De volgende ochtend zat Frits Zand in de verhoorkamer, zijn armen voor zich uitgestrekt op de tafel. Hij keek Peter van Opperdoes en Jacob een voor een aan.
‘Ik heb nergens spijt van.’
‘Je wordt verdacht van de moord op Durim Bilota.’
Zand knikte. ‘Dat heb ik ook gedaan. In de kelder. Die hufter van een Menno Post hield hem daar verborgen.’
‘En waarom heb jij hem vermoord?’
Frits Zand weifelde even. Toen leunde hij achterover. ‘Ik wil het jullie wel vertellen, maar jullie kunnen er toch helemaal niets mee.’
Van Opperdoes fronste. ‘Want?’
‘Omdat ik later in de rechtszaal alles zal ontkennen. En ik zal er nooit voor gestraft worden.’
Van Opperdoes boog voorover. ‘Omdat de belangen te groot zijn?’
‘Precies.’
De oude rechercheur leunde voorover. ‘Dat wil ik wel geloven. Als een officier van justitie jou al de gelegenheid geeft om een moord te plegen…’
Frits Zand haalde zijn schouders op. ‘Er staat nogal wat op het spel.’
‘Dus dat klopt?’
Zand zette grote onschuldige ogen op. ‘O, kom op, Van Opperdoes, jij hebt vast het hele plaatje al compleet.’
Van Opperdoes schudde zijn hoofd. ‘Officier Hansen heeft jou doorgegeven dat Menno Post vanavond om elf uur in de tramremise zou zijn, waar of niet?’
‘Klopt.’
‘Waarom?’
‘Hij had wat goed te maken. Die incompetente sufferd heeft mijn naam uit laten lekken. Per ongeluk waarschijnlijk, maar toch.’
Van Opperdoes hield zijn adem in, nu hij uit de eerste hand te horen kreeg hoe het zat. ‘Jij bent zijn kroongetuige in zijn liquidatiezaak…’
‘Dat klopt, Van Opperdoes. Ik heb een tijdje geleden besloten om samen te werken met justitie. Man, ik weet zoveel van die gasten… Maar ja, Hansen heeft mijn naam uit laten lekken. Zoals gezegd per ongeluk, denk ik. Maar sindsdien ben ik aangeschoten wild. Maar wat de druppel was…’
Jacob keek van Zand naar Van Opperdoes. Alle puzzelstukken begonnen op hun plek te vallen.
‘De druppel was dat de verdachten in de liquidatiezaak een huurmoordenaar achter je familie aan hebben gestuurd.’
Zand knikte. ‘Natuurlijk. Ik ben veel te gevaarlijk voor ze, als kroongetuige. Dus hebben ze Durim Bilota ingehuurd om mij te vermoorden. Die smerige Albanese hufter. Maar goed… het duurde twee dagen, toen wist ik waar hij zat. En justitie deed niks. En de politie kon ik niet inlichten. Ik moest het zelf doen. Durim had een afspraak gemaakt met Menno Post, zogenaamd vanwege die pillen. Maar ik had de telefoon van mijn zoon Michael. Omdat ik wist dat hij mijn zoon wilde pakken. Ik heb Michael veiliggesteld en zijn telefoon gehouden. Dus als Durim of Menno naar Michael belden, kregen ze mij aan de telefoon. Ik ben naar die kelder gegaan, Menno was er niet, alleen die Durim. Ik was sneller dan hij. En toen wist ik dat we hier weg moesten.’
‘En Hansen heeft jou verder geholpen. Hij wist dat je die moord had gepleegd?’
‘Natuurlijk wist hij dat. Maar hij heeft me nodig, en hij kon me niet beschermen, dus…’
‘Dus jij kon je gang gaan,’ maakte Jacob zijn zin af.
Frits Zand knikte.
Peter van Opperdoes veegde met zijn hand over tafel. ‘Waar is je zoon?’
‘Ver weg. Veilig.’
‘Bij je vrouw?’
Frits Zand glimlachte. ‘Da’s dan tenminste nog het enige wat Hansen goed heeft gedaan.’
‘Wat?’
‘Jullie tegenhouden op Schiphol door te zeggen dat het paspoort van Durim gevonden was in de woning van Menno. Moest ik verdomme nog snel die dingen in de woning van Menno leggen.’
Van Opperdoes knikte begrijpend. ‘Want na de moord had jij zijn paspoort en zijn portemonnee meegenomen.’
‘Uiteraard. En zijn vingertoppen. Ik wilde niet dat jullie er snel achter kwamen wie hij was. Dan wist je meteen uit welke hoek de wind waaide.’
‘Daarom heb je zijn vingertoppen afgeknipt.’
Frits Zand keek naar het plafond.
‘Ik zeg niet dat ik daar erg trots op ben. Ik wilde… nee, ik moest mijn familie beschermen. Ik moest een voorbeeld stellen. Iedereen die in mijn buurt komt… die zou hetzelfde te wachten staan.’
‘Dus jouw zoon is nooit vermist geweest.’
Frits Zand knikte langzaam. ‘Welnee. Alleen… dat wist mijn ex-vrouw niet. Ik heb hem het land uit gesmokkeld. Maar ik wist dat zij ook gevaar liep. Dus ik heb haar in moeten lichten.’
Van Opperdoes glimlachte.
‘Toen is ze weer naar ons gekomen, met het verhaal dat hij in Parijs zat.’
Ook Frits Zand kon een milde glimlach niet onderdrukken.
‘Het is een lief mens, maar liegen kan ze niet. En toneelspelen al helemaal niet.’
‘Maar nu zijn ze veilig.’
‘Vanuit de Dominicaanse Republiek vliegen ze door naar Amerika. Daar neemt de fbi de beveiliging over. Nieuwe identiteit, nieuwe woonplaats, alles. Allemaal geregeld door Hansen.’
‘En jij?’
‘Ik ga getuigen. Daarna ga ik ook naar Amerika.’
Jacob fronste. ‘Echt niet. Je hebt een moord gepleegd.’
‘Ik denk dat de officier van justitie dat anders ziet. Namelijk als een soort zelfverdediging. Bovendien, bewijs het maar eens. Het paspoort en de portemonnee zijn bij Menno Post gevonden. Een simpele, smerige dealer. Wie zal hem missen.’
Van Opperdoes knikte langzaam. ‘Die heeft waarschijnlijk een probleem, ja.’
Ietwat triomfantelijk leunde Frits Zand achterover. ‘En ik ontken later dat ik dit allemaal heb gezegd. Mochten jullie iets op papier zetten, dan zal ik het allemaal ontkennen. Zeggen dat jullie mij ook wilden naaien.’
Van Opperdoes haalde iets uit zijn binnenzak en legde dat op tafel. ‘Daar was ik al bang voor. Daarom heb ik maar even een recorder in mijn zak gestoken.’
Frits Zand trok wit weg. ‘Dat jij zoiets flikt, Van Opperdoes…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘En toch…toch verbaast het me niet. Waar je mee omgaat, word je mee besmet, zeggen ze.’
Van Opperdoes ging rechtop zitten. ‘Dat geldt dan dubbel voor jou, Zand. Ik heb jou in al die jaren leren kennen als iemand… voor wie ik een zeker respect kon hebben. Goed, je gleed af… en je ging met de verkeerden om. Maar dat is alleen maar erger geworden.’
Met een geïrriteerd gebaar onderbrak Zand hem. ‘Maar ik heb een keus gemaakt. Voor het goede. Ik ga getuigen tegen mensen die nog slechter zijn dan ik.’
Van Opperdoes snoof. ‘Nog slechter? Ik zou je hele verhaal willen geloven. Ik kan misschien zelfs nog wel begrip opbrengen voor jouw moord op Durim Bilota. Maar uiteindelijk… uiteindelijk heb je toch voor jezelf gekozen. Want je hebt niet één moord gepleegd, maar twee. En de tweede moord… die op die arme Harry, die was niet nodig. Die moord heb je alleen maar gepleegd om het ons lastig te maken, zodat jij langer buiten schot zou blijven.’
Zand schoof nerveus heen en weer.
‘Ik deed alles om mijn familie te beschermen.’
‘Dat mag je jezelf wijsmaken. Misschien geloof je er zelf in, maar Harry heeft ons geholpen, en jij hebt hem meedogenloos afgeschoten. Onnodig.’
Zand zweeg en keek weg.
‘Dit bandje gaan we gebruiken. Je kunt ontkennen tot je een ons weegt, maar niet jij, niet ik, en niet die rare officier van justitie gaan over jouw handelen beslissen. Dit wordt geen doofpot, geen achterkamertjesbeslissing. Hier gaat een rechter over oordelen, ook over het handelen van de officier van justitie. Desnoods achter gesloten deuren, desnoods anoniem… maar geoordeeld gaat er worden.’
‘Het was zelfverdediging.’
‘Niet de moord op Harry. Hou nou toch op!’
‘Kom op, Van Opperdoes. Het was maar een junk.’
Van Opperdoes keek Zand strak aan, met nauwelijks ingehouden woede. Hij nam de cassetterecorder van tafel en stond op. ‘Je familie is veilig. Niets weerhoudt je om een getuigenverklaring af te leggen tegen de mensen die… in jouw woorden… nog slechter zijn dan jijzelf. En dan hoop ik dat er op een eerlijke en rechtvaardige manier over jou wordt geoordeeld… door mensen die beter zijn dan jij.’
Hij stond op en verliet met Jacob de verhoorkamer.
Frits Zand sloeg met zijn hand op de tafel, toen de deur dicht was.
Jacob sloot de deur van het terras van de Raampoort. Het leek alsof de zon nog feller scheen dan de dag ervoor. De lente nam vast een voorproefje van de zomer.
‘Nare man is het eigenlijk… en jij was er nog wel van overtuigd dat hij niet zou schieten.’
Peter van Opperdoes was nog steeds kwaad. ‘Niet op mij nee. Maar of hij het een volgende keer weer zo zou doen… daar ben ik niet zo zeker meer van.’
Jacob glimlachte. ‘Hij is niet blij met je, in ieder geval.’
‘Nee, en Hansen ook niet. Nou ja, geeft niet. Ik ben niet bij de politie gegaan om vrienden te maken.’
‘Wat gaf nou de doorslag?’ wilde Jacob weten.
‘Twee dingen eigenlijk. Dat rare schaakbord, waarvan de kleuren veranderden. Weet je nog? Het schaakbord van Lucifer, de duivel. Niets is alleen maar wit, niets is alleen maar zwart. Soms verandert het witte ook in zwart. Daar had ik veel eerder bij stil moeten staan. Als je denkt dat iemand goed is, dus wit… zoals een officier van justitie… dan sta je er niet bij stil dat hij ook weleens zwart kan worden. Frits Zand was zwart… maar werd wit… en toen weer zwart. Hij was een crimineel… ging het goede doen, door te getuigen… en werd toch een moordenaar.’
Jacob knikte langzaam. ‘En het tweede?’
‘Hugo Pastoor zei dat ze overal vingerafdrukken van Menno Post in zijn woning hadden gevonden. Behalve op het paspoort. Dat kon natuurlijk niet. Als hij het paspoort daar had neergelegd… in de verwachting dat niemand daar binnen zou komen… dan hadden zijn vingerafdrukken erop gezeten. Ergo… iemand anders heeft het paspoort daar neergelegd, om Menno Post verdacht te maken. En wat heeft officier Hansen de hele tijd gedaan?’
‘Ons in de richting van Menno Post geduwd. We moesten alleen maar zijn richting op rechercheren.’
Van Opperdoes knikte. ‘Precies. Hij wist alles. Toen wij in de woning van Diana Welling gingen zoeken, wist hij ervan. Hij wist dat wij naar Schiphol gingen om haar tegen te houden, en heeft bliksemsnel… en net op tijd… een dwaalspoor aan laten brengen door Frits Zand. Het paspoort en de portemonnee in de woning van Menno Post.’
Jacob bood een fijne sigaar aan.
Van Opperdoes trok de sigaar uit het kokertje. ‘Precies. Dat betekende dat Hansen aan tunnelvisie leed… waarvoor ik hem te slim achtte… of iets te verbergen had. Dat laatste klopte dus.’
Jacob stak de sigaren aan. ‘Hansen heeft ook een probleem, vrees ik.’
Van Opperdoes nam een diepe haal van zijn sigaar en liet de rook in zijn mond rondtollen. ‘Die vliegt eruit. Of wordt officier in het meest noordoostelijke puntje van Nederland.’
‘Geen gevangenisstraf, denk je? Hij heeft nogal wat uitgehaald.’
Van Opperdoes knikte. ‘Het recht zegeviert niet altijd, wen daar maar aan.’
De twee rechercheurs stonden te genieten, terwijl de zon over hun gezicht speelde.
Jacob blies de rook over de kantelen. ‘Weet je trouwens wat ik me afvroeg? Heeft jouw vrouw nog iets gezegd, in die tramremise?’
‘Hè? Waarom wil je dat weten?’
‘Nou… omdat… als het spannend wordt, wil ze nog weleens wat zeggen. Of waarschuwen.’
De oude rechercheur schudde langzaam zijn hoofd. ‘Nee, niets, eigenlijk.’
‘Denk je dat ze er niet was, op dat moment?’
Van Opperdoes glimlachte. ‘O, ja, hoor. Ze was er wel.’
Jacob fronste. ‘Maar waarom zei ze dan niks?’
Van Opperdoes nam een diepe trek van zijn sigaar, en blies de rook langzaam over de Jordaan. De rook speelde met de zonnestralen.
‘Omdat het niet nodig was. Of omdat ze haar adem inhield van spanning. Een van de twee.’
Zijn vrouw glimlachte.