Ze reden van de Palmgracht via het Haarlemmerplein en de Haarlemmer Houttuinen terug naar de Warmoesstraat. Vledder, aan het stuur van de gammele Volkswagen, keek wat nors voor zich uit.
‘Het lukte niet,’ sprak hij spijtig.
De Cock trok een treurig gezicht.
‘En dat is eeuwig zonde.’ Het kwam uit de grond van zijn hart. ‘Als mevrouw Van Slooten ons de medeplichtige van haar zoon had genoemd, waren wij in één slag een stuk verder gekomen.’ Vledder maakte een wrevelig gebaar.
‘Ik begrijp haar niet. Als ze toch met zoveel woorden te kennen geeft dat haar zoon bij de overval is betrokken… en ze er bovendien heilig van overtuigd is dat hij niet verantwoordelijk is voor de dood van die transporteur… waarom speelt ze dan geen open kaart?’
De Cock schoof zijn oude hoedje iets naar voren. ‘De buit.’
Vledder reageerde scherp. ‘De buit, wat heb je nog aan geld als je de gevangenis in gaat?’
De Cock trok achteloos zijn schouders op.
‘Onze huidige heren rechters zijn uiterst vriendelijke lieden. Ik bedoel… als Richard van Slooten kan bewijzen dat hij niet de man was die heeft geschoten, dat hij dat ook per se niet heeft gewild, wat zal dan zijn straf voor die overval zijn… anderhalf, twee jaar?’ Hij blikte opzij. ‘Kun jij in zo’n korte tijd anderhalf miljoen verdienen… belastingvrij?’
Vledder trok rimpels in zijn voorhoofd. ‘Jij denkt dat mevrouw Van Slooten tegen ons heeft gezwegen om haar zoon de tijd te gunnen om zijn buit in veiligheid te brengen?’
‘Mogelijk. We weten niet welke afspraken er zijn gemaakt. Misschien moet de medeplichtige wel voor het wegzetten van het geld zorgen en komt over enige dagen Richard van Slooten met zijn moeder aan de arm ons politiebureau binnen om te zeggen dat hij het persoonlijk allemaal niet zo slecht heeft gemeend. En zijn moeder zal het beamen… Richard had zo’n hang naar dure dingen.’
Vledder grinnikte. ‘Dan zal hij toch de naam van zijn medeplichtige moeten noemen.’
De Cock keek hem verbaasd aan. ‘Waarom? Wij hebben geen enkel rechtsmiddel om Richard daartoe te dwingen. En uit eigener beweging zal hij dat beslist niet doen. Dan brengt hij zijn eigen buit in gevaar.’ Hij zweeg even. ‘Bovendien is het zwijgen van Richard een machtig wapen om zijn medeplichtige eraan te helpen herinneren dat hij recht heeft op de helft van het geld. En misschien zelfs nog meer.’
Vledder keek verrast op. ‘Nog meer?’
De Cock knikte. ‘Bedenk dat wanneer Richard zijn straf volledig heeft uitgezeten, de andere man nog steeds wordt gezocht voor een gewapende overval… en een moord.’
Hij bracht zijn wijsvinger naar het puntje van zijn neus. ‘En wie is dan onze voornaamste getuige?’
‘Richard van Slooten.’
‘Precies, zo is het. En daarmee heeft Richard een prachtig middel achter de hand om zijn vroegere compagnon in het kwaad te chanteren.’ Hij schoof zijn dikke onderlip iets naar voren. ‘Geloof me, als het spelletje zo wordt gespeeld, dan zijn we nog heel ver…’ Hij stokte plotseling en wees naar een grote wenkende man aan de rand van het trottoir van het Damrak. ‘Daar staat Stoffel de Graaf.’
Vledder zwenkte de wagen naar rechts en De Cock draaide het portierraam open. ‘Is er wat, grote?’
Rechercheur De Graaf boog zijn baardig gezicht naar hem toe. ‘Ga je nu direct terug naar de Kit? Er zit al een tijdje een griet op je te wachten.’
‘Wat voor een griet?’
‘Een beauty… een schoonheid… een beeld van een meid. Gewoon een plaatje. Ik heb haar al gevraagd of ze het met mij afkon, maar ze wilde alleen met jou praten.’
‘Waarover?’
Stoffel de Graaf maakte een grimas en plukte aan zijn zwarte baard. ‘Seksuele herbewapening, weet ik veel. Ik heb het haar niet gevraagd.’ Hij kneep even beide ogen dicht. ‘Maar het is wel iets moois.’
De Cock glimlachte. ‘Als jij het zegt…’ Hij maakte zijn zin niet af en draaide het portierraam dicht.
Stoffel de Graaf wuifde en Vledder reed via de Dam de Warmoesstraat in.
Met kittige pasjes tippelde ze in de grote recherchekamer voor hem uit. Haar heupen wiegden bevallig en het lange blonde haar danste op haar schouders. De Cock trok zijn neus iets op en snoof. De milde geur van haar parfum slierde zinnestrelend langs hem heen. In het kamertje van verhoor wenkte hij naar de stoel achter het tafeltje en nam tegenover haar plaats. Schattend liet hij zijn blik langs haar gezicht glijden. Ze was mooi, ervoer hij, betoverend mooi. Haar matte huid glansde zacht en in haar bruine, amandelvormige ogen straalde een exotisch licht.
‘U… eh, u hebt naar mij gevraagd?’ vroeg hij bijna bedeesd.
Ze knikte wat onzeker. ‘U bent rechercheur De Cock?’
De grijze speurder toonde zijn beminnelijkste glimlach.
‘Met ceeooceekaa,’ reageerde hij automatisch.
Ze lachte ontspannen. ‘Ik ben Monique… Monique van het Veer.’ Ze lachte opnieuw. Haar mondhoeken krulden. ‘Men had mij gezegd dat u de zaak zou behandelen.’
‘Welke zaak?’
‘Die gewapende overval van vanmorgen. Nu er een transporteur is gedood, zei men, zal De Cock zeker de zaak in behandeling krijgen.’
‘Wie is men?’
Ze maakte een afwerend gebaartje. ‘Vrienden, van wie ik liever geen namen noem.’
De Cock tuitte zijn lippen. ‘Uw… eh, uw vrienden zijn goed geinformeerd.’
Monique van het Veer negeerde de opmerking. ‘Het was voor mij een verrassing. Ik had nooit gedacht dat Richard het zou doen.’
De Cock veinsde onbegrip. ‘Wat?’
‘Die overval… daar was Richard bij.’
‘Welke Richard?’
‘Richard van Slooten.’
De Cock keek haar scherp aan. ‘Hoe komt u aan die wetenschap?’ Monique van het Veer maakte een nerveus gebaar.
‘Hij heeft het mij zelf gezegd. We hebben er samen uitgebreid over gesproken. Volgens Richard was het dé kans om in een enkele actie schatrijk te worden.’
De Cock trok rimpels in zijn voorhoofd. ‘Waarom was Richard zo openhartig. Ik bedoel, waarom vertelde hij het aan u?’
In haar diepbruine ogen vonkte een vervaarlijk licht. ‘Waarom aan mij?’ In haar stem trilde verontwaardiging. ‘Ik ben zijn verloofde.’
De Cock plooide zijn gezicht in verwondering. ‘U bent met Richard verloofd?’ vroeg hij met een zweem van ongeloof. ‘Officieel verloofd?’
Monique van het Veer schudde geërgerd haar hoofd. ‘Wat heet verloofd?’ Het klonk verachtelijk. ‘Richard en ik leven met elkaar… intens en snel. We willen er geen seconde van verliezen. Het is een race… een race met de tijd. Genieten. Nu… nu we nog jong zijn.’
De Cock knikte begrijpend. ‘En daarvoor is geld nodig.’ Monique van het Veer liet haar hoofd iets zakken. Haar blonde haren gleden naar voren. ‘Veel geld,’ sprak ze instemmend. Ze richtte haar hoofd weer op en duwde een pluk haar achter haar rechteroor.
‘Als je het doet, zoals wij dat willen. Leven… totaal… zonder beperkingen.’
‘En ten koste van alles?’
Ze keek naar hem op. ‘Desnoods.’
De Cock wreef langs zijn kin. ‘Dat is een excuus?’
‘Waarvoor?’
‘Voor de dood van die man?’
Monique van het Veer zuchtte. Ze wreef met haar hand langs haar voorhoofd. Het was een vermoeid gebaar.
‘Daarvoor ben ik ook gekomen.’ Ze sprak zacht, bijna fluisterend. ‘Ik ben gekomen, omdat ik de dood van die arme man niet heb gewild.’ Ze trok haar hoofd in haar nek. Plotseling fel: ‘En Richard ook niet.’ Ze zuchtte opnieuw. ‘We wilden geld. Meer niet. Geld om te leven op een manier die bij ons past.’
De Cock sloot zijn ogen. In zijn calvinistisch gemoed groeide verzet tegen die mooie jonge vrouw tegenover hem. Verzet tegen haar haast onbegrensd egoïsme. Hij bedwong een opkomende woede, richtte zich iets op en rechtte zijn schouders.
‘Richard van Slooten,’ sprak hij kalm, gedragen, ‘was medeplichtig aan een gewapende overval. Dat is bij de wet verboden. Onze maatschappij kan dergelijke activiteiten niet toestaan… hoe u die ook wilt motiveren. Ik verzeker u dat wij alles in het werk zullen stellen om hem te arresteren.’
Monique van het Veer keek hem geschrokken aan.
‘Richard… waarom Richard? Richard heeft die man niet neergeschoten. Dat was Richard niet. Dat was die junk, die verknipte junk met zijn revolver.’
Vledder keek zijn oudere collega fronsend aan.
‘Peter… Peter Shot.’
De Cock knikte traag.
‘Dat is volgens Monique van het Veer de man met wie haar Richard vanmorgen de overval pleegde. Een Amerikaanse junk, van Nederlandse afkomst, overgewaaid uit Houston waar hij al enkele jaren door de politie wordt gezocht, omdat hij in die stad en in de onmiddellijke omgeving, een reeks gewapende overvallen heeft gepleegd. Bij een van die overvallen zou zelfs een politieman zijn gedood.’
Vledder snoof. ‘Een frisse jongen.’
De Cock knikte instemmend. ‘Monique van het Veer is ervan overtuigd dat hij de man is die de transporteur neerschoot. Ze acht haar eigen Richard tot zulk een gruweldaad niet in staat.’
Vledder trok een misprijzend gezicht.
‘Wat zegt zo’n kreet?’
‘Niets. Althans niet veel. Het sluit echter wel aan bij hetgeen mevrouw Van Slooten van haar zoon vertelde. De karakteranalyse heeft veel overeenkomsten.’
Vledder schoof een stoel bij en ging er achterstevoren op zitten. ‘Peter Shot, is dat zijn eigen naam?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Shot is een bijnaam. Hij wordt Peter Shot genoemd, omdat van hem wordt gezegd dat hij voor elk crimineel optreden een shotje neemt.’
‘Kent Monique van het Veer hem persoonlijk?’
De Cock spreidde zijn beide handen. ‘Ze zegt dat ze hem enkele malen heeft ontmoet. Richard had hem aan haar voorgesteld. Bij die ontmoetingen was ook de overval op het geldtransport ter sprake gekomen. Peter Shot sprak bij die gelegenheden zeer goed Nederlands. Vrijwel zonder accent.’
Vledder krabde zich achter in zijn nek. ‘Ik heb nog nooit van ene Peter Shot gehoord.’ Hij schudde zijn hoofd en grinnikte vreugdeloos. ‘Maar dat zegt niets. Amsterdam is overspoeld met buitenlandse criminelen. Een eldorado. Nog even en we zijn het Chicago uit de jaren dertig.’
De Cock lachte. ‘Niet zo somber.’
Hij stond op en begon gewoontegetrouw door de grote recherchekamer te stappen. Zijn hoofd iets voorover, zijn handen diep in de zakken van zijn pantalon. Zijn bijna waggelende slentergang bracht rust in zijn geest.
‘We zullen zo snel mogelijk de identiteit van die Peter Shot moeten vaststellen,’ sprak hij bedachtzaam. ‘Met medewerking van Monique van het Veer moet dat mogelijk zijn. Zij kan hem identificeren.’ Bij de stoel van Vledder bleef hij staan en legde een hand op diens schouder. ‘We kunnen via Interpol contact opnemen met de politie in Houston. Mogelijk weten zij wie Peter Shot is.’
Vledder keek omhoog. ‘Hoe lang zou die Peter Shot al in Amsterdam rondhangen?’
De Cock trok zijn schouders op. ‘Het lijkt mij zinvol om ook eens met onze collega’s van de narcoticabrigade te gaan praten. Als Peter Shot een junk is, dan is er een grote kans dat ze hem wel eens ergens zijn tegengekomen.’
Vledder knikte. ‘Die ontmoetingen met Richard en zijn verloofde, waar vonden die plaats?’
‘Een keer bij Richard thuis en tweemaal in een kraakpand aan de Prins Hendrikkade.’
‘Woonde Peter Shot daar?’
‘Ik heb het haar gevraagd, maar Monique van het Veer kon mij dat niet vertellen. Zij had echter wel de indruk dat Peter Shot zich niet graag onder zijn eigen naam ergens liet inschrijven. Hij was echt bang voor naspeuringen van de FBI.[1]’
Vledder lachte breed. ‘Nu hij over veel geld beschikt,’ sprak hij spottend, ‘kan hij zich wat vrijer bewegen.’
De telefoon op het bureau van De Cock rinkelde. Vledder strekte zijn arm en nam de hoorn op. Zijn jong gezicht verbleekte.
De Cock keek hem gespannen aan.
‘Wat is er?’
Vledder legde de hoorn op het toestel terug. ‘Ze hebben Richard van Slooten gevonden.’
‘En?’
‘Vermoord.’