18

Als een bedaagd pootjebader, de broekspijpen opgerold tot aan de knieën, zat De Cock thuis met zijn pijnlijke voeten in een bak met lauw sodawater en schold. Hij schold op alles, op zijn te nauwe schoenen en op het stemmig zwart kostuum dat hij die middag tijdens de begrafenis van Jan Brets had gedragen; op ma Brets, die met haar tranen zijn hemd had besmeurd; op Cynthia van Woerden, die in een rare giecheljurk op de begrafenis was verschenen en op zichzelf, omdat hij net zo lang in Utrecht was blijven rondsjouwen, tot zijn toch al pijnlijke voeten in de buurt van de Catharijnensingel zo hevig begonnen te protesteren, dat hij van ellende op een stoepje had moeten gaan zitten om zijn veters los te maken.

Behalve voor de begrafenis had hij helemaal niet in Utrecht moeten zijn, begreep hij nu. Steeds wanneer hij weigerde naar zijn voeten te luisteren, ging er iets mis. De oplossing van het raadsel lag niet in Utrecht. Daar had Jan Brets gewoond, maar dat was ook alles.

Zijn vrouw kwam met een dampende ketel naar hem toe. 'Zal ik er nog een beetje warm water bij doen?' De Cock trok zijn druipende benen omhoog en keek met arendsogen naar de hete straal uit de ketel.

'O, o, o,' riep hij angstig, 'niet te veel. Je zou me waarachtig verbranden. Ik heb geen varkenspootjes.'

Zijn vrouw lachte en voelde zorgzaam of het water in de bak niet te warm was geworden.

'Het is lekker zo.'

De Cock liet behoedzaam zijn benen zakken. Beginnend bij de tenen dompelde hij zijn voeten in het water. Na een wat pijnlijke mimiek brak ten slotte weer iets van een glimlach door. Zijn trouwe bokser, die tijdens De Cocks machteloze scheldkanonnade stiekem vanuit een hoekje van de kamer de gelaatsexpressies van zijn baas had begluurd, kwam weer langzaam naderbij. De Cock aaide de hond over zijn kop en schonk zijn vrouw een zoete grijns. De pijn trok uit zijn voeten. 'Heb je,' vroeg hij vriendelijk, 'vanmorgen een uitnodiging ontvangen voor een fancyfair?' Ze keek hem wat verbaasd aan. 'Ja, hoe weet je dat?' De Cock lachte geheimzinnig. 'Laat eens zien?'

Ze liep naar het houten bureautje in de hoek van de kamer en kwam terug met een kaart.

'Hier is ie.'

De Cock nam de kaart van haar over en bekeek die aan alle kanten. Het was een simpele uitnodiging voor een fancyfair, gehouden in het PAX-gebouw door de actieve vereniging 'Ouderkerk Vooruit', ten bate van een nieuw clubhuis, waar de jeugd van Ouderkerk kon worden opgevangen om hen te bekwamen in het sjoelbakken, figuurzagen, verf- of kleikliederen, dominoën en andere creatieve bezigheden. 'Kwam die uitnodiging met de post?' Zijn vrouw schudde het hoofd. 'Ze werd gebracht.'

'Gebracht?'

'Ja, door een slanke jongeman van even in de dertig.'

Ze wees naar een vaas met tulpen op het dressoir.

'Gelijk met die bloemen en een recept.'

De Cock grinnikte.

'Een recept voor een krokant gebak?'

Zijn vrouw ging erbij zitten.

'Ja,' zei ze wat onthutst, 'inderdaad, een uitgebreid recept voor een krokant gebak.'

De Cock glimlachte om het verbaasde gezicht van zijn vrouw. 'Je moet het eens proberen,' zei hij lachend, 'succes verzekerd.' Ze keek hem onderzoekend aan. 'De Cock,' zei ze dwingend, 'wat betekent dat allemaal?'

'Wat?'

'Wie was die lange jongeman? Waarom bracht hij mij die bloemen en het recept? En wat is de bedoeling van die uitnodiging?' De Cock stak beide armen omhoog.

'Stop,' riep hij afwerend, 'niet alles tegelijk. Ik ken alle antwoorden niet, althans nog niet. Die knappe jongeman, dat kan ik je wel zeggen, is Pierre Brassel. Het recept komt van zijn bijzonder charmante echtgenote en die uitnodiging, die uitnodiging accepteren we.'

'Vanavond,' zei hij met lichte spot, 'begeven we ons onder de elite van Ouderkerk aan de Amstel om de bouw van een clubhuis te bevorderen. We kopen opgewekt een paar waardeloze prullen en doen blijhartig mee aan de tombola.'

Mevrouw De Cock beluisterde de intonatie. Er was iets in zijn stem dat haar niet beviel. Ze stond langzaam van haar stoel op, ging achter hem staan en legde haar hand op zijn stugge haardos. 'De Cock…'

'Ja… '

'Waarom accepteren we die uitnodiging?'

De Cock wiebelde met zijn tenen in de bak met sodawater en maakte kleine golfjes.

'Och,' zei hij ontwijkend, 'een fancyfair, dat lijkt mij nu eens leuk.' Ze glimlachte achter zijn rug.

'Gek,' zei ze verwonderd, 'ik heb nooit geweten dat jij van dergelijke dorpsfestiviteiten hield?' De Cock zuchtte uitgebreid.

'En de slang nu,' citeerde hij de bijbel, 'was listiger dan alle gedierten des velds.'

Ze woelde met haar vingers door zijn haar.

'De Cock…' haar stem klonk zachtdwingend, 'wat is de reden van die uitnodiging?'

Hij draaide zich abrupt om, zodat het water uit de voetenbak golfde.

'Moord,' riep hij ruw. 'En geef mij nu een handdoek.'

Het PAX-gebouw, midden in Ouderkerk, tegenover de bushalte bij het stadhuis, bleek niet veel meer dan een vriendelijk zaaltje met een toneel en een vestiaire.

Het was er gezellig druk. De boeren, ambtenaren en neringdoenden uit de buurt, hadden blijkbaar allen aan de uitnodiging gehoor gegeven. Ze schuifelden rond in zondagse pakken. Daartussendoor, met vers gepermanente hoofden, liepen bedrijvig de nijvere dames van de actieve vereniging 'Ouderkerk Vooruit'. Ze verkochten lotjes voor de tombola of beheerden kermisachtige stalletjes, waar men met fluwelen ballen op gedeukte blikjes kon werpen of kon draaien aan het ratelend rijwielrad van avontuur. De Cock deed aan alles mee.

Hij dook met zijn zwaar bovenlijf in de grabbelton en liet zich door de vrouw van de dominee — als oosterse waarzegster verkleed — een heel lang leven voorspellen. 'Hoe lang?' wilde De Cock weten. De vrouw van de dominee glimlachte. 'Voor termijnen boven de honderd,' zei ze guitig, 'moet ik u toch naar mijn man verwijzen.' De Cock lachte hartelijk. Die lui uit Ouderkerk leken hem wel een aardig volkje. Tussen de bedrijven door hield hij de aanwezigen in het oog. Brassel was er nog niet. De Cock raadpleegde zijn horloge. Het was al een paar minuten over achten. Het verbaasde hem. Bras-sel had er volgens zijn berekeningen al moeten zijn. Tenzij, bepeinsde hij, tenzij een ander tijdstip was gekozen. Hij stootte zijn vrouw aan.

'Zie jij hier ergens de jongeman die jou vanmorgen de uitnodiging en de bloemen bracht?'

Ze rekte zich uit op haar tenen en keek om zich heen. 'Nee, ik zie hem hier niet. Zou hij dan komen?' De Cock knikte.

'Als ik het bij het rechte eind heb, komt hij beslist. Hij heeft ons nodig.'

'Voor de moord?' De Cock grijnsde. 'Zo zou je het kunnen noemen.'

Hij vatte zijn vrouw bij de arm en schuifelde met haar in de richting van de ingang. 'Gaan we al weg?'

'Nee, we blijven hier een beetje in de buurt. Ik wil weten wanneer hij er is.'

Ze waren bijna bij de deur toen Brassel verscheen. De Cock hield zich een beetje op de achtergrond. Hij zag Brassel speurend de zaal inkijken. Achter hem kwam zijn vrouw, aan haar hand de zesjarige Ingrid. Brassel zag bleek, was zenuwachtig en gespannen. Ook zijn vrouw maakte een nerveuze indruk. Ze trok het kind wat ruw achter zich aan.

De Cock wrong zich iets naar voren. Hij zag hoe hij na een paar seconden werd gevangen in de blik van Pierre Brassel. Hij plooide zijn gezicht in een uitdrukking van aangename verrassing. Brassel wenkte zijn vrouw. Met de kleine Ingrid tussen hen in liepen ze naar voren.

Er volgden de gebruikelijke beleefdheidsfrasen.

'Ik zie,' zei Pierre Brassel na de begroeting, 'dat u op de uitnodiging bent ingegaan.' De Cock veinsde enig onbegrip. Zijn vrouw kwam tactisch tussenbeide. 'Dat is nu de jongeman,' zei ze opgewekt, 'die vanmorgen de uitnodiging bracht.'

'O,' zei De Cock verhelderd, 'die uitnodiging was dus uw idee.' Brassel lachte.

'Ja,' zei hij hoofdknikkend, 'of eigenlijk, het was een idee van mijn vrouw. Ik had het aanvankelijk niet in het plan opgenomen.' De beide vrouwen bleken al spoedig genoeg gesprekstof te bezitten. Ze trokken samen op. De Cock had de kleine Ingrid aan de hand genomen. Met Brassel naast zich schuifelde hij achter de vrouwen aan.

De fancyfair was in volle gang. Er werden verkopingen gehouden van plaatselijk haak- en breiwerk en er werd geleurd met de laatste lotjes van de tombola.

'U was,' zei De Cock zo achteloos mogelijk, 'wel een paar minuten te laat.' Brassel knikte.

'We hadden aanvankelijk Ingrid niet mee willen nemen,' legde hij uit, 'maar ze werd op het laatste moment wakker. We stonden al geheel gekleed. Ze had dus onmiddellijk in de gaten dat we weggingen en wilde onder geen beding alleen in huis achterblijven. Ten einde raad hebben we haar maar meegenomen. Er bleef ons niets anders over. Toen moest ze natuurlijk eerst nog worden aangekleed. Dat heeft tijd gekost.' De Cock lachte.

'Zo is het met plannen,' zei hij. 'Het slagen of mislukken hangt vaak van kleinigheden af.'

Hij schoof tijdens het slenteren iets dichter naar hem toe.

'Wie,' fluisterde hij, 'wordt er vanavond vermoord?'

Brassel keek hem verschrikt aan.

'Ik… eh, ik begrijp u niet,' zei hij stamelend.

De Cock trok zijn wenkbrauwen op.

'Och kom, Brassel,' zei hij lichtverwijtend, 'natuurlijk begrijpt u mij. Het is dwaas het te ontkennen. Mijn vrouw, ik, en alle bezoekers van deze fancyfair dienen vanavond als uw alibi. En het simpele feit, dat u blijkbaar weer een alibi nodig hebt, wijst overduidelijk op een nieuwe moord.' Brassel reageerde fel.

'Wie zegt u,' zei hij scherp, 'dat ik hier in het PAX-gebouw ben voor een alibi? Wie zegt dat ik een alibi nodig heb?' De Cock grijnsde breed.

'Ik.'

Hij klampte in het voorbijgaan een Ouderkerkse schone aan, die vanuit een rieten mandje witte anjers verkocht. Het was inderdaad een knap meisje van een jaar of twintig met een dubbele paardenstaart, sprekende ogen en een zoete mond.

'Hoe heet je?' vroeg De Cock.

'Francis.'

'En verder?'

'Francis Brakel.'

De Cock lachte vriendelijk. 'Een fraaie naam.' Hij wees naar Brassel.

'Deze heer zou graag een anjer van je kopen. Maar zoek wel een mooie uit. Een die past bij zijn uiterlijk.' Hij pakte het bloemenmeisje bij de arm en klakte bewonderend met zijn tong. 'Heb je al gezien,' ging hij verder, 'hoe knap deze heer is? Gewoon een adonis.' Hij grinnikte. 'Nou ja, een adonis. In ieder geval een man die je je hele leven niet meer vergeet, een die je bijblijft. Zelfs in je dromen.' Het meisje monsterde het gelaat van Pierre Brassel en speldde hem giechelend een anjer op. Brassel stond er wat houterig bij, hij wist kennelijk met zijn figuur geen raad. Hij trok haastig zijn portemonnee en betaalde met een zuur gezicht. Vanover de schouders van het meisje keek De Cock hem spottend aan. Hij genoot van de verlegenheid, waarin hij Brassel had gebracht. Eerst toen de schone met haar mandje was verdwenen, zei hij: 'Kijk, Brassel, zo kweek je alibi's. Daar heb je echt geen rechercheur voor nodig. Ik demonstreerde het maar even, want ik voel er weinig voor om steeds door u te worden uitgenodigd, wanneer er weer een moord op stapel staat.' Hij schudde zijn hoofd en spreidde zijn armen.

'Ik vraag mij toch af hoe lang u van plan bent ermee door te gaan. In ernst, Brassel, hoeveel moorden hebt u nog in petto?' Brassel draaide zich met een ruk naar hem toe. Zijn ogen schoten vuur. 'Wat denkt u wel van mij,' riep hij vol verontwaardiging. 'Ik ben geen beest, geen maniak.' De Cock haalde nonchalant zijn schouders op. 'Hoe weet ik dat? Ik heb nooit een psychiatrisch rapport over u gelezen. Wie zegt mij dat u geen psychische afwijking hebt, bijvoorbeeld een onweerstaanbare drang om hele gemeenschappen uit te roeien. Zo op het oog ziet u er volkomen normaal uit.' De laconieke, rustige, bijna achteloze conversatietoon van De Cock miste zijn uitwerking niet. Brassel raakte zichtbaar van de kook. Blosjes van opwinding stegen naar zijn wangen. 'Ik ben niet gek!'

Hij schreeuwde zo luid, dat de mensen in zijn directe omgeving hem verbaasd aanstaarden. Ook mevrouw Brassel keek om. In een enkele blik schatte ze de toestand van haar man. Ze hield haar pas in en draaide zich om.

'Wat is er Pierre?' vroeg ze bezorgd. 'Wie beweert er dat je gek bent?'

Brassel antwoordde niet.

Ze keek naar De Cock. Het was een ijzige, afkeurende blik met een vleugje haat.

De Cock grijnsde en de kleine Ingrid aan zijn hand riep Ham-pelmann.

Het woord ontplofte. Midden in de roezemoezige drukte van de fancyfair had een felle paukenslag bij het echtpaar Brassel geen grotere beroering kunnen veroorzaken dan het ene woordje Hampelmann uit de mond van de kleine Ingrid. Brassel en zijn vrouw verstijfden.

De Cock nam de reacties waar. Hij registreerde. Meer niet. Hij zag de verschrikte gezichten van het echtpaar en voelde hoe de kleine Ingrid van zijn hand werd losgerukt. Hij zag hoe mevrouw Brassel het kind wat angstig onder haar hoede nam. Hij voelde de nerveuze spanning, maar begreep het niet. Nogmaals riep het kind Hampelmann en wees met haar handje schuin omhoog.

Ergens in de maalstroom van zijn gedachten, herinneringen, greep De Cock naar een houvast. Hij volgde met zijn ogen de richting waarin het handje van Ingrid wees. Toen, in een enkele oogopslag, in een simpele associatieflits, vielen alle sluiers weg en zag hij de oplossing van het hele raadsel, begreep hij het hoe en waarom van de moorden.

Aan een geïmproviseerd stalletje hingen gefiguurzaagde poppetjes met hoge puntmuts. Ze waren met de hand beschilderd. De lijfjes, armen en benen in witte ruiten. Alle neuzen waren felrode stippen en op de wangen waren getekende zonnetjes. Onder de poppen hingen touwtjes, als je daaraan trok, gingen armen en benen ritmisch heen en weer. De Cock zocht de mooiste harlekijn uit.

Hij ging op zijn hurken zitten en wenkte. Mevrouw Brassel kon de kleine Ingrid niet tegenhouden. Het meisje wurmde haar handje los en kwam gretig naar hem toe. Haar ogen straalden. Over het brede gezicht van De Cock gleed een vriendelijke grijns.

'Hier mein Kind,' zei hij in zijn beste Duits. 'Hier hast du deinen Hampelmann.'

Загрузка...