11

‘Ze heeft er nooit gewerkt.’

De Cock, die bezig was het zoveelste rapport voor zijn commissaris uit te werken, keek gestoord op.

‘Wie?’

Vledder zwaaide wild in de ruimte.

‘Maria… die Maria van Peter Karstens. Ik heb het nagetrokken. Maria Kappelman… zo heet ze… is volgens de inlichtingen die ik kreeg, als uitzendkracht nooit bij het transportbedrijf Van Woudrichem en Van Beusekom tewerkgesteld. Peter Karstens liegt. Hij heeft het fameuze plan niet van Maria.’

De Cock schoof zijn schrijfmachine van zich af. De mededeling verraste hem.

‘Waarom heb je dat nagetrokken?’

Vledder maakte een nonchalant gebaar.

‘Uit zekerheid, veiligheid. Je kent het standpunt van de officier van justitie. Als wij desondanks iets tegen Van Woudrichem en Van Beusekom gaan ondernemen, wil ik toch eerst wel weten of het verhaal van Peter Karstens op waarheid berust. Misschien dat jij een onbegrensd vertrouwen in die vervalser hebt, ik niet.’ De Cock glimlachte.

‘Jij denkt dat hij bij die overval is betrokken?’

Vledder trok zijn schouders op.

‘Dat… eh, dat durf ik niet te zeggen. Nog niet. Maar gezien de moeite die hij zich heeft getroost… de foto’s die hij nam… heeft hij heel serieus met de gedachte gespeeld om die drie miljoen in de wacht te slepen.’

De Cock knikte.

‘Op basis van het plan.’

De jonge rechercheur schoof een stoel bij en ging er achterstevoren op zitten.

‘Het fantastische plan uit het kantoor van het transportbedrijf Van Woudrichem en Van Beusekom.’

‘Waar Maria nooit heeft gewerkt.’

Vledder grinnikte. ‘Begrijp je, er klopt iets niet. Of Peter Karstens speldde ons iets op de mouw… of hij leidde onze aandacht bewust in de richting van de beide directeuren.’

‘Er is nog een derde mogelijkheid.’

Vledder keek hem nadenkend aan.

‘Een derde mogelijkheid?’

De Cock knikte bedaard.

‘Peter Karstens is… wat ik denk dat hij is… een eerlijk, spontaan en openhartig man.’

Vledder verschoof op zijn stoel. Zijn gezicht kleurde tot diep in zijn nek.

‘Ma… maar,’ stotterde hij. ‘Maria heeft nooit…’

De Cock wuifde het weg. Over het hoofd van Vledder wenkte hij naar rechercheur Stoops, die van zijn bureau naar de gang liep. ‘Marijn, kom eens hier.’

De zwaar besnorde politieman kwam glimlachend naderbij.

‘U had mij geroepen?’ Het klonk uitdagend, bijna spottend. Hij keek naar Vledder, die nors voor zich uit staarde. ‘Hebben de heren weer een begrafenisklus? Graag hoor. Maar het liefst in overwerk. Ik wil best iets extra’s verdienen.’ Met een bedroefd gezicht plukte hij aan een punt van zijn snor ‘Ik ben arm… zo arm, de muizen liggen bij ons dood voor de broodkast. Van mijn gewone maandsalaris kunnen we amper twee weken leven. Niet langer. De rest van de tijd ligt mijn vrouw op de loer als de buurman de schillenbak buiten zet.’

De Cock lachte hartelijk. Hij kon de grollen van zijn uit het Stichtse afkomstige collega wel waarderen. De grijze speurder trok zijn gezicht weer in een ernstige plooi.

‘Jij bent een paar dagen geleden bij mevrouw Van Slooten geweest om haar het bericht van de dood van haar zoon te brengen?’

‘Het is al meer dan een week geleden.’

De Cock knikte instemmend.

‘Inderdaad. Hoe reageerde ze?’

Rechercheur Stoops maakte een hulpeloos gebaar.

‘Hoe reageert een moeder die hoort dat haar zoon is vermoord? Ze was kapot… helemaal kapot. Ik durfde ook niet direct bij haar weg te gaan. Ik was bang dat ze de hand aan zichzelf zou slaan… zo wanhopig was ze. Later kalmeerde ze wat.’

‘Toen heb je nog met haar gesproken?’

Marijn Stoops knikte vaag.

‘Het is moeilijk om troostrijke woorden te vinden. Ik ben daar niet zo goed in. Ik ben in zulke momenten altijd bang dat ik iets geks zal zeggen… iets wat iemand zou kunnen kwetsen.’

De Cock schonk hem een flauwe glimlach.

‘Heb je aan mevrouw Van Slooten verteld dat haar zoon Richard vrijwel zeker werd neergeschoten door de man met wie hij de overval had gepleegd?’

‘Ja, dat heb ik.’

‘En?’

Marijn Stoops blikte voor zich uit.

‘Als ik erover nadenk… het was net alsof ze dat al wist. Ik had een moment de stellige indruk dat het haar niet verbaasde. Ze zei alleen wat grimmig: “Peter… Peter ontkomt mij niet.”’

Ze reden van de Warmoesstraat weg. Vledder, aan het stuur van de Volkswagen had nog steeds het gezicht als van een zwangere oorwurm. Hij begreep eenvoudig niet waarom De Cock zo weinig aandacht had voor zijn ontdekking, dat Maria Kappelman nooit bij het transportbedrijf Van Woudrichem en Van Beusekom had gewerkt. Het vertrouwen dat De Cock soms schonk aan mensen met een misdadig verleden, was hem vaak een doorn in het oog. Peter Karstens, een berucht schilderijenvervalser, die oude meesters imiteerde op een wijze die de grootste deskundigen op kunstgebied in verwarring bracht… een man ook, die de geordende maatschappij als zijn persoonlijke vijand beschouwde, werd door De Cock blijkbaar onvoorwaardelijk geloofd. Zelfs wanneer hij, Vledder, hem op een pertinente leugen had betrapt.

Hij keek opzij naar de grote speurder, die met een vage glimlach om zijn lippen naast hem zat.

‘Wat denk je van die uitspraak van mevrouw Van Slooten?’

De Cock drukte zich omhoog.

‘Je bedoelt: Peter… Peter ontkomt mij niet?’

‘Ja.’

De Cock antwoordde niet direct.

‘Het duidt er mijns inziens op,’ sprak hij na een poosje nadenkend, ‘dat mevrouw Van Slooten geen angst voor de moordenaar koesterde. Integendeel, ze meende zelfs dat ze hem in haar greep had.’

‘Hoe?’

De Cock trok een grimas.

‘Als we dat precies wisten, dan waren we wellicht een stukje dichter bij de oplossing. Volgens mij wist mevrouw Van Slooten met betrekking tot de overval van de hoed en de rand. Ze was volkomen ingewijd.’

Vledder schudde vertwijfeld zijn hoofd.

‘Ik begrijp er geen draad van,’ sprak hij kriegelig. ‘Marijn maakt haar duidelijk dat Peter Shot haar zoon heeft vermoord. Men zou toch verwachten dat ze uit woede of uit wraak, volledige opening van zaken geeft.’ Hij grinnikte droog. ‘Maar wat doet ze? Ze houdt haar mond stijf dicht en blijft thuis rustig wachten tot de moordenaar ook haar om zeep helpt.’

De Cock snoof.

‘Ik denk, dat ze daar niet op heeft gerekend.’

Vledder keek hem verrast aan.

‘Waarop dan wel?’

‘Geld… veel geld.’

De jonge rechercheur fronste zijn wenkbrauwen.

‘Je bedoelt het geld dat Richard als aandeel in de buit toekwam?’

‘Onder meer.’

Vledder gebaarde heftig.

‘Aan dat geld kleeft toch bloed… bloed van haar eigen zoon.’

De Cock glimlachte.

‘Wanneer er geld in het spel is, vervagen alle ethische begrippen. Je moet bij de beoordeling van een situatie dan alle menselijke normen opzij zetten. Toen wij mevrouw Van Slooten bezochten, wisten we nog niet dat Richard was vermoord. Ik kon mij haar zwijgen destijds wel voorstellen. Richard had een overval gepleegd, die blijkbaar was gelukt en die een bom duiten opleverde. Geld genoeg om hem een leven in luxe, waarnaar hij zo verlangde, te garanderen.’ Hij zweeg even. ‘Dat mevrouw Van Slooten bleef zwijgen ook na het bericht dat haar zoon was vermoord, valt inderdaad moeilijker te begrijpen. Ik denk toch dat ze haar wetenschap heeft willen uitbuiten.’

‘Chantage.’

‘Inderdaad… chantage. Ik heb dat al overwogen toen Richard van Slooten door zijn vingerafdrukken als mededader werd geïdentificeerd. Die snelle identificatie heb ik steeds met enig wantrouwen bezien.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

‘Je bedoelt dat Richard met opzet zijn vingerafdrukken in de eerste vluchtauto achterliet?’

De Cock bracht zijn wijsvinger voor zijn neus.

‘Die mogelijkheid mogen wij niet uitsluiten. Ik heb je in het begin van dit onderzoek al eens gezegd: na een milde veroordeling kon Richard van Slooten als vrij man rondlopen en hadden hij en zijn moeder een machtige greep op zijn mededader… en zijn buit.’

Vledder grijnsde.

‘Dan zou Richard van Slooten zijn broeder in het kwaad al hebben bedrogen nog voor de overval begon.’

De Cock maakte een nonchalant gebaar.

‘Dat zou niet de eerste keer zijn. Ik kan je daar ettelijke voorbeelden van noemen. Richard van Slooten had na de overval… en nadat hij zijn eigen aandeel aan de buit in veiligheid had gebracht… ook gewoon naar de politie kunnen stappen om zijn verhaaltje te doen, maar dan had zijn verraad een te duidelijk accent gekregen. Het achteloos achterlaten van zijn vingerafdrukken was veel subtieler en voor zijn mededader veel moeilijker te doorzien.’

Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

‘Je gaat er dan van uit dat Richard het plan heeft gehad om de hele buit te bemachtigen.’

De Cock knikte nadrukkelijk.

‘Zoals zijn aard was… sluw, maar zonder geweld van zijn kant. Ik denk dat zijn moeder van het plan op de hoogte is geweest, en dat zij, na de moord op haar zoon, besloot om het plan, zij het in gewijzigde vorm, toch uit te voeren.’

‘Wat bedoel je met gewijzigde vorm?’

De Cock glimlachte fijntjes. ‘In het aanvankelijke plan was uiteraard de snelle dood van Richard niet opgenomen.’

De beide rechercheurs reden een tijdje zwijgend voort. Vledder loodste de oude Volkswagen behendig door het drukke stadsverkeer. Zijn boosheid was wat weggeëbd. Zijn gedachten speelden met de dood van mevrouw Van Slooten en de ideeën die De Cock had aangedragen.

‘Ik… eh, ik kan haar gedrag toch niet helemaal goed volgen,’ sprak hij onzeker. ‘Ze speelde met vuur. Ik bedoel, ze wist dat de man die zij belaagde tot alles in staat was. Hij had haar eigen kind vermoord. Bovendien moet ze de reputatie van Peter Shot hebben gekend.’

De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.

‘We weten niet wat ze heeft gedacht. Misschien stond haar wel een soort privégerechtigheid voor ogen.’

‘Hoe bedoel je?’

De Cock gebaarde.

‘Dat ze de moordenaar van haar zoon op haar eigen persoonlijke wijze heeft willen straffen… dat ze weinig vertrouwen had in de soort gerechtigheid die onze geordende maatschappij biedt, en daarom tegen ons zweeg. Het is speculatief. We kunnen het haar niet meer vragen.’ Hij boog zijn hoofd en wreef zich achter in zijn nek. ‘Die kans… die kans hebben we verspeeld.’

Hij zweeg even en liet zich weer onderuit zakken. ‘Chanteurs,’ ging hij verder, ‘zijn in de regel erg voorzichtig. Ze kennen de gevaren, waaraan ze bloot staan. Daarom bouwen ze zekerheden in.’

‘Wat voor zekerheden?’

De Cock trok nonchalant zijn schouders op.

‘Op de eerste plaats bewaren ze de dingen die de basis van hun chantage vormen, op een veilige plek. Foto’s, films, documenten, bescheiden worden meest…’

Plotseling stokte hij. Met een ruk kwam hij overeind en klapte met zijn vlakke rechterhand tegen zijn voorhoofd.

‘De pop… natuurlijk, de pop.’

‘Wat… wat is daarmee?’

‘Daar zat het in.’

Загрузка...