16

Geërgerd, worstelend met een sterk gevoel van onbehagen, reed De Cock in een verkeerde versnelling schokkend van het trottoir weg. Er bruiste in hem de behoefte om in één ruk van Amsterdam door te rijden naar Bloemendaal, naar het strand, om al die spinnenwebben uit zijn hersenen te laten waaien.

Hij probeerde het verwarde gesprek met de joviaal acterende Hardinxveld in zijn herinnering terug te brengen en reed prompt door het rode licht. Verbaasd over het wilde getoeter om hem heen, zette hij de Volkswagen aan de andere kant van de kruising half op het trottoir en zette de motor af.

De Cock hield niet van autorijden. De grijze speurder was meer dan een eeuw te laat geboren. Hij was een man die zich in het tijdperk van de paardentram, de diligence en de gezapige trekschuit volkomen op zijn gemak zou hebben gevoeld.

Hij begreep dat hij niet met zijn beide voorwielen op het trottoir kon blijven staan. Na lang wrikken vond hij de achteruit, veroorzaakte bijna een aanrijding en bereikte uiteindelijk een parkeerplaatsje, waar hij zich volmaakt veilig voelde.

Het werd tijd, zo overdacht hij, om dat gesprek met Hardinxveld eens grondig te analyseren. Wat had de chirurg hem verteld? En wat viel daaruit de concluderen? Naar zijn gevoel, gaf het verhaal van Hardinxveld wel een redelijke verklaring voor het feit dat de Mercedes van de chirurg, dicht bij de plek waar Van Abbenes werd vermoord, met een nog warme motorkap werd aangetroffen. Ook viel eventueel wel te controleren of de wagen van Van Abbenes storingen had aan de bezinetoevoer van de motor.

De Cock leunde wat achterover. In zijn hart was hij er wel van overtuigd dat meester Van Abbenes eerst naar Hardinxveld was gereden, alvorens zijn nachtelijke afspraak na te komen. Maar met wie had Van Abbenes die nacht een afspraak? Hardinxveld wilde hem doen geloven dat de advocaat gedreven werd door een lokkend romantisch avontuur.

Maar was dat zo?

Had het nachtelijk bezoek van Van Abbenes aan dokter Hardinxveld nog een andere reden dan een defecte benzinetoevoer van zijn wagen? Was de reden van het bezoek niet veeleer een overleg… vooraf… over afspraken, voorstellen? En in dat geval wist Hardinxveld deksels goed met wie zijn vriend Van Abbenes een afspraak had.

De Cock wreef over zijn brede kin. Hij was beslist geschrokken toen Hardinxveld hem vertelde dat ook hij een telefoontje had gekregen met het verzoek om naar de Westermarkt te komen, de plek waar de bankier Daerthuizen vermoord werd aangetroffen. Dokter Hardinxveld wist dat blijkbaar uit eigen wetenschap, want hij, De Cock, had die plek voordien niet genoemd. Er was dus inderdaad wel een poging ondernomen om de chirurg naar de Westermarkt te lokken… of kende Hardinxveld die plek omdat hij zelf de moordenaar van Daerthuizen was?

De Cock zuchtte diep. Het gevoel dat hij in zijn lange loopbaan nog nooit zo’n ellendige zaak in behandeling had gehad, drong zich sterk aan hem op.

Dokter Hardinxveld was ongetwijfeld een bijzonder intelligente man… een vervaarlijke tegenstander… maar zijn suggestie dat Sybille, de vrouw van Daerthuizen, de lokkende telefoontjes pleegde, was in de ogen van de oude rechercheur een pure misleiding. Hij kon zich voorstellen dat de bekoorlijke Sybille de advocaat naar de plek van de moord had gedreven. Ook was het mogelijk dat zij had geprobeerd om Hardinxveld naar de Westermarkt te lokken. Tot zover wilde hij, De Cock, de chirurg wel volgen. Maar dat Daerthuizen likkebaardend naar de Westerkerk was getogen naar aanleiding van een telefoontje van zijn eigen vrouw… dat leek hem absurd.

Toch was Daerthuizen naar de Westermarkt getrokken en had daar zijn dood gevonden. Waarom ging Daerthuizen dan midden in de nacht nog op pad? Wat waren zijn motieven om zijn comfortabel huis in Amstelveen te verlaten? Dezelfde motieven die de advocaat Van Abbenes ertoe aanzette om ’s nachts nog eens naar zijn kantoor te gaan?

De Cock beet op zijn onderlip. Van één ding was de grijze speurder overtuigd: dokter Hardinxveld had tegen hem gelogen. Maar waarom? Wat was het aandeel van de chirurg in het macabere moordspel? Een ijzer 7, waarvan vader Van Hoogwoud had verklaard, dat die uit de tas van dokter Hardinxveld was verdwenen?

De Cock bleef nog even zitten. Toen startte hij de motor en reed terug naar de Kit. Het was meer aan de voorzienigheid, dan aan zijn stuurkunst te danken dat hij daar zonder brokken aankwam.

Toen de grijze speurder de grote recherchekamer binnenstapte, zag hij Vledder tot zijn verbazing achter zijn elektronische schrijfmachine zitten. Met grote passen liep De Cock op hem toe.

‘Je zou naar bed gaan,’ riep hij snauwerig. ‘Dat hadden we afgesproken.’ De jonge rechercheur gebaarde afwerend.

‘Ik kon het niet,’ sprak hij verontschuldigend. ‘Ik was al op weg naar huis. Toen dacht ik aan alles wat we nog moesten doen.’ Hij klapte op de kap van de schrijfmachine voor zich. ‘Aan jouw onhandigheid om met dit apparaat om te gaan.’ Hij ademde diep. ‘Toen ben ik maar teruggekomen.’

Op het gezicht van De Cock verscheen een glimlach.

‘Hoe voel je je?’

‘Och, het gaat wel. Misschien krijgen we vanavond eindelijk de gelegenheid om op tijd naar huis te gaan.’

De Cock grijnsde.

‘Vast. We laten gewoon alle lijken die er binnenkomen tot de volgende dag wachten.’

Vledder lachte.

‘Volgens mij moet dat kunnen. De lijken zelf hebben toch geen haast meer.’

De Cock hing grinnikend zijn oude hoedje en zijn regenjas aan de kapstok, liep terug en liet zich tegenover Vledder in de stoel achter zijn bureau zakken.

‘Ik ben vanmorgen bij dokter Hardinxveld geweest.’

De jonge rechercheur knikte.

‘Daar zou je heen gaan. En? Ben je er wat mee opgeschoten?’

De Cock schoof zijn onderlip vooruit.

‘Hij zei… onder meer… dat hij eergisteren, in het begin van de nacht, een mysterieus telefoontje had gekregen met het verzoek om naar de Westerkerk te gaan.’

Vledder blikte verrast op.

‘Waar wij het lijk van Daerthuizen vonden?’

‘Precies.’

De jonge rechercheur boog zich naar voren.

‘Van wie kwam dat telefoontje?’

‘Van een vrouw… een onbekende vrouw… maar Hardinxveld meende dat hij haar stem had herkend.’

‘Is dat waar?’ vroeg Vledder enthousiast.

De Cock knikte traag.

‘Sybille… de vrouw van Daerthuizen.’

Het gezicht van de jonge rechercheur betrok.

‘Kan dat?’

De Cock haalde zijn schouders op.

‘Wat dacht jij?’

Vledder plooide rimpels in zijn voorhoofd.

‘Ik zou mij kunnen voorstellen,’ sprak hij voorzichtig, ‘dat zij, als een bekoorlijke jonge vrouw, in gemeenschap van goederen getrouwd, eventueel best van haar rijke, maar oudere echtgenoot verlost wil worden. Maar waarom zou zij een Van Abbenes en een Hardinxveld naar het leven staan?’

De Cock knikte instemmend.

‘Dat is dan ten aanzien van een mogelijk motief. Maar praktisch? Denk jij dat Daerthuizen op grond van een telefoontje van zijn eigen vrouw naar de Westerkerk was gegaan?’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘Bovendien kan het helemaal niet. Ze was er zelf bij toen Daerthuizen dat bewuste telefoontje ontving. Ze lag thuis in bed.’

De Cock maakte een afwerend gebaar.

‘Daar moeten we voorzichtig mee zijn. Dat ze thuis was en in bed lag… is haar eigen verklaring. Daarvoor hebben we geen bewijzen.’ Hij zweeg even en wreef zich achter in zijn nek. ‘Ik heb er de hele morgen over zitten piekeren. Acht jij het denkbeeldig, dat Sybille vanuit een of andere plek in de stad haar man belt met het verzoek om naar de Westermarkt te komen… hem daar opwacht en doodslaat… om vervolgens snel naar Amstelveen te rijden en ons daar te woord te staan?’

Vledder trok een vies gezicht.

‘Een wat gewrongen constructie…. vind je niet?’ Zijn blik verhelderde. ‘Het verandert natuurlijk als we voor haar ook een motief kunnen vinden ten aanzien van Van Abbenes.’

‘Heel goed, Dick,’ sprak De Cock lovend. ‘Je bent zo helder van geest, dat je volgens mij best weer een nachtje zonder slaap kunt.’

De jonge rechercheur stak in een angstig protest zijn beide armen omhoog. ‘Spaar me, De Cock,’ riep hij bijna smekend.

‘Ik wil ook graag helder van geest blijven.’ De grijze speurder glimlachte, veranderde van onderwerp.

‘Jij was bij de sectie?’

‘Ja.’

‘Had dokter Rusteloos nog bijzonderheden?’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘De oude lijkensnijder was dit keer wel erg kort in zijn conclusie. Hij noemde Daerthuizen gewoon een kopie van Van Abbenes.’

De Cock knikte begrijpend. ‘Een ijzer 7.’

‘Inderdaad… het wapen was opnieuw een golfclub. De vorm en de afmetingen van de wond waren volkomen identiek aan die van Van Abbenes. Ook de plek op het achterhoofd was nagenoeg dezelfde.’ De Cock kneep zijn lippen op elkaar.

‘Eenzelfde modus-operandi… eenzelfde dader.’

Vledder knikte langzaam. ‘Die overtuiging heb ik. En ook dokter Rusteloos sprak zich in die richting uit.’ Hij deed een lade van zijn bureau open, nam daaruit een prop vloeipapier en gaf die aan De Cock. ‘Dit had hij nog om zijn nek.’

De grijze speurder vouwde de prop voorzichtig open.

‘Een stiertje,’ sprak hij toonloos.

Vledder schudde zijn hoofd.

‘En het klopt weer niet.’

‘Hoezo?’

‘Ook die Daerthuizen was geen Stier. Hij is op 3 april geboren… een Ram.’

De Cock boog zich over de balie.

‘Waarom moet ik naar beneden komen?’ riep hij geprikkeld.

Meindert Post keek van zijn dienstboek op.

‘Ze kwam hier het bureau binnen,’ sprak hij bedaard, ‘en zei dat ze jou wilde spreken. Maar ze vertikte het om naar boven te gaan.’

‘Wie?’

‘Die vrouw. Ze schaamt zich.’

De Cock snoof. De slechte gang van zaken bij zijn onderzoek kwam zijn humeur niet ten goede.

‘Schamen,’ riep hij met overtrokken verwondering. ‘Voor wie? Voor wat?’

De wachtcommandant kwam overeind.

‘Vind je het zo gek,’ vroeg hij hoofdschuddend, ‘dat er vrouwen zijn die zich schamen?’

De Cock trok een grimas.

‘Het schijnt voor te komen… heb ik gehoord.’

Meindert Post keek hem verwijtend aan. ‘Doe niet zo cynisch, De Cock. Dat vrouwtje wil niet dat anderen haar boven bij de recherche zien. Daar moet je begrip voor hebben. Ik kreeg de indruk dat hetgeen zij te vertellen had nogal van vertrouwelijke aard was. Ik heb een celletje voor je vrij gemaakt met een tafel en twee stoelen.’

De grijze speurder grinnikte.

‘Een betere accommodatie had je niet?’

De oersterke Urker wachtcommandant legde zijn enorme rechterhand voorzichtig op de schouder van de oude rechercheur en kneep zachtjes. ‘Nog meer commentaar,’ sprak hij dreigend, ‘en ik trek je over de balie.’

De Cock kende de kracht van Meindert Post uit ervaring en bracht snel een zoete glimlach op zijn gezicht.

‘Waar is ze?’ vroeg hij liefjes.

De wachtcommandant sjokte naar de deur van het cellenhuis, maakte die open en bracht de grijze speurder naar een dronkemanscel, waarvan de zware deur half openstond. ‘Je belt maar als je klaar bent.’

De Cock knikte en ging naar binnen.

Achter een tafeltje zat een knappe jonge vrouw. De oude rechercheur schatte haar op achter in de twintig. Ze had mooi, lang, blond golvend haar en een fraaie, nauwelijks verhulde boezem. Ze kwam omhoog en stak de grijze speurder aarzelend een hand toe.

‘Ik ben Sophie… Sophie van Dam.’

De Cock drukte de toegestoken hand.

‘De ex-vrouw van Franciscus van der Kraay?’ vroeg hij met lichte argwaan.

Ze ging weer zitten.

‘Dat ex mag u binnenkort weer weglaten.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘U bent toch officieel van Frans gescheiden?’

Sophie van Dam knikte traag.

‘U mag het gerust geloven… dat heeft mij pijn genoeg gedaan. Ik hou van die vent.’

De Cock begreep het niet.

‘U was hem ontrouw… hij vond u thuis in bed met een ander.’

Ze schudde triest haar hoofd.

‘Het was geen ontrouw.’

De Cock grinnikte ongelovig.

‘Hoe wilt u dat dan noemen?’

Sophie van Dam keek naar hem op.

‘Ze zeiden dat u een man was met veel ervaring… een man, die iets van het leven begreep. Daarom ben ik ook gekomen.’

De Cock stak capitulerend zijn hand omhoog.

‘Goed, meid,’ sprak hij berustend, ‘ik luister.’

Sophie van Dam liet haar hoofd iets zakken.

‘Ik heb vroeger een tijdje in het leven gezeten.’

‘Wist Frans dat?

Ze schudde haar hoofd. ‘Mannen zijn vaak dwaze kinderen. Met sommige gedachten kunnen ze niet leven.’

‘En Frans is zo’n dwaas.’

Om haar rode lippen gleed een glimlach van vertedering.

‘Een kolossale vent.’ Haar stem trilde. ‘Een heerlijk, lief, groot, sterk, dwaas mannenkind. Toen ik hem voor de eerste keer in een discotheek ontmoette, wist ik dat ik verloren was.’

‘En je trouwde?’

Het gezicht van Sophie van Dam versomberde.

‘Toen begon de ellende… voor mij. Ik zag hem de hele dag ploeteren, vaak van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, voor… als het goed ging… een paar meier in de week. En dan al de zorgen, die hij had.’ Ze zweeg even en beet op de nagel van haar wijsvinger. ‘Ik heb als meisje van de vlakte altijd veel geld verdiend. Ik had wel eens vervelende klantjes, maar over het algemeen verdiende ik mijn geld toch heel gemakkelijk. En als ik Frans dan zo zag zwoegen voor weinig geld… dan deed mij dat pijn.’

De Cock krabde zich achter in zijn nek.

‘Je besloot om Frans, op jouw manier, een beetje te helpen.’

Er kwamen tranen in haar ogen.

‘Toen hij mij betrapte, kreeg ik geen tijd om het uit te leggen. Hij joeg mij zonder meer het huis uit en al een paar dagen later had ik een advocaat op mijn nek.’

‘Meester Van Abbenes.’

‘Ja.’


De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus.

‘Die… eh, die meester Van Abbenes heeft bij de echtscheiding bepaald gunstige voorwaarden voor jou bedongen. Er wordt gefluisterd, dat jouw… eh, persoonlijke charmes daartoe mede hebben bijgedragen.’

Sophie van Dam streek met gespreide vingers door haar blonde haren. ‘Van Abbenes was geen man die valt op mijn type.’

De Cock keek verward naar haar op.

‘Niet op jouw type?’ reageerde hij verwonderd. ‘Je bent een zeer begerenswaardige vrouw… in mijn ogen.’

Sophie van Dam schonk hem een lieve glimlach.

‘Maar niet in de ogen van advocaat Van Abbenes. Hij was bepaald niet gecharmeerd van jonge, zelfbewuste vrouwen, zoals ik.’

‘Nee?’

Ze schudde haar hoofd.

‘Zijn voorkeur ging uit naar kinderen.’

‘Kinderen?’ riep De Cock verrast.

Sophie van Dam wuifde wat nerveus voor zich uit.

‘Kinderen… jonge meisjes zonder enige ervaring.’

De Cock kneep zijn ogen iets samen.

‘Heeft hij je dat verteld… van die jonge meisjes, bedoel ik?’

Sophie van Dam schudde haar hoofd.

‘Dat hoeft niet,’ sprak ze zoet glimlachend. ‘Als ik een paar minuten met een man alleen ben, weet ik genoeg.’

De Cock streek met zijn vingers tussen zijn boordje. ‘Een benijdenswaardige gave,’ sprak hij wat benauwd. ‘Ten opzichte van vrouwen heb ik die gave niet. Zo begrijp ik nog steeds niet waarom u feitelijk bent gekomen.’

Sophie van Dam keek naar hem op. Haar gezicht stond strak.

‘Frans is bij mij.’


Toen De Cock in de grote recherchekamer terugkwam, trof hij Vledder leunend met zijn voorhoofd op de kap van zijn schrijfmachine. De jonge rechercheur zat er verslagen bij. De grijze speurder tikte hem op zijn schouder.

‘Wat is er?’ vroeg hij bezorgd.

Vledder keek op en tikte met zijn middelvinger op een notitie voor zich op het bureau.

‘Ik kreeg net bericht van het Mattheus Ziekenhuis.’

De Cock voelde een spanning in zijn borst.

‘Dokter Hardinxveld…?’

De jonge rechercheur knikte.

‘Dood… met een ingeslagen schedel.’

Загрузка...