige maanden na de moord pochte de moordenaar tegenover vrienden op zijn sluwheid.’
‘En die vrienden lichtten jou in?’
De Cock liet zijn hoofd iets zakken. ‘Het was voor mij wel een blamage om na de arrestatie van de moordenaar aan mijn toenmalige commissaris te moeten vertellen dat ik aanvankelijk een paar zaken over het hoofd had gezien.’
Vledder lachte opnieuw. Vrijuit. De bekentenis van de oude rechercheur deed hem zichtbaar goed. Hij boog zich iets naar voren. ‘Jij was vanmiddag bij de FIOD?’
‘Ja.’
‘En?’
‘Zonder een gerechtelijk vooronderzoek, door een officier van justitie geëist, zijn via de FIOD geen bankgegevens te verkrijgen.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen. ‘Zo’n gerechtelijk vooronderzoek zit er niet in?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Niet op basis van de gegevens waarover wij nu beschikken.’
Vledder keek hem verwonderd aan. ‘Je… eh, je bent niets te weten gekomen?’ vroeg hij ongelovig.
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Officieel… officieel niet.’ De grijze speurder wreef met zijn vlakke hand over zijn breed gezicht. ‘Wanneer men zich als rechercheur aan alle wettelijke regeltjes zou houden, die een onderzoek in de weg staan, loste men geen zaak meer op.’
Vledder keek hem argwanend aan. ‘Je hebt dus wel gegevens.’
De Cock zuchtte diep. ‘Maar vraag mij niet hoe ik mijn inlichtingen heb verkregen. Noem het ambtsgeheim.’
De oude rechercheur schoof de aantekeningen op zijn bureau naar zich toe. ‘Yolanda van Zelhem,’ ging hij gedragen verder, ‘was niet de enige vrouw die vijfentwintigduizend gulden op de rekening van Sabrine Achterbroek stortte.’
De mond van Vledder zakte halfopen. ‘Niet de enige?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Er waren nog drie vrouwen.’
Vledder slikte. ‘Nog drie vrouwen,’ herhaalde hij toonloos.
De Cock knikte. ‘Onder wie Sarah Harreveld.’
Ze reden van de houten steiger achter het politiebureau weg. De verkeersdrukte op het Damrak duidde op het begin van de avondspits. De Cock blikte opzij.
‘Vind je het verstandig om Sarah Harreveld nu direct al met vragen te overstelpen?’
Vledder keek hem verwonderd aan. ‘De dode Yolanda van Zelhem kon ons niet meer vertellen waarom zij vijfentwintigduizend gulden aan Sabrine Achterbroek had overgemaakt.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi. ‘Je bedoelt dat een levende Sarah Harreveld ons nu wel het geheim van die vijfentwintigduizend gulden kan ontsluieren?’
Vledder knikte heftig. ‘Precies. Ze moet ons maar eens uitleggen waarom zij dat bedrag op de rekening van Sabrine heeft gestort… en waarvoor dat geld diende.’
‘Als ze dat wil.’
Vledder liet even het stuur van de Golf los. ‘Als ze dat wil?’ herhaalde hij geraakt.
De Cock knikte. ‘Als Sarah Harreveld beweert,’ antwoordde hij kalm, ‘dat zij nooit vijfentwintigduizend gulden aan Sabrine Achterbroek heeft overgemaakt, dan zullen wij met dat antwoord genoegen moeten nemen.’
Vledder grinnikte vreugdeloos. ‘Maar wij weten toch dat zij dat geld op de rekening van Sabrine heeft gestort?’
De Cock knikte. ‘Maar het is een wetenschap waarmee wij weinig kunnen doen. We kunnen het niet uitspelen zonder mijn anonieme informanten in gevaar te brengen. En dat is iets waarvoor ik pas.’
Vledder zuchtte diep. ‘In wat voor een bezopen rechtsstaat leven wij feitelijk… Je bezit als rechercheur een belangrijk gegeven, maar mag dat gegeven bij je onderzoek niet gebruiken.’
De Cock grijnsde. ‘Dat heet onrechtmatig verkregen bewijs en dat is een bewijs dat niet geldt.’
‘Dwaas.’
De Cock lachte. ‘Dat riep ik twintig jaar geleden al, maar nooit heeft iemand naar mij willen luisteren.’
Ze reden een tijdje zwijgend voort. De Cock blikte om zich heen.
‘Weet je waar je moet zijn?’
Vledder knikte. ‘Sarah Harreveld woont aan de Amstel bijna recht tegenover de Magere Brug.’
De Cock drukte zich iets omhoog. ‘Hadden we vanaf de Warmoesstraat niet beter kunnen gaan lopen?’
Vledder bromde. ‘Ik begrijp nu waarom de schrijver Leslie Charteris in zijn verhalen over de Saint steeds zegt dat alle Europese rechercheurs platvoeten hebben… ze willen alles te voet doen.’
De Cock reageerde niet. In de Nieuwe Kerkstraat frommelde de jonge rechercheur de politie-Golf in een krappe parkeerplaats. Ze stapten uit en liepen over de pittoreske Magere Brug naar de andere zijde van de Amstel. Vanaf het midden van de brug toonde Amsterdam haar ultieme schoonheid. De Cock bleef er even voor staan.
Vledder had geen oog voor het stedelijk schoon. Hij beende ver voor zijn oudere collega uit naar een smalle gevel en bleef aarzelend bij de toegangsdeur staan.
Toen De Cock naderbij was gekomen, wees hij voor zich uit. Zijn gezicht zag bleek. ‘De deur staat open.’
De Cock grijnsde. ‘Dan kan ik het apparaatje van Handige Henkie in mijn zak houden.’ Hij liep langs de jonge rechercheur, duwde de deur verder open en besteeg de houten trap. Onder licht gekreun drukte hij zijn negentig kilo omhoog. De treden kraakten onder zijn voeten.
Vledder volgde met lichte tred.
Op het kleine onverlichte portaal van de tweede verdieping bleef De Cock staan en pakte zijn zaklantaarn. Het ovaal van licht gleed langs ongeschonden sponningen en bleef rusten op het slot. Voorzichtig duwde de oude rechercheur de woningdeur, die op een kier stond, verder open. Via een smalle keuken bereikte hij een schaars gemeubileerde kamer met twee ramen, die een schitterend uitzicht over de Amstel boden. Omzichtig sloop De Cock verder de kamer in. Plotseling bleef hij staan.
Aan de kruk van de deur die naar de slaapkamer leidde, stak schuin omhoog een stuk elektriciteitsdraad.
De verbijstering van de oude rechercheur duurde slechts enkele seconden. Toen liep hij toe. Met de binnenzijde van zijn linkerknie schoof hij de deur verder open.
De hete adem van Vledder kriebelde in zijn nek.
Aan de andere kant, slechts gekleed in een lang roodzijden nachthemd dat tot haar enkels reikte, hing het levenloze lichaam van Sarah Harreveld.