9

Met metalen politieplaatjes, nylontouw en zegeltang, sloot Vledder de plaats-delict af. Ben Kreuger had in de woning vrijwel alles met een grauwe, vettige aluminiumpoederlaag bedekt en was weinig hoopvol vertrokken. Zijn buit aan vingerafdrukken was gering.

De jonge rechercheur controleerde nog eens de verzegeling die hij had aangebracht en liep de trap af. Vanaf de Driehoekstraat stapte hij naar de Palmgracht.

De Cock zat al in de wagen. Onderuitgezakt. Zijn oude vilten hoedje tot bijna op zijn neus geschoven. De grijze speurder had wat moeite om de dood van de vrouw geestelijk te verwerken. In zijn hersenen spookte nog steeds de pijnlijke gedachte te hebben gefaald. Het idee dat hij deze moord had kunnen voorkomen, liet hem niet los.

Vledder stapte in, startte de motor en manoeuvreerde de wagen uit zijn benarde parkeerplaats. Van de Palmgracht reden ze via het Haarlemmerplein naar de Haarlemmer Houttuinen. De oude Volkswagen kreunde toen Vledder te laat bemerkte dat de verkeerslichten bij de kruising Droogbak op rood stonden. Door het onverhoeds krachtig remmen bonkte De Cock onzacht met zijn hoofd tegen de voorruit. Zijn hoedje viel tussen zijn benen door op de mat.

‘Kijk uit!’ riep hij geschrokken. ‘Ik wil graag onbeschadigd met pensioen.’

Het gezicht van Vledder kleurde rood.

‘Ik… eh, ik zat in gedachten,’ stamelde hij.

De Cock raapte zijn hoedje op en blikte opzij.

‘Waarover?’

De verkeerslichten sprongen op groen en Vledder trok op.

‘Die verdomde pop. Ik kom er niet uit. Dacht jij dat die pop het motief vormde voor de moord?’

De Cock betastte zijn gekwetste voorhoofd.

‘Als het een buil wordt, krijg je ruzie met mijn vrouw.’

Vledder reageerde geprikkeld.

‘Die pop… kan dat een motief zijn?’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Het enige wat wij met zekerheid kunnen stellen, is dat de pop vier dagen geleden nog op het dressoirtje stond en dat hij nu is verdwenen.’

‘Zou de moordenaar de pop hebben meegenomen?’

De Cock gebaarde voor zich uit.

‘Daar heeft het alle schijn van. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom mevrouw Van Slooten die prachtige pop plotseling zelf zou hebben verwijderd. In haar kleurrijke klederdracht was de pop zeer decoratief. Trouwens… ik heb er uitgebreid naar gezocht… de pop is in haar woning niet meer te vinden.’ Hij keek opzij naar Vledder. ‘Heb jij nog iets gevonden in het kabinetje?’

De jonge rechercheur schudde bedroefd zijn hoofd.

‘Niets… althans niets waaraan wij voor ons onderzoek iets kunnen hebben. De gebruikelijke paperassen: brieven, verzekeringspapieren en foto’s. Het was onze moordenaar blijkbaar niet om geld te doen. Open en bloot in een laatje lag bijna duizend gulden. Bovendien waren er blanco betaalcheques, compleet met een pasje.’ Hij grinnikte vreugdeloos. ‘Het duidt er eens te meer op dat Peter Shot ook deze moord op zijn geweten heeft. Met drie miljoen achter de hand let je niet zo op de kleintjes.’

De Cock bromde, maar reageerde niet.

Een tijdlang reden ze zwijgend voort. De maag van Vledder knorde. Hij blikte wat verholen op zijn horloge. Het was al bijna kwart over zes. De gedachte aan een uitgebreide maaltijd in een goed Chinees restaurant maakte hem van binnen warm en dreef de perikelen rond de recente moorden wat op de achtergrond. Hij wilde juist van de Dam achter het monument om de Warmoesstraat inrijden, toen De Cock plotseling opveerde.

‘Waar woont Monique van het Veer?’

De jonge rechercheur gebaarde achteloos.

‘Ergens in een flatgebouw in Duivendrecht.’

De Cock glimlachte.

‘Flatgebouw?’ vroeg hij ongelovig. ‘Zijn er flatgebouwen in Duivendrecht?’

Vledder antwoordde niet onmiddellijk. Hij parkeerde de Volkswagen voor de ingang van het politiebureau, trok zijn notitieboekje uit zijn binnenzak en bladerde.

‘Het gebouw heet De Hazelaar,’ zei hij na een poosje, ‘en het ligt aan de Populierstraat.’ Hij borg zijn boekje weer weg. ‘Wat wil je?’ vroeg hij wat korzelig. ‘Moet ze komen?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘We gaan erheen.’


Monique van het Veer schreed op haar ranke pantoffels over het hoogpolig tapijt. In een opwindende zachtroze japon met ritselende volanten, zag ze er betoverend uit. Opnieuw snoof De Cock de milde geur van haar zinneprikkelend parfum.

Ongeveer in het midden van de kamer met spiegelende wanden trok ze een paarse zitzak iets omhoog en nam bevallig plaats. De oude rechercheur liet zich wat onwennig zakken in een soort hangmat op poten. Hij schoof zijn lichaam heen en weer en toen de constructie zijn gewicht bleek te kunnen dragen, nam hij de vrouw nog eens nauwkeurig op. Het lange blonde haar had niets van zijn glans verloren. Het deinde bij iedere beweging van haar hoofd. Ook haar matbleke huid had niets aan spankracht ingeboet en uit haar amandelvormige ogen straalde nog steeds een verwarrend exotisch licht.

De Cock grijnsde flauwtjes. Monique van het Veer toonde niet bepaald het beeld van een jonge vrouw die zojuist haar innig geliefde ten grave heeft gedragen. Het vreemde was dat het hem niet verbaasde.

Tot zijn verrassing nam Vledder, naast hem, het woord. De jonge rechercheur zat ongemakkelijk op de rand van een tabouretje. Hij boog zich iets naar haar toe.

‘Al onze nasporingen naar Peter Shot,’ begon hij, ‘zijn tot nu toe op niets uitgelopen. Het is ons zelfs nog niet gelukt zijn ware naam te achterhalen. Het schijnt ons toe dat Peter Shot volkomen van deze aardbodem is weggevaagd.’

Monique van het Veer keek hem wat spottend aan.

‘En verbaast u dat… met drie miljoen? Peter zit natuurlijk allang ergens in het buitenland.’

Vledder slikte.

‘We hebben gegronde reden om aan te nemen dat hij nog in Nederland verblijft.’

Ze kneep haar ogen iets samen. ‘Waar?’

Vledder glimlachte.

‘Dat is een vraag, die ik juist aan u had willen stellen.’

‘Aan mij?’

Vledder knikte overtuigend.

‘Er zijn getuigen, die zeggen u te hebben gezien… samen met Peter Shot.’

‘Wanneer?’

‘Een paar dagen voor de overval.’

Er brak een glimlach door.

‘Dat heb ik al aan uw collega verteld. Richard en Peter hebben voorbereidingen getroffen… besprekingen gevoerd. Enkele van die bijeenkomsten heb ik bijgewoond.’

Vledder ging onverdroten verder.

‘Bij die gelegenheid, waarvan onze getuigen spraken, leek Peter Shot dronken. Hij liep waggelend tussen u en een andere man in.’ Monique van het Veer leek even aangeslagen. Op haar matbleke huid kwam een lichte blos.

‘Waar was dat?’

Vledder gebaarde nonchalant.

‘In de Korte Koningsstraat… even na middernacht.’

Ineens verhelderde haar blik.

‘Dat is juist!’ riep ze opgewekt. ‘Ik herinner mij dat. Peter had die avond niet eens zoveel gebruikt. Maar ik denk dat hij tevoren een shot heroïne had genomen. Aanvankelijk was hij zeer enthousiast. Vrolijk. Bijna overmoedig. Na de derde whisky werd hij echter al doezelig en begon onzin uit te kramen.’ Ze wuifde minzaam. ‘In combinatie met alcohol hebben drugs nu eenmaal een verhevigd effect.’

Vledder knikte begrijpend.

‘Waar bracht u hem heen? Voor zover ons bekend heeft Peter Shot in Amsterdam geen adres… nooit gehad.’

Monique van het Veer verschoof iets aan haar roze japon. Een lang slank been gleed uit een onzichtbare plooi.

‘Peter,’ antwoordde ze aarzelend, ‘Peter woonde toen onder… eh, onder een valse naam in een klein hotel ergens aan de Martelaarsgracht… niet ver van de Nieuwendijk. De naam van het hotelletje is mij ontschoten. Maar ik zou met u mee kunnen gaan om het u te wijzen.’ Ze glimlachte beminnelijk en koketteerde met haar blonde haar.

‘Ik ben daar goed in. Ik heb jaren voor een groot concern als hostess gewerkt.’

Vledder wreef zich achter in zijn nek.

‘In dat hotelletje hebt u Peter naar bed gebracht?’

Ze knikte.

‘Samen met Richard.’

Vledder trok zijn lippen samen.

‘Realiseert u zich dat het vrijwel vaststaat dat diezelfde Peter Shot uw Richard heeft vermoord?’

Monique van het Veer knikte opnieuw. Om haar lippen zweefde nog die glimlach.

‘Dat doe ik.’

Vledder ergerde zich zichtbaar. Zijn voeten schuifelden onrustig heen en weer. ‘Ik heb niet de indruk’, sprak hij opgewonden, ‘dat de dood van uw verloofde u erg heeft aangegrepen.’

Het gezicht van Monique van het Veer betrok. Ze liet haar uitdagende houding varen. ‘Hoe kan een harde, gevoelloze politieman als u,’ reageerde ze pruilend, ‘het verdriet van een vrouw peilen?’

Vledder stoof op.

‘Gevoelloos… gevoelloos.’ Zijn stem sloeg over. ‘Ik ken hier maar een…’

De Cock kwam haastig tussenbeide. Hij stak afwerend zijn hand op. ‘Je moet niet te snel conclusies trekken,’ sprak hij bestraffend. ‘Vrouwen zijn heel goed in staat hun verdriet te camoufleren. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat het heengaan van Richard Monique diep heeft getroffen.’

Ze blikte de oude speurder dankbaar toe. ‘Richard en ik hielden van elkaar.’

De Cock knikte bedaagd.

‘Daarom…’ hij pauzeerde even voor het effect, ‘daarom valt het mij ook zwaar om u het bericht te brengen van de dood van zijn moeder.’

Ze keek verschrikt naar hem op.

‘Richards moeder… dood?’

De Cock keek haar kil aan.

‘Vermoord… twee schoten in haar nek.’

Monique van het Veer verbleekte. Ze sloot haar ogen en tastte met beide handen naar haar hoofd. Even wankelde ze. Toen gleed ze van haar paarse zitzak en plofte bewusteloos op het tapijt.

Загрузка...