‘Zal ik voor jou ook nog wat halen, Lucienne?’ vraagt Zijlstra. De jonge vrouw naast hem kijkt hem met haar ontwapenend grote, groene ogen aan.
‘Doe maar een tomatensapje. Met wat tabasco, graag.’
‘Tomatensap?’ vraagt hij verbaasd.
Ze gooit haar roodbruine haren naar achteren.
‘Ja, ik doe even kalm aan. De avond is nog jong.’
Zijlstra grijnst en neemt de lege glazen mee. Hij leunt tegen de bar terwijl de barkeeper zijn bestelling uitvoert. Waarderend kijkt hij naar Lucienne, aan hun tafeltje bij het raam. Wat een moordgriet is ze toch. Waarom gaat hij eigenlijk niet vaker met haar uit?
‘Hoeveel tabasco?’ vraagt de barkeeper terwijl hij zijn handen afveegt aan een handdoek en deze vervolgens zorgvuldig met het lusje aan een haakje hangt.
Zijlstra haalt zijn schouders op.
‘Doe maar een flinke scheut. Daar kan ze best tegen.’
De lijvige barman grinnikt en knikt in de richting van het raam.
‘Je hebt weer een prachtexemplaar bij je, Hendrick. Een blijvertje dit keer?’
‘Wie weet, Ernst. Wie weet.’ Zijlstra werpt een blik over zijn schouder. ‘Ik zou moeiteloos straalverliefd op haar kunnen worden.’
Dan kijkt hij de barman recht aan en leunt wat naar voren. ‘Mag ik jou wat vragen?’
‘Zolang het maar niet m’n portemonnee of m’n vrouw is, vind ik alles best.’
Zijlstra grijnst. ‘Je weet best dat je vrouw er allang met je portemonnee vandoor is.’
Ook op het gezicht van de barman verschijnt een grijns. ‘Die politiemensen van tegenwoordig zijn beter geïnformeerd dan goed voor ze is.’
Op wat zachtere toon zegt Zijlstra: ‘Jij hoort nog wel eens wat. Stel dat ik wat meer zou willen weten over de Russische maffia. Weet jij dan iemand die ik zou kunnen spreken?’
De barman gaat naar de biertap, waar Zijlstra’s biertje onder staat te wachten tot het schuim wat is gezakt. Hij houdt het glas vlak onder de pomp schuin vast en tapt het vol. Dan zet hij het weer neer.
Zonder zijn ogen van het bierglas af te houden, geeft Ernst een bijna gemompeld antwoord.
‘Dat soort vragen kun je beter niet stellen, Hendrick. Dat meen ik. Met die lui valt niet te spotten. Die schieten eerst en informeren dan wat je eigenlijk komt doen.’
Met zijn bierspatel strijkt hij het overtollige schuim van het glas. Dan zet hij de complete bestelling voor Zijlstra neer.
‘Zo, een pils en een tomatensap. Met tabasco.’ Hij spreekt weer op zijn normale toon. ‘Op de rekening, neem ik aan?’
‘Natuurlijk. Bedankt.’ Zijlstra kijkt de man onderzoekend aan. ‘Maar je hebt niet echt antwoord gegeven op m’n vraag.’
‘Dat ga ik ook niet doen,’ zegt Ernst opgewekt terwijl hij met beide handen op het leren voorschoot klopt dat zijn buik omspant. ‘Die tabascodame is vast al wel pittig genoeg voor je.’
Enigszins balend loopt Zijlstra met de twee glazen terug naar zijn tafeltje.
‘Dat duurde lang,’ zegt Lucienne.
‘Ja, Ernst had weer een uiterst gore bak, die hij even aan me kwijt wilde.’
‘O?’ vraagt ze geïnteresseerd. ‘Vertel eens?’
‘Nah, dat is niks voor een dame. Iets over lesbische kikkers, dat wil je niet weten.’
Ze kijkt hem geamuseerd aan.
‘Hou je het wel een beetje netjes, oom agent?’
‘Ik zou niet weten waarom. Als ik met zo’n mooie meid als jij op stap ben, pas ik er wel voor op om niet té netjes te blijven.’ Grijnzend heft hij zijn glas en tikt het tegen dat van haar aan. ‘Dat het tussen ons vooral maar niet netjes mag worden!’
‘Een beetje netjes moet wel,’ vindt ze. ‘Wat zullen onze kinderen straks anders wel niet van ons denken?’
Zijlstra verslikt zich bijna in zijn bier. Ineens weet hij weer waarom het sinds hun vorige afspraakje zo lang geduurd heeft voordat hij Lucienne nog een keer mee uit vroeg.